Leren door te spelen, ook thuis!

3 april 2018

Als je kind de smaak van het lezen en rekenen te pakken heeft, wil het vaak thuis ook aan de slag. Daarom heeft Zwijsen spelletjes en boeken voor thuis die leuk zijn, maar ook leerzaam. Onze producten sluiten 100% aan bij wat je kind leert op school. Hoe we dat doen? We ontwikkelen de producten samen met de makers van onze lesmethoden! Lees er meer over in dit interview.

Even voorstellen: Maud Bos is onderwijskundige en projectleider van kleutermethode Schatkist. Angela Schelfhout (inmiddels gepensioneerd) was onderwijskundige en projectleider van de meest gebruikte methode om te leren lezen: Veilig Leren Lezen. Neeltje van Osch is segmentverantwoordelijke bij Zwijsen voor edutainment.

Wat is de insteek van de thuismaterialen?

Neeltje: 'Er is veel vraag naar educatieve materialen voor thuis. Steeds meer ouders willen thuis met hun kinderen aan de slag, bijvoorbeeld als kleuters willen leren lezen. Wij maken spelletjes, tijdschriften en doeboeken die educatief én leuk zijn. In deze edutainmentproducten staat de funfactor, het spelenderwijs leren, centraal.' Angela: 'Wij vinden dit een positieve ontwikkeling, want uit onderzoek blijkt dat ouderbetrokkenheid enorm belangrijk is. Daarom stimuleren wij dit met artikelen op onze website, we geven bijvoorbeeld tips voor het organiseren van een ouderavond aan het begin van het schooljaar, leveren ouderbrieven bij de verschillende kernen en hebben een stappenplan gemaakt waarmee ouders hun kind thuis kunnen helpen bij het lezen.'  

'De funfactor staat centraal'

Maud: 'In de handleiding bij onze lesmethoden verwijzen we naar de thuisproducten, zodat leerkrachten weten dat die materialen er zijn. Onze thuisproducten zijn ook een handvat voor ouders die samen met hun kind iets leuks en leerzaams willen doen. Neem bijvoorbeeld de samenleesboeken. Hierin staan de woorden die kinderen zelf kunnen lezen vetgedrukt in een kleurtje.'

Hoe maken jullie de vertaalslag van lesmethoden naar spelletjes voor thuis?

Neeltje: 'als ik een nieuw spel voor thuis ontwikkel, raadpleeg ik altijd een onderwijskundige, zodat het ook echt 100% aansluit bij school. De thuisproducten vormen net zoals de lesmethoden een doorgaande leerlijn.

'De producten sluiten 100% aan bij school'

Voor kinderen vanaf drie jaar zijn er de producten van Woezel en Pip, daarna volgen Rompompom, Maan Roos Vis, Dolfje Weerwolfje, Mees Kees en nog meer. We ontwikkelen op basis hiervan o.a. spellen, tijdschriften en doeblokken die aansluiten bij een specifieke leeftijd.' Maud: 'We zorgen daarnaast voor visuele herkenbaarheid. Het kleurgebruik, de lettertypen, symbolen en karakters zoals Pompom komen overeen.'

Geef eens een paar voorbeelden?

Angela: 'De magnetische letterdoos is een mooi voorbeeld. Veel scholen gebruiken dit materiaal, Zwijsen heeft het vertaald naar een product voor thuis. Voor groep 3 hebben we die al een tijd, nu is er ook eentje voor de kleuters. De schoolletterdoos bevat tien exemplaren van elke letter zodat kinderen alle woorden kunnen maken.

Het thuisproduct bevat minder letters en de indeling is anders. De doos voor school is ingedeeld in klinkers en medeklinkers en die voor thuis volgt het alfabet. Dat is makkelijker voor ouders.'

