Veel plezier met de weersvoorspelling!

Veel plezier met de weersvoorspelling!

Veilig de wereld in

Josée Warnaar, auteur van Veilig leren lezen en Veilig de wereld in vertelt hoe zij met haar groep aan de slag ging met de hoekactiviteit ‘de weersvoorspelling’.
Deze activiteit is onderdeel van thema 4 van Veilig de wereld in ‘het weer’. Thema 4 sluit aan bij kern 4 ‘Waar ben ik?’ van Veilig leren lezen.

Introductie van het thema

Bij de start van kern 4 werd het ankerverhaal ‘Nooit te oud voor avontuur’ (in mijn groep al snel omgedoopt tot ‘Het verhaal van stoer omaatje’) voorgelezen. Midden op het bord schreven we het begrip ‘het weer’. De kinderen verzonnen woorden, die met het weer te maken hebben. Bij het clusteren van de woorden concludeerden we dat ‘het weer’ te maken heeft met ‘temperatuur’, ‘wind’, ‘bewolking’ en ‘neerslag’.

Taalverkenning

De meeste kinderen kenden de begrippen ‘temperatuur’ en ‘wind’. De begrippen ‘bewolking’ en ‘neerslag’ bleken minder duidelijke begrippen. Via richtvragen als ‘Hoe kan de lucht er uit zien?’, ‘Wat voor kleuren kunnen wolken hebben?’ en ‘Wat gebeurt er al een wolk heel donker wordt?’ kregen deze twee laatste begrippen meer inhoud. Vervolgens bekeken we de praatplaat in werkboek 1 op pagina 14 en 15. De kinderen beschreven de verschillende weersverschijnselen die op de plaat te zien zijn.

De opdracht

Het gesprek werd afgesloten met een opdracht: ’Kijk vanavond naar het weerjournaal op televisie’. De volgende dag keken we met zijn allen naar het weerjournaal dat ikzelf die avond opgenomen had. Met behulp van kopieerblad 1 bekeken we of de weersvoorspelling van de avond daarvoor klopte.

Zelf waarnemen…

Nadat we de weersvoorspelling van de vorige dag hadden bekeken en besproken kwamen twee belangrijke vragen naar voren:’Kunnen we ook zelf het weer gaan voorspellen?’ en ‘Wat hebben we daar voor nodig?’ Om deze vragen te beantwoorden schreven we de woorden ‘temperatuur’, ‘wind’, ‘bewolking’ en ‘neerslag’ weer op het bord. We spraken het volgende af: de temperatuur meten we met een thermometer; een zak aan een lange stok dient als windmeter; de bewolking kan beschreven worden door naar de lucht te kijken; en met de regenmeter wordt de hoeveelheid neerslag bepaald. Aldus werd er in de patio van de school een mini-weerstation ingericht. Gedurende een week (of langer) zouden we met behulp van dit weerstation de weersvoorspelling gaan doen.

En registreren…

We bekeken samen nog een keer de plaat uit het hoekenboek, waar de verschillende opdrachten duidelijk afgebeeld staan. Afgesproken werd dat telkens twee maatjes aan het begin van de dag de waarnemingen gingen doen. De waarnemingen werden vastgelegd op de weerkalender. Van de buiten- en binnentemperatuur werd ook een grafiek bijgehouden.

Tot slot: presenteren…

Naar aanleiding van de waarnemingen gaf ik extra informatie of zochten we informatie op in boeken. Met behulp van een poppenkast (in plaats van een grote doos, zoals beschreven in het activiteitenboek) werd de weersvoorspelling gepresenteerd.

Een rijke leerervaring!

Waarnemingen doen over wind, neerslag, temperatuur en bewolking is in de herfstperiode zeer interessant, omdat er zoveel verschillende weersomstandigheden voorkomen. Zo zagen we (onder luid gejoel) hoe de regenmeter overstroomde tijdens een fikse hagelbui. Temperaturen van rond het vriespunt waren ook zeer interessant. We beleefde veel plezier aan het voorspellen van het weer!

 

 

 

Deel met anderen

 Zelf de temperatuur waarnemen.

Zelf de temperatuur waarnemen.

 Onder luid gejoel stroomde de regenmeter over...

Onder luid gejoel stroomde de regenmeter over...

 Registreren op de weerkalender.

Registreren op de weerkalender.

 De presentatie van het weer!

De presentatie van het weer!

 De grafiek van de weektemperatuur.

De grafiek van de weektemperatuur.