Leren lezen: wat je kind leert in kern 8

7 februari 2018

Leert jouw kind lezen? Meer dan driekwart van de scholen maken hiervoor gebruik van de methode Veilig leren lezen van Uitgeverij Zwijsen. In dit artikel lees je wat je kind leert bij kern 8 en krijg je tips om je kind thuis te laten lezen en spelen met letters en woorden. 

Welke versie gebruikt de school van je kind?

Veilig leren lezen is er in twee versies: 2e maanversie, uitgebracht in 2003 en bekend als maan roos vis, en de (nieuwere) Veilig leren lezen kim-versie, uitgebracht in 2014. Beide werken met kernen, waarin je kind telkens andere letters leert en waarin specifieke lettercombinaties en klanken centraal staan. 

Wordt er gewerkt met de kim-versie van Veilig leren lezen, dan begint je kind bij kern start. Daarna volgen kern 1 t/m 11 en het schooljaar wordt afgesloten met kern Afsluiting. Elke kern heeft een thema, dat geïntroduceerd wordt met behulp van een ankerverhaal. Werkt je kind met de 2e maanversie, dan begint je kind met kern 1 en wordt er afgesloten met kern 12.

Kern 8, kim-versie: lezen en spellen

In kern 8 gaat het over het thema 'Wat kan jij?' Daarbinnen staat een logeerpartijtje met een optreden centraal. Woorden als verkleden, koffer, publiek, applaus en optreden komen daarbij aan bod. Onder (voor)leestips vind je boeken die aansluiten bij het leesniveau van je kind en/of het thema. 

De nieuwe woordtypen in kern 8 zijn: 

  • woorden van één lettergreep die beginnen én eindigen met twee medeklinkers, zoals sterk;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -b of -d, zoals web en goud;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -nk, zoals bank;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ch(t), zoals lach en bocht;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met een schr-, zoals schrift;
  • verkleinwoorden van twee lettergrepen, zoals muisje, boompje en stoeltje;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -a, -o, of -u, zoals sla, vlo en nu.

Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), leren de volgende woordtypen lezen:

  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ig of -lijk, zoals twintig en vrolijk;
  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -ing, zoals koning;
  • samengestelde woorden van drie lettergrepen, zoals appelboom;
  • verkleinwoorden van drie lettergrepen, zoals zakdoekje;
  • woorden van drie lettergrepen met een voorvoegsel, zoals onrustig, ontdekking, bezoeken, gevaarlijk en verkouden.

Spelling 

Verder werken we in deze kern toe naar het goed kunnen schrijven van: 

  • woorden van één lettergreep die beginnen met of eindigen op twee medeklinkers, zoals stal en wesp;
  • eenvoudige samenstellingen van twee lettergrepen, zoals zakmes en voetbal;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met sch- ,zoals schaap;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ng, zoals bang.

Kern 8, 2e maanversie: bank en licht

In deze kern leert je kind de woorden: bank en licht. Ook woorden met 2 medeklinkers vooraan (zoals 'zwaan') en achteraan (bijvoorbeeld 'kast') komen uitgebreid aan bod. Daarnaast oefent je kind met samenstellingen en leert je kind woorden met een open klinker achteraan lezen, bijvoorbeeld: 'ga', 'zo' en 'nu'. Bovendien leren de kinderen in kern 8 de nk van bank en de ch van licht. 

Op het podium

Tijdens deze kern krijgt het thema ‘Op het podium’ veel aandacht. Voorlezen, voordragen, optreden, verkleden zijn sleutelwoorden in allerlei activiteiten. Je kind kan nu alle letters vlot benoemen en opschrijven. Steeds vaker zal het spontaan iets opschrijven. Wijs je kind niet op alle schrijffouten: creativiteit en spontaniteit zijn belangrijker dan foutloos schrijven. Bovendien is je kind verder met lezen dan met spelling. Wat het kan lezen, hoeft het dus nog niet foutloos te kunnen schrijven.

(Voor)leestips bij kern 8

Onderstaande titels sluiten aan bij het leren lezen op school. De meeste boekjes zijn niet los te koop, maar wel verkrijgbaar bij de bibliotheek.

Zelf lezen niveau maan

  • De klas van juf Sam, Mirjam Mous en Barbara de Wolf (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.2008.8
  • Een feest voor muis, Marlies Slegers en Doesjka Bramlage (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.2010.1
  • Ties en Veer en het dier, Marco Kunst en Jan De Kinder (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.2009.5
  • Waar is Fik?, Berdie Bartels en Mark Baars, ISBN 978.90.487.1998.3
  • De kers op de taart, Inge Misschaert en Mirèn van Alphen, ISBN 978.90.487.2002.6
  • Ik wil een aap!, Sanne de Bakker en Paula Gerritsen, ISBN 978.90.487.2001.9
  • Op het podium, Anke Werker en Helen van Vliet/Ann de Bode, ISBN 978.90.487.0204.6
  • Ik zing, Maria van Eeden en Paula Gerritsen, ISBN 978.90.487.0878.9
  • Wat hoort Kim daar?, Helen van Vliet (strip) ISBN 978.90.276.7373.2
  • Hiep hiep, daar is Piep!, Mark Janssen (strip) ISBN 978.90.276.7353.4

Zelf lezen niveau zon

  • Bob is een held!, Els Rooijers en Els van Egeraat ISBN 978.90.487.2006.4
  • Meeuw Kaat, Marco Kunst en Jan Lieffering ISBN 978.90.487.2005.7
  • Het geheim van Mees en Merel, Annemarie Bon en Marieke Nelissen ISBN 978.90.487.2007.1
  • De hamster van Bas, Jolanda Horsten en Daniëlle Schothorst ISBN 978.90.487.1015.7
  • Tom wordt drummer, Monique van der Zanden en Mariëlla van de Beek ISBN 978.90.276.6435.8
  • Ik weet een mop, Erik van Os en Elle van Lieshout, ISBN 978.90.487.1878.8

Voorlezen

  • Applaus voor Mees en Merel, Annemarie Bon en Marieke Nelissen ISBN 978.90.487.2004.0
  • Logeren bij opa, Debora Zachariasse en Petra Heezen ISBN 978.90.206.8172.7

Kijk ook eens in de webshop van Zwijsen voor leuke boekjes voor beginnende lezers. De boekjes zijn te filteren op AVI-niveau, zodat je precies kunt aansluiten bij het leesniveau van je kind.

Tips voor spelletjes bij kern 8

Tip 1: Geheimschrift

Geheimschrift is erg leuk om te ontcijferen. In allerlei kindertijdschriften en spelboekjes kom je het tegen. Maar je kunt natuurlijk ook zelf een boodschap in geheimschrift maken. Schrijf daarvoor eerst alle letters van het alfabet op en geef elke letter een tekentje. Je kind zal ontdekken dat bijvoorbeeld de ‘eu’ is samengesteld uit de letters ‘e’ en ‘u’. Houd er rekening mee dat je kind de woorden nog schrijft zoals ze klinken: het beheerst niet alle spellingsregels. Verbeter dat niet zolang je kind in groep 3 zit. Het belangrijkste is het spelelement.

Tip 2: Boodschappenbriefjes en menukaartjes

De dagelijkse boodschappen zal je kind steeds beter op een boodschappenbriefje kunnen opschrijven, al zal het sommige woorden noteren zoals je ze hoort. Je kind zal zich echter trots voelen, als je in de winkel precies datgene pakt wat het opleest! 
Verras de rest van het gezin eens met zelfgeschreven menukaartjes. Eventueel kan je kind moeilijke woorden overschrijven van verpakkingen of kookboeken. Ook hier geldt: laat je kind gerust woorden schrijven zoals ze volgens de uitspraak klinken.

Tip 3: Moeilijkere boeken? 

Gaat je kind als een trein door de eenvoudige boekjes van AVI start-niveau, kijk dan eens naar boekjes die een graadje moeilijker zijn (AVI M3/E3). Vraag ernaar in de bieb! NB Dwing je kind niet tot het lezen van moeilijkere boeken als het daar niet aan toe is. Niets is zo funest voor het leesplezier als het moeten 'doorworstelen' van teksten. Lezen doe je voor je plezier! Anderzijds hoef je je kind ook niet af te remmen als het een boekje pakt waarin het geïnteresseerd is, terwijl het tekstniveau misschien te hoog is. Soms is een kind zo gemotiveerd dat het moeilijkere teksten aankan of haalt het veel informatie uit de plaatjes.

Tip 4: Woordzoekers

Je kind leest al veel woorden en op dit moment zijn de woorden met twee medeklinkers vóór en achteraan aan de orde. Met deze woordzoeker ga je samen met je kind op zoek naar woorden die verstopt zijn in deze tabel. Er zijn twee woordzoekers opgenomen, opklimmend in moeilijkheidsgraad. Het eerste blad leert kinderen hoe ze moeten omgaan met een woordzoeker. Het tweede blad is voor de bollebozen, maar kan ook gebruikt worden als vervolg op het eerste blad. Laat het tweede blad pas maken als je kind geen moeite heeft met het maken van het eerste blad of als uw kind het 'woordzoeken' al vaker heeft gedaan.

Download Woordzoeker 1
Download Woordzoeker 2

Tip 5: Woordkaartjes

Met de woordkaartjes van het memory-spel kan je voor verschillende spelvarianten kiezen. Voor ieder spel geldt: knip de kaartjes uit en leg ze met het woord naar beneden op tafel neer. Plak de kaartjes desgewenst op dikker karton, zodat de woorden niet door het papier heen zichtbaar zijn.

  • Memory
    Draai om beurten twee kaartjes om en probeer er een woord van te maken. Wie heeft de meeste woorden? Mogelijk blijven er aan het eind van het spel onbruikbare kaartjes over.
  • Memory-variant
    Draai om beurten een kaartje om. Laat dat kaartje zichtbaar op tafel liggen, draai het dus niet terug. Speler 1 draait een kaartje om. Als dat kaartje een samenstelling geeft met een van de andere zichtbare kaartjes, mag die speler die kaartjes wegpakken. Speler 2 draait weer een kaartje om en zoekt of daar een nieuwe combinatie van te maken is. Wie heeft aan het eind de meeste kaartjes? De kaartjes die overblijven, tellen niet mee.
  • Wie vindt de meeste woorden?
    Leg de kaartjes zo neer dat alle woorden zichtbaar zijn. Wie vindt de meeste samenstellingen? De spelers schrijven de gevonden woorden op een blaadje. Ieder woord mag verschillende keren gebruikt worden. Met één woord kunnen immers diverse combinaties gemaakt worden. Na het spel tel je de gevonden woorden. Wie heeft de meeste samenstellingen? Een voorbeeld: woordkaartje ‘rug’ en woordkaartje ‘zak’ = rugzak. Je kan ook een speciale puntenverdeling afspreken: één punt voor elk woord dat alle spelers hebben gevonden; twee punten voor elk woord dat slechts één speler heeft gevonden.
  • Wie vindt de meeste woorden? – variant
    Verdeel de kaartjes onder de spelers. Iedere speler probeert zo snel mogelijk vijf samenstellingen met de eigen kaartjes te maken. Wie is het eerst klaar?
  • Zoek de kaartjes!
    Dit spel is geschikt voor minimaal drie spelers. Laat één kind de kaartjes verstoppen. Twee (of meer) kinderen gaan de kaartjes zoeken. Ieder kind maakt woorden met de kaartjes die het gevonden heeft. Wie heeft de meeste woorden?

Er zijn nog geen reacties.