Redactiesommen en het drieslagmodel
In Real Life Rekenen staat het oefenen van de probleemaanpak bij rekenopgaven centraal. In de rekenboeken krijgen leerlingen rekenopdrachten aangeboden in een functionele en eigentijdse context. Bijvoorbeeld in een sportomgeving, binnen exacte vakken of de maatschappijvakken.
Drieslagmodel in Real Life Rekenen
Gestructureerd rekenproblemen oplossen
Om het rekenen functioneel te kunnen toepassen, zetten uw leerlingen telkens drie belangrijke stappen.
Stap 1: analyseren wat er moet gebeuren
In deze fase stelt de leerling zichzelf vragen als:
- Wat is nu eigenlijk het rekenprobleem dat zich voordoet, op welke vraag moet ik antwoord geven?
- Welke getallen heb ik daarvoor nodig?
- Ontbreken er nog gegevens?
- Welke bewerkingen horen daar bij?
- Is mijn informatie compleet?
Stap 2: het uitvoeren van de correcte bewerkingen
In deze fase rekent de leerling de gekozen bewerkingen uit.
Stap 3: reflecteren op juistheid van uitkomst en aanpak
In deze fase stelt de leerling zichzelf vragen als:
- Klopt mijn antwoord in relatie tot de vraag?
- Heb ik de juiste bewerkingen gekozen?
- Heb ik het handig aangepakt?
- Hoe doe ik het de volgende keer?
Differentiatie
In de dagelijkse realiteit doen zich binnen een bepaalde context altijd meerdere rekenproblemen voor. Elk van die rekenproblemen vereist vaak een eigen bewerking. Met Real Life Rekenen leren uw leerlingen deze verschillende bewerkingen in samenhang en in de juiste volgorde uit te voeren. Dat gebeurt stapsgewijs door de gedifferentieerde opbouw voor groep 6 tot en met 8.
| Groep 6 | Groep 7 | Groep 8 |
|---|---|---|
| rekenproblemen in 2 en 3 lagen | rekenproblemen in 2, 3 en 4 lagen | rekenproblemen in 3, 4 en meer lagen |
Rekenkennis
De rekeninhouden van Real Life Rekenen zijn ook gedifferentieerd:
- groep 6 sluit aan bij het Cito Volgsysteem primair onderwijs (LOVS)
- groep 7 sluit aan bij referentieniveau 1F
- groep 8 sluit aan bij referentieniveau 1S
Lees verder op: Rekenvaardigheid in andere vakken
