Door thematisch te werken, behaal je betere resultaten

Door thematisch te werken, behaal je betere resultaten

Veilig de wereld in

Marjon Pigmans leerkracht groep 3 op basisschool de Bron in Goirle vindt Veilig de wereld in een prima aanvulling op haar lessen. De leerlingen zijn binnen hetzelfde thema van Veilig leren lezen op een andere manier bezig met taal.

Waarom heb je gekozen voor Veilig de wereld in?

“De meeste methoden voor wereldoriëntatie beginnen pas bij groep 4 of zijn niet interessant voor kinderen in groep 3. En het voordeel van Veilig de wereld in is, dat de thema’s aansluiten bij de kernen van Veilig leren lezen. Je biedt het allemaal aan binnen één onderwerp. Dat is beter dan de vakgebieden geschiedenis, aardrijkskunde en natuur en techniek apart aan te bieden.”

Het werken in thema’s biedt dus voordelen?

“Ja, ook bij de kleuters werk je al thematisch, dus dat zijn de kinderen gewend. Dat kun je in groep 3 nog mooi meenemen. Kern 2 van Veilig leren lezen gaat over Mijn lijf. Daar sluit het thema Het lichaam van Veilig de wereld mooi bij aan. Je richt een hoek in waarin kinderen onder andere kunnen proeven wat zoet, bitter en zuur is. Daarnaast bied je ze een knutselactiviteit aan waarbij de kinderen met losse afbeeldingen van oren, ogen en monden zelf een gezicht kunnen samenstellen. Hun eigen gezicht of juist een heel raar gezicht. Leerlingen kunnen ook een woordweb maken of woorden stempelen die bij het thema horen. Je werkt op die manier ook aan de verbreding van hun woordenschat. Dat zie je terug in de Citoscores.”

“Je bent namelijk drie weken intensief bezig met één bepaald thema, zowel met Veilig leren lezen, met Veilig de wereld in én in het hoekenwerk. Door thematisch te werken en alle activiteiten daarbij te laten aansluiten behaal je betere resultaten. Vorig jaar behaalden al mijn leerlingen eind groep 3 een prima score voor woordenschat. Ik denk echt dat dit mede te maken heeft met deze thematische manier van werken.”

Hoe belangrijk is wereldoriëntatie in groep 3?

“Heel belangrijk. Door Veilig de wereld in kijken ze verder dan hun neus lang is. Er komen onderwerpen voorbij die hun interesse opwekken. Die staat namelijk dichtbij de belevingswereld van deze kinderen. Zeker ook voor kinderen die moeite hebben met technisch lezen. En wat je moeilijk vindt, is vaak niet leuk om te doen. Maar deze kinderen hebben vaak wel een enorme interesse in de wereld om hen heen, in dieren, natuur of hoe iets werkt. En door ze hiermee aan de slag te laten gaan, laat je hun sterke kant naar voren komen. Dus waar zij misschien niet uitblinken in het lezen, kunnen ze dat hierin wel. En je bent toch ook met taal bezig, maar niet alléén vanuit een leesboekje of werkboek.”

“Met Veilig de wereld in ervaren ze de thema’s van Veilig leren lezen nog meer. Ze schrijven niet alleen een recept op, maar gaan ook daadwerkelijk koekjes bakken in de klas. Of ze gaan in kern 6 aan de slag met een ei. Welk ei draait het snelst rond, een hardgekookt ei of een rauw ei? Een rauw ei geeft meer weerstand, dus dat draait langzamer. Het is leuk om dat zelf uit te proberen. Ook de proef met verschillende hoeveelheden water in glazen waardoor je verschillende toonhoogten krijgt, vinden kinderen geweldig.”

Heb je voldoende tijd voor de lessen van Veilig de wereld in?

“Je geeft twee lessen binnen één thema en daar heb je drie weken de tijd voor, dus dat is haalbaar. Ik ruim er meestal de middag voor in. Met de proefjes ben je al gauw een uur bezig. Je kunt ook ’s ochtends het werkboekje behandelen en ’s middags met de proefjes aan de slag gaan. En dan krijgen ze ook nog twee keer per week het hoekenwerk aangeboden, met daarin vaak ook een hoek uit Veilig de wereld in.”

“Inmiddels zie ik ook dat je een thema zo uitgebreid kan maken als je zelf wilt. Bijvoorbeeld met filmpjes uit de televisieserie Huisje, boompje, beestje die je op het digibord kunt afspelen. Of ik neem zelf informatieve boeken of materialen mee van huis. Na het eerste jaar werken met de methode voel je je daarin ook vrijer.”

Heb je veel materialen nodig?

“Dat wisselt per kern. In de map staat een overzicht van welke materialen je per kern nodig hebt. Het is wel belangrijk om dat goed voor te bereiden. Ik laat kinderen ook wel zelf spullen meenemen, zoals dierenvoer. Dan mogen ze zelf het voer van hun kat, hond of konijn meenemen. Ze nemen vaak ook al spullen mee voor de thematafel. En voor sommige proefjes haal ik zelf de materialen, zoals zaden, pitten en fruit.”

Wat vinden de leerlingen leuk om te doen?

“Het thema Lang geleden … spreekt de kinderen erg aan. Dat sluit aan bij kern 5 Verhalen en vertellingen. Dan nodig ik opa’s en oma’s uit om in de klas over vroeger te vertellen. Het valt me altijd weer op hoe goed de kinderen in staat zijn om een gesprek te voeren en vragen te stellen. Zeker als de opa’s en oma’s attributen van vroeger meenemen, zoals oude spelletjes of foto’s uit hun kindertijd.”

“Ook de proef met de stapel boeken op een gekookt ei spreekt tot de verbeelding. Hoeveel boeken kun je plaatsen op het ei tot de schil barst? Dat roept verwondering op en dat zijn proefjes die de kinderen ook thuis willen doen met hun ouders.”

“In kern 7 werkten ze met een plattegrond. Op de speelplaats moesten ze op basis van de plattegrond letters zoeken die samen uiteindelijk het woord ‘schatkaart’ vormden. Daar zijn ze dan heel actief mee bezig. En aan het einde kregen ze van mij nog een klein schatkistje met snoepjes mee naar huis.”

Welke tips heb je voor leerkrachten die dit jaar starten met Veilig de wereld in?

“Kijk goed vooruit welke materialen je voor de volgende kern nodig hebt. En zorg dat je die op tijd in huis hebt. Geef een duidelijke instructie bij het uitvoeren van de proeven en het hoekenwerk. Als ze bijvoorbeeld in een minuut een zo hoog mogelijke stapel blokken moeten maken, geef dan duidelijk aan wat de bedoeling is. Anders gaan ze maar wat spelen met die blokken. Ook met de proefhoek moet duidelijk zijn wat ze moeten doen. Anders gaan ze lukraak maar wat smaken proeven en dan schiet je je doel voorbij. In de praktijk merk ik dat ik het vaak maar één keer goed hoef uit te leggen en dan gaat het vanzelf. Maar die eerste aanzet is wel heel belangrijk.”

Deel met anderen