Mijn kind leert lezen! Kern 6

11 december 2017

Leert jouw kind lezen? Meer dan driekwart van de scholen maken hiervoor gebruik van de methode Veilig leren lezen van Uitgeverij Zwijsen. In dit artikel lees je wat je kind leert bij kern 6 en krijg je tips om je kind thuis te laten lezen en spelen met letters en woorden. 

Welke versie gebruikt de school van je kind?

Veilig leren lezen is er in twee versies: 2e maanversie, uitgebracht in 2003 en bekend als maan roos vis, en de (nieuwere) Veilig leren lezen kim-versie, uitgebracht in 2014. Beide werken met kernen, waarin je kind telkens andere letters leert en waarin specifieke lettercombinaties en klanken centraal staan. 

Wordt er gewerkt met de kim-versie van Veilig leren lezen, dan begint je kind bij kern start. Daarna volgen kern 1 t/m 11 en het schooljaar wordt afgesloten met kern Afsluiting. Elke kern heeft een thema, dat geïntroduceerd wordt met behulp van een ankerverhaal. Werkt je kind met de 2e maanversie, dan begint je kind met kern 1 en wordt er afgesloten met kern 12.

Kern 6, kim-versie: letters g, au, ui, f en ei

In kern 6 worden de letters g, au, ui, f en ei geleerd. Dit zijn de laatste letters die dit schooljaar aan bod komen. De letters ‘ui’ en ‘ei’ worden nog wel eens verkeerd geschreven. We leren de kinderen daarvoor geheugensteuntjes aan: bij de ‘ui’ komt eerst de ui (de kinderen maken met hun linkerhand de vorm van een ui die lijkt op de vorm van de letter ‘u’) en daarnaast ligt het mesje (de kinderen strekken hun rechterhand en draaien de handpalm naar links; zo ontstaat de ‘i’). Bij de ‘ei’ krijg je eerst het ei (de ‘e’) en dan het lepeltje (de ‘i’). 

Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), oefenen het lezen van:

  • tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘en’, ‘er’ en ‘el’, zoals: bloemen, vlinder, sleutel;
  • tweelettergrepige woorden met in het midden ‘ng’, ‘nk’ of ‘ch’, zoals: jongen, planken, lachen;
  • tweelettergrepige woorden die beginnen met ‘be’, ‘ge’ of ‘ver, zoals: betaal, gezien, verkeer;
  • eenlettergrepige woorden met ‘eeuw’ of ‘ieuw’, zoals: leeuw, nieuw;
  • tweelettergrepige woorden met ‘eeuw’ of ‘ieuw’, zoals: sneeuwman, kieuwen.

Kern 6, 2e maanversie: geit, pauw, duif, ei 

In deze kern leert je kind de letters: g - ui - au - f - ei en de woorden geit, pauw, duif, ei.

Alle letters compleet 

In kern 6 leert je kind de laatste nieuwe letters. Op het eind van deze kern zijn 34 letters aan de orde geweest. Het zijn lettertekens voor alle 34 klanken die in eenvoudige woorden met de combinatie medeklinker-klinker-medeklinker voorkomen. Ook woorden met klinker-medeklinker (uit) of medeklinker–klinker (kei) kunnen kunnen worden gelezen. De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van het voorleesverhaal, behorend bij het thema ‘Wat komt er uit een ei?’.

Begrijpend lezen

Al vanaf het begin wordt het lezen van woorden en zinnen geoefend. Maar er wordt ook geoefend in het kritisch lezen van zinnen en het begrijpen van de betekenis van zinnen.

Begrijpend lezen oefenen

Een oefenvorm in dit begrijpend lezen is het kiezen van de juiste zin of zinnen bij een tekening. Je kind krijgt bijvoorbeeld een tekening van een jongetje dat naar een bus loopt. Het kan kiezen uit de volgende zinnen: (a) rik loopt naar de bus. (b) rik zit in de bus. (c) de mus zit bij de paal. (d) ik zie een paal bij de bus. Bij zo'n oefening moet het kind de zin begrijpen om het juiste plaatje te kunnen selecteren. 

Vlot lezen oefenen

Het maken van wisselwoorden neemt nog steeds een belangrijke plaats in. Op die manier worden ook de laatst geleerde letters toegepast in het vlot lezen van woorden. Nu alle letters aan bod zijn geweest, wordt het vlot lezen van woorden steeds belangrijker. Met een goede basis kan immers begonnen worden aan steeds moeilijkere woorden en lettercombinaties.

(Voor)leestips bij kern 6

Zelf lezen niveau maan

  • de bal van bel, Helen van Vliet en Agnes Wijers (makkelijk lezen) ISBN 978.90.487.1962.4

  • de hut, Manon Sikkel en Hélène Jorna (makkelijk lezen) ISBN 978.90.487.1959.4

  • lol is leuk, Elle van Lieshout, Erik van Os en Loes Riphagen(makkelijk lezen) ISBN 978.90.487.1965.5

  • wat is er met kip? (deels makkelijk lezen (samenleesboek) ISBN 978.90.487.1963.1

  • ik ken een mop!, Annemarie van den Brink en Tineke Meirink ISBN 978.90.487.1960.0

  • waar is boer bas?, Riet Wille en Marieke Nelissen ISBN 978.90.487.1967.9

  • het bos bij jos is top, Bies van Ede en Christoph Kirsch ISBN 978.90.487.1966.2

  • de hut in de boom, Manon Sikkel en Hélène Jorna ISBN 978.90.487.1957.0 

Samen lezen maan en zon

  • wie wint dit spel?, Joke de Jonge en Juliette de Wit ISBN 978.90.487.1964.8

  • leentje en beentje, dat durf ik niet!, Rindert Kromhout en Jan Jutte ISBN 978.90.487.1961.7

  • jan en noor op zee, Els Rooijers en Peter van Harmelen ISBN 978.90.487.1952.5

Zelf lezen niveau zon

  • de boomhut, Manon Sikkel en Hélène Jorna ISBN 978.90.487.1958.7

Voorlezen

  • Een mop voor prins Pom, Annemarie van den Brink en Tineke Meirink ISBN 978.90.487.1969.3
  • Allemaal sterretjes, Els Florijn en Mirjam van der Vegt ISBN 978.90.239.9415.2
  • Allemaal sprookjes, Annie M.G. Schmidt ISBN 978.90.451.0611.3

Zoek in de bibliotheek ook eens naar de leesseries bij Veilig leren lezen, of kijk samen met je kind bij onze kinderboeken (AVI-niveau Start en M3)!

Tips voor spelletjes bij kern 6

Tip 1: Onzin-zinnen

Maak een aantal briefjes met daarop telkens de volgende woorden:

  • Briefje 1: ik ...
  • Briefje 2: in de ... 
  • Briefje 3: met een ...

Vul daarna samen met je kind eerst alle eerste briefjes in, vervolgens de tweede en de derde. Doe de briefjes dan in drie bakjes of mandjes. Trek om beurten een briefje uit ieder bakje of mandje. Leg ze achter elkaar en lees de zin op die zo ontstaat. Is het een zin-zin of onzin-zin? In elk geval is het leuk!

Tip 2: Een woordslang maken

Maak samen met je kind een woordslang. Begin met een woord en zoek om beurten een woord dat begint met de laatste letter van het laatstgenoemde woord, bijvoorbeeld: brief - fles - soep. Kunnen jullie allebei na een minuut bedenktijd geen woord meer vinden, dan stopt het spel. Je kunt de woorden ook opschrijven en samen nog eens doorlezen. Speel het spel een tweede keer en beperk de keuze van de woorden tot bijvoorbeeld dierennamen. Schrijf deze woorden op. Teken vervolgens boven de woordslang een optocht van de genoemde dieren.

Tip 3: Met de computer spelen

Na deze kern kent je kind alle letters. Misschien wil je kind zelf woorden typen op de computer. Op het toetsenbord staan echter hoofdletters, terwijl veel kinderen nu alleen nog maar kleine letters kennen. Daarom is het een leuk idee om op de toetsen gekleurde stickertjes te plakken, waarop de kleine letters zijn geschreven. Leer je kind wel, dat het voor de letter ‘aa’ twee keer de a-toets moet intikken. Stimuleer je kind om teksten te maken of verzin samen spannende verhalen. Print de teksten en verhalen, verzamel ze en laat je kind er een mooie tekening bij maken.

Tip 4: Een verjaardagskalender maken

Nu je kind alle letters beheerst, is het leuk om in te gaan op een van de functies van schrijven: door dingen op te schrijven, hoef je niet alles te onthouden. Een voorbeeld hiervan is een verjaardagskalender. Door de namen van je vrienden op een kalender te schrijven, hoef je niet te onthouden wanneer ze jarig zijn, maar kun je het opzoeken.

Neem twaalf witte vellen papier, een voor elke maand. Op de bovenste helft van deze bladzijden maakt je kind een leuke tekening of plakt het een plaatje uit een tijdschrift. Op de onderste helft schrijf je per blad de naam van de maand en teken je 29, 30 of 31 schrijflijntjes (voor de namen van de jarigen). Elk schrijfregeltje wordt genummerd. Hierna kunnen bij elke maand de namen van de jarigen worden ingevuld. Deze kalender krijgt een mooie plaats op de kamer van je kind of op een centrale plaats in huis.

1 reactie

Geertini Pelleboer schreef op 21 januari om 14:52

Wat een geweldig mooi systeem, en ideeën!