Het klassengesprek om 21e eeuwse vaardigheden te oefenen

18 september 2020

21-eeuwse-vaardigheden-thumbnailpngDe vakoverstijgende brede (of 21e eeuwse) vaardigheden krijgen momenteel veel aandacht. Een goede beheersing van die vaardigheden is vooral bij onderzoekend en ontwerpend leren onmisbaar. Bij deze vorm van leerlinggestuurd onderwijs is goed kunnen samenwerken van essentieel belang. Daarom zijn de meeste brede vaardigheden zoals kunnen communiceren, kritisch kunnen denken en gebruik kunnen maken van sociale vaardigheden ook daarop gericht. 

Niet alle leerlingen beheersen deze vaardigheden van nature. Ze zullen daarom regelmatig geoefend moeten worden. Daartoe lenen vooral onderwerpen binnen de zaakvakken zich uitstekend. En daarvoor is het klassen- of kringgesprek een mooie didactische werkvorm. Het gaat dan vooral om manieren van denken en handelen en manieren van omgaan met anderen zoals die omschreven staan in de Handreiking brede vaardigheden. Om deze brede vaardigheden tijdens een gesprek optimaal aan bod te laten komen, zijn wel enkele tips te geven. 

Stel een open vraag

Houd steeds in de gaten dat bij het oefenen van brede vaardigheden in een gespreksvorm altijd het proces centraal staat en niet het product (ofwel: het juiste antwoord). Start een gesprek daarom steeds met een open vraag of opdracht waarop meerdere antwoorden mogelijk zijn. En waarbij een juist antwoord dus afhangt van een juiste toelichting. Een voorbeeld: leg de leerlingen een serie dierenafbeeldingen voor met de opdracht ‘verdeel deze dieren in groepen’. Laat leerlingen zo ervaren dat de toelichting bepaalt of een indeling correct is.

Naast open vragen of opdrachten kun je ook een mening of stelling als start gebruiken. Bijvoorbeeld een stelling als ‘het was verstandig van het koningshuis om in de meidagen van 1940 naar Engeland te vluchten’.

Haal leerlingen uit hun comfortzone

Leerlingen (of liever: mensen) hebben de neiging om zich vast te bijten in eigen opvattingen en meningen. Dat kan binnen groepswerk voor problemen zorgen. Leer leerlingen daarom hun mening te relativeren door ze de opdracht te geven om zich eens te verplaatsen in een andere persoon, plaats of tijd. Bijvoorbeeld door middel van een vraag als ‘hoe zullen een jager, een boer en een natuurliefhebber aankijken tegen de komst van de wolf in onze bossen?’. Of ‘wat zou jij het meest missen als je in een sloppenwijk woont?’. 

Daag leerlingen uit

Soms is men het binnen een groep snel, soms zelfs te snel, met elkaar eens. Dat kan voortkomen uit gemakzucht of gebrek aan weerwoord. Misbruik op zulke momenten je machtspositie als leerkracht door te stellen dat je het niet met de groepsmening eens bent. En jij kunt het weten, want jij bent de leerkracht! Ga op je strepen staan en daag leerlingen uit om argumenten aan te dragen waarom ze vinden dat jij ongelijk hebt. Durven ze dat? Belangrijk, want ook dat is een vaardigheid!

Leun zoveel mogelijk achterover

Probeer het gesprek zoveel mogelijk in handen te laten van de leerlingen zonder je ermee te bemoeien. Misschien is dit wel het moeilijkste onderdeel, maar het is ook een ijkpunt om te zien hoever de leerlingen in het proces staan. Kunnen zij de beurtwissels zelf regelen? Laten ze elkaar uitspreken? Borduren ze voort op uitspraken van anderen? Pas als jij in de kring bij wijze van spreken met een kop koffie in de hand het gesprek kunt volgen, kun je zeggen dat het doel voor de leerlingen bereikt is. Namelijk: de brede vaardigheden kunnen inzetten op momenten van zelfstandig groepswerk. En kun jij als leerkracht je eigen doel afvinken als geslaagd!

Er zijn nog geen reacties.