Maud: 'Bij de ontwikkeling van thuismaterialen is de prijs een belangrijke factor. De letterdoos voor school is te duur voor de thuismarkt, dus hebben we een eenvoudiger versie ontwikkeld. Beide dozen zijn aangepast op de jaargroep waarin kinderen zitten. Zo bevatten ze de schrijfletter ɑ en niet de leesletter a. Kleuters die eraan toe zijn, krabbelen vaak al letterachtige vormen en ontdekken zo dat je taal kunt opschrijven om iets bijvoorbeeld te onthouden. Ze proberen hierbij letters die voorgeschreven staan na te schrijven. De leesletter a is voor hen te moeilijk om na te schrijven.' Angela: 'En in het kleurgebruik is rekening gehouden met het feit dat sommige kinderen kleurenblind zijn en het verschil tussen rood en zwart niet zien. Daarom hebben we blauw als signaalkleur gekozen in zowel het thuismateriaal als de lesmethode.' Neeltje: 'De letterdozen voor thuis zijn nadrukkelijk bedoeld om mee te spelen, die zijn daarom losser en vrijer te gebruiken.'

'In het kleurgebruik van de letterdoos is rekening gehouden met het feit dat sommige kinderen kleurenblind zijn en het verschil tussen rood en zwart niet zien.'

Schooltje spelen

Neeltje: 'Een van onze leukste thuisproducten vind ik ‘Maan roos vis Schooltje spelen’.  Ouders en kinderen reageren meestal heel enthousiast. De doos is tegelijkertijd een lessenaartje waarop kinderen met een uitveegbare stift aan de slag kunnen. Ook zitten er werkbladen in gebaseerd op de kernen van Veilig leren, lezen, sommetjes, stickers en zelfs een echte schoolbel. De één speelt de juf of meester en de ander(en) de leerling(en). Spelenderwijs leren dus, op een manier die naadloos aansluit bij school.'

Maud: 'Een ander mooi voorbeeld is het letterboek voor kleuters dat aansluit bij de Schatkist, het meest gebruikte pakket voor kleuteronderwijs. Neeltje en ik hebben hier samen over gebrainstormd. Een belangrijk aspect in de methode is dat je start met het uitluisteren van een letter. Dus met de vraag: hoe klinkt deze letter? De letter ‘d’ kun je horen bij een drilboor. Die klinkt als: ‘dddddddddd’. En bij de ‘z’ zie je een zoemende bij: ‘zzzzzzzzzzzzzzzzzzz’.' Neeltje: 'De rekendoos voor thuis is gebaseerd op Schatkist. De doos bevat getallen tot en met twintig, omdat deze getallen ook in de methode aan bod komen. De rekendoos vanaf groep 3 bevat getallen tot en met 100.' Maud: 'En net zoals in Schatkist zien kinderen in de rekendoos vingerbeelden. Dit zijn handjes die een aantal vingers opsteken.'

Wat is het effect van spelenderwijs leren met thuismaterialen?

Angela: 'Je kunt er bijvoorbeeld de vakantiedip mee voorkomen. Kinderen die in de lange zomervakantie lekker blijven lezen en schrijven, vallen niet terug in niveau. Een ouder is natuurlijk geen leerkracht, maar de betrokkenheid die ouders tonen door samen met hun kind met educatieve thuismaterialen te spelen, heeft een enorm positief effect.' Maud: 'Ouders moeten vooral niet pushen, als je kind nog geen interesse heeft in letters of cijfers dan raad ik aan om gewoon te wachten tot deze interesse er wel is.'

Wat is het gevaar van thuis lukraak aan de gang gaan met lezen, schrijven en rekenen of met materialen die niet ontwikkeld zijn op basis van een onderwijskundige visie?

Angela: 'Voor de gemiddelde en vlotte leerlingen kan het geen kwaad, maar voor zwakkere leerlingen kan een andere aanpak verwarrend werken. Bijvoorbeeld als het thuis een hoofdletter ‘A’ heeft leren schrijven en over moet op de schrijfletter ‘ɑ’.' Maud: 'Een collega wees me laatst nog op een mooi voorbeeld van een product dat niet was ontwikkeld met onderwijskundigen. In een rekenspel was het cijfer 1 versierd met twee lieveheersbeestjes. Voor kinderen kan dat enorm verwarrend zijn.'

Meer informatie

Ben je benieuwd naar een overzicht van álle thuisproducten?

Bekijk alle kinderspellen

4 reacties

Elja de Koning- Kroeze schreef op 18 april om 21:36

Mijn zoon is 4 en zit sinds september op school. Hij vindt de letters heel interessant en is heel blij met zijn abonnement. Dus ik ben zeker geïnteresseerd in jullie (nieuwe) producten.

webredactie Zwijsen schreef op 20 april om 16:35

Wat leuk om te lezen, Elja! In onze spellenshop (www.zwijsen.nl/kinderspellen/zoeken) kun je spelletjes filteren op leeftijd en ook op vakgebied. In de boekenshop vind je maar liefst 62 boeken voor kinderen van 3-5 jaar (www.zwijsen.nl/kinderboeken/zoeken). Daar zit vast iets leuks bij voor je zoon van 4.

Harm Lammers schreef op 14 mei om 14:55

Mijn zoon(5) zit op het SBO; alle bekende beperkingen hebben hem daar uiteindelijk doen belanden( IQ, autisme spectrum). Zo ver zo goed, tot het de Directie behaagde de nieuwe versie Schatkist onverkort in te voeren,...dwz álle onderdelen móeten afgewerkt worden en bv seizoensgebonden zaken( lente, sneeuw , Pasen e.d.) moeten de leerkrachten er maar bij doen. Vraag: is deze methode voor déze SBO doelgroep niet té hoog gegrepen..?( héél heterogeen, zowel qua gedragsproblematiek als IQ niveau) Angst dat aversie tegen leren (weer) onstaat, inc faalangst etc. Is hiervoor een vakkracht/ontwikkelaar beschikbaar die in deze raad kan geven( bv mw.Maud Bos.."bekend "van de Monitor-uitzendingen) ?

Maud Bos schreef op 22 mei om 14:28

Bedankt voor uw bericht via onze site. De methode Schatkist is zo ingestoken dat onderzoeken en de nieuwsgierigheid prikkelen centraal staat. We hebben hierin geen ‘lesjes’ opgenomen die afgewerkt moeten worden. Maar een betekenisvol geheel (een verhaallijn) waarin de kinderen geprikkeld worden en uitgedaagd worden op hun eigen niveau. We willen kinderen juist niet het gevoel geven dat ze leren, maar dat ze spelen en onderzoeken. Zo ontdekken ze allerlei zaken. Door het onderzoeken kan elk kind binnen zijn eigen grenzen handelend aan de slag. Vanuit dat perspectief zou de methode juist geschikt zijn voor een SBO school. In de methode heeft Pompom (vriendje van de kinderen) een probleem. Dat probleem vertelt hij in een filmpje aan de kinderen. De kinderen gaan in het thema stapje voor stapje op zoek naar antwoorden. Samen met de leerkracht gaan de kinderen het probleem steeds vanuit een ander perspectief verkennen en in de hoeken in de klas gaan ze er zelfstandig en spelenderwijs mee aan de slag. Juist voor kinderen op het SBO is het fijn, want ze worden dan niet meteen in het diepe gegooid. Daarnaast krijgen de kinderen zo meer tijd om dingen binnen een veilige context (tijdens het spel) eigen te maken. Deze manier van werken creëert herhaling. En herhaling is zeer belangrijk voor kinderen op een SBO school. Deze herhaling wordt ook gecreëerd doordat de activiteiten in een thema op elkaar voortborduren. Zaken die ze eerder aangeboden hebben gekregen komen later terug.
De leerkracht kan bij het niveau van de kinderen aansluiten doordat we bij elke activiteit hebben aangegeven hoe het een stapje makkelijker, maar ook moeilijk gemaakt kan worden.

De methode is zo opgebouwd dat de leerkracht keuzes mag en kan maken. Juist door die keuzevrijheid kan de leerkracht het programma aanpassen aan de behoefte van de groep (interesses, ontwikkelbehoeften). Bijvoorbeeld in het aantal ankers of ankers die passen bij de seizoenen. Zo is het niet de bedoeling dat de leerkracht alle ankers (18 stuks) in een jaar moet aanbieden, maar er een aantal selecteert die passen bij de groep. Het is wel goed om ongeveer 6 ankers in een jaar aan te bieden. Want juist in verschillende ankers worden zaken in een andere context op verschillende manieren herhaald.