Leren lezen: wat je kind leert in kern 5

22 november 2017

Gaat jouw kind leren lezen? Meer dan driekwart van de scholen maken hiervoor gebruik van de methode Veilig leren lezen van Uitgeverij Zwijsen. In dit artikel lees je wat je kind leert bij kern 5 en krijg je tips om je kind thuis te laten lezen en spelen met letters en woorden. 

Welke versie gebruikt de school van je kind?

Veilig leren lezen is er in twee versies: 2e maanversie, uitgebracht in 2003 en bekend als maan roos vis, en de (nieuwere) Veilig leren lezen kim-versie, uitgebracht in 2014. Beide werken met kernen, waarin je kind telkens andere letters leert en waarin specifieke lettercombinaties en klanken centraal staan. 

Wordt er gewerkt met de kim-versie van Veilig leren lezen, dan begint je kind bij kern start. Daarna volgen kern 1 t/m 11 en het schooljaar wordt afgesloten met kern Afsluiting. Elke kern heeft een thema, dat geïntroduceerd wordt met behulp van een ankerverhaal. Werkt je kind met de 2e maanversie, dan begint je kind met kern 1 en wordt er afgesloten met kern 12.

Kern 5, kim-versie: letters eu, ie, l, ou en uu

De nieuwe letters in kern 5 zijn: eu, ie, l, ou en uu. Voor sommige kinderen zijn de ‘eu’, ‘ie’ en ‘ou’ best lastig. We besteden daarom veel aandacht aan die letters en herhalen ze iedere dag.

Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), oefenen het lezen van:

  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘uw’, zoals: duw, duwt;
  • tweelettergrepige woorden, zoals: strandbal, braadworst;
  • tweelettergrepige verkleinwoorden, zoals: schroefje, strikje;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘ch’ of ‘cht’, zoals: lach, bocht;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘aai’, ‘ooi’ of ‘oei’, zoals: haai, kooi, roei;
  • tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘e’, zoals: korte, aarde;
  • tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘en’, ‘er’ of ‘el’, zoals: honden, tijger, mantel;
  • tweelettergrepige woorden met in het midden twee dezelfde medeklinkers, zoals: takken, bakker.

Kern 5, 2e maanversie: reus, jas, riem, bijl, hout, vuur 

In deze kern leert je kind de letters: eu - j - ie - l - ou - uu en de woorden: reus, jas, riem, bijl, hout, vuur.

Je kind kent inmiddels al heel wat letters. De komende weken komen daar nieuwe letters bij: de eu van reus, de j van jas, de ie van riem, de l van bijl, de ou van hout en de uu van vuur. 
Het thema van deze kern is ‘sprookjes’ of ‘verhalen en vertellingen’. De nieuwe woorden worden aangeboden in een sprookje over een reus, of in een verhaal over een verhalenverteller die verhalen vertelt over Sinterklaas, kerst of over de winter. 

De letter eu

In deze kern leert je kind onder andere de letters bij de klanken eu – ou. Net als de reeds bekende letters ij en oe bestaan deze ‘letters’ uit 2 tekens. Voor de kinderen is de eu echter één letter. Je praat dus over de letter –eu-. Niet over de letters e-u. 

Wisselwoorden

Je kind krijgt elke kern oefeningen om de nieuwe letters te oefenen en toe te voegen aan reeds bekende letters. Zo leren kinderen ook woorden lezen in rijtjes. In elk woord wordt een letter vervangen door een andere letter. Dat kan de letter vooraan, in het midden of achteraan in het woord zijn. Op deze manier oefent je kind om met letters die het kent nieuwe woorden te maken. 'Vuur' kan bijvoorbeeld worden veranderd in 'vaar', 'veer' en 'voor', maar ook in 'duur', 'muur' en 'zuur'. Oefen samen en laat je kind wisselwoorden maken met de laatstgeleerde woorden en letters. 

Boekjes lezen

Je kind kent nu bijna alle letters. Daarom kan je in de bibliotheek alle eenvoudige boekjes lenen. De boeken zijn ingedeeld aan de hand van een codering. Boeken voor beginnende lezers krijgen altijd een E-aanduiding op de rug, gevolgd door het AVI-niveau (Start, M3, E3 of M4). Stimuleer de leesvaardigheid van jouw kind en zoek samen regelmatig leuke boeken uit!

(Voor)leestips bij kern 5

Zelf lezen niveau maan

  • kom maar mee!, Berdie Bartels en Els van Egeraat (makkelijk lezen) ISBN 978.90.487.1950.1
  • de boot van bas, Mirjam Mous en Nicolle van den Hurk (makkelijk lezen) ISBN 978.90.487.1946.4
  • hoe maak ik een aap?, Daniëlle Schothorst (makkelijk lezen) ISBN 978.90.487.1949.5
  • vos doet dom, Isabel Versteeg en Sandra Klaassen ISBN 978.90.487.1954.9
  • waar is mijn boot?, Aag Vernelen en Ann De Bode ISBN 978.90.487.1944.0
  • naar het bos, Annemarie Bon ISBN 978.90.487.1955.6
  • soep joep, Frank Smulders en Suzanne Diederen ISBN 978.90.487.1953.2 

Samen lezen maan en zon

  • jan en noor op zee, Els Rooijers en Peter van Harmelen ISBN 978.90.487.1952.5

Zelf lezen niveau zon

  • de vis met de hoed, Marcel van Driel en Jan Van Lierde ISBN 978.90.487.1951.8
  • jos van het bos, Bies van Ede en Christoph Kirsch ISBN 978.90.487.1945.7
  • leentje en beentje, hoe kan dat?, Rindert Kromhout en Jan Jutte ISBN 978.90.487.1948.8

Voorlezen

  • De regels van Floor, Marjon Hoffman, ISBN 978.90.487.1760.6
  • Stout, stouter, stoutst, Jacques Vriens ISBN 978.90.475.0780.2
  • Ik ben lekker stout, Annie M.G. Schmidt ISBN 978.90.214.8108.1
  • Regels, regels en nog eens regels, Berdie Bartels en Els van Egeraat ISBN 978.90.487.1956.3

Zoek in de bibliotheek ook eens naar de leesseries bij Veilig leren lezen, of kijk samen met je kind bij onze kinderboeken (AVI-niveau Start)!

Tips voor spelletjes bij kern 5

Tip 1: Rijmpjes maken

In deze periode zijn rijmpjes en versjes aan de orde van de dag. Probeer eens met jouw kind rijmwoorden te maken, zinnen met rijmwoorden te bedenken of zo veel mogelijk rijmwoorden bij een startwoord te bedenken. Ook hier moet je vooral op de uitspraak letten en niet op de schrijfwijze. Dus ‘zijn’ rijmt op ‘trein’ en ‘mand’ rijmt op ‘klant’. Laat je kind eens ervaren welke woorden in de bekende sinterklaasliedjes rijmen. Bedenk ook samen rijmpjes!

Tip 2: Een speurtocht door het huis

Schrijf opdrachten op kaartjes en zet daarmee een speurtocht uit in je huis. Aan het eind verstop je een versnapering. En wie weet bedenkt Piet wel hetzelfde spel bij het zetten van de schoen. Op een morgen ligt er geen snoep in de schoen maar een briefje. Enkele voorbeelden:

  • kijk bij het raam ... en bij het raam ligt een briefje met de tekst:
  • zoek in de vaas ... en in de vaas zit een briefje met de tekst:
  • er zit wat in de laars* ... en in de laars zit weer een briefje met de tekst:
  • ren maar naar bed* ... en daar ligt een briefje met de tekst:
  • het staat op de kast*.

Succes verzekerd!
 
*Woorden met twee medeklinkers achter elkaar of met een ‘d’ aan het eind, zijn nog niet als basisstof behandeld. Je kunt deze woorden eventueel vervangen door een tekening.

Tip 3: S-i-n-t-e-r-k-l-aa-s en k-e-r-s-t-m-i-s en p-i-n-d-a-k-aa-s

Lange woorden zijn samengesteld uit heel veel lettertekens. Speel met de letters van zo’n woord een leuk spel. Schrijf een lang woord breeduit op papier. De verschillende letters van het woord moeten goed afzonderlijk zichtbaar zijn. Knip de letters desgewenst los van elkaar en leg ze voor je neer. Let wel op, dat je letters gebruikt die je kind tot nu toe geleerd heeft of waarvan je weet dat je kind ze kent.

Probeer samen met je kind (en eventueel andere spelers) hoeveel woorden je kunt maken met de letters van dat lange woord. Wie heeft de meeste woorden? De woorden moeten wel gebruikt kunnen worden in een zin. Onzinwoorden zijn niet goed. Als spelers eenzelfde woord hebben gemaakt, telt dat voor één punt. Heeft een speler een woord dat niemand anders heeft, dan telt dat woord voor twee punten. Wie wint het spel? In deze tijd zijn de woorden: s-i-n-t-e-r-k-l-aa-s en k-e-r-s-t-m-i-s uitstekende startwoorden. Mogelijk vier je deze feesten niet. Dan vind je vast een ander geschikt woord. Ook bijvoorbeeld het woord p-i-n-d-a-k-aa-s heeft allemaal bekende letters!

Er zijn nog geen reacties.