Mijn kind leert lezen! Kern 10

6 april 2020

mijn-kind-leert-lezen-kern10-thumbnailpngLeert jouw kind lezen? Meer dan driekwart van de scholen maken hiervoor gebruik van de methode Veilig leren lezen van Uitgeverij Zwijsen. In dit artikel lees je wat je kind leert bij kern 10 en krijg je tips om je kind thuis te laten lezen en spelen met letters en woorden. 

Welke versie gebruikt de school van je kind?

Veilig leren lezen is er in twee versies: 2e maanversie, uitgebracht in 2003 en bekend als maan roos vis, en de (nieuwere) Veilig leren lezen kim-versie, uitgebracht in 2014. Beide werken met kernen, waarin je kind telkens andere letters leert en waarin specifieke lettercombinaties en klanken centraal staan. 

Kern 10, kim-versie: de natuur

Kern 10 gaat over wat er in de natuur gebeurt of kan gebeuren. Met de kinderen bespreken we zaken zoals weersomstandigheden, het landschap en de leefomgeving. Ze leren woorden als: de aarde, de beek, bewolkt, de heuvel, het kalf, de motregen, schuilen en de stortbui.

De nieuwe woordtypen in kern 10 zijn:

  • woorden van één lettergreep die eindigen op -eeuw, -ieuw of -uw, zoals: leeuw, nieuw en duw;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op vier medeklinkers, zoals: herfst en sterkst;
  • woorden van twee lettergrepen waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is, zoals: bomen;
  • woorden van twee lettergrepen die beginnen met twee of drie medeklinkers en waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is, zoals: knopen en strepen;
  • woorden van een of twee lettergrepen met in het midden van het woord -ng-, -nk-, -ch- of -aai-, -ooi-, -oei-, zoals: langzaam en zwaaien;
  • woorden van een of twee lettergrepen met in het midden van het woord -eeuw-, -ieuw- of -uw-, zoals: leeuwen en ruwe.

De leerlingen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), leren de volgende woordtypen lezen:

  • woorden van drie lettergrepen die eindigen op -eren, -elen of -enen, zoals: gisteren, hagelen en openen;, zoals spannend;
  • woorden van drie lettergrepen die eindigen op -ig, -lijk of -ing, zoals: negentig, vriendelijk en oplossing;
  • woorden van drie lettergrepen met in het midden van het woord -be-, -ge- of -ver-, zoals: weerbericht, ongeluk en treinverkeer;
  • samenstellingen van vier lettergrepen, zoals: boodschappentas;
  • woorden van vier of vijf lettergrepen (zonder specifiek kenmerk), zoals: burgemeester en onderwijzeres;
  • woorden van vier lettergrepen die beginnen met be-, ge-, ver-, on-, of ont-, zoals: weerbericht, ongeluk en treinverkeer.

Spelling

We herhalen de woordtypen die in de vorige kernen werden geoefend met spelling, zodat ze aan het eind van de kern worden beheerst.

Verder oefenen we met één nieuwe spellingcategorie, namelijk woorden van één lettergreep die beginnen met twee of drie letters en eindigen op twee medeklinkers met een tussenklank (kleefletter), zoals: dwerg en sterk.

Woorden van twee lettergrepen met met -aai, -ooi, -oei of een open lettergreep leren de kinderen wel lezen, maar deze spellingcategorieën horen niet bij de spellingstof van groep 3.

Begrijpend lezen

Sinds kern 7 besteden we met regelmaat aandacht aan begrijpend lezen. In deze kern oefenen we onder andere met gatenteksten: korte teksten van vier zinnen waarin in twee zinnen een woord ontbreekt. De kinderen maken de tekst af door het juiste woord te kiezen uit een aantal woorden.

Functioneel en creatief schrijven

Het thema van deze kern is heel geschikt voor schrijfactiviteiten, bijvoorbeeld beschrijvingen van het weer of van een dier. De kinderen maken tijdens kern 10 verschillende werkstukjes, die op sommige scholen worden verzameld in het ‘Natuurboek van de klas’. Wellicht kan je aan het eind van de kern eens een kijkje nemen in het boek.

Kern 10, 2e maanversie

In deze kern leert je  kind vooral woorden met 2 lettergrepen.

Je kind leert hoe woorden als 'moe-der', 'ge-luk', 'eer-lijk', 'bui-ten', 'ver-haal', 'schat-tig', 'schui-ven', 'be-doel' en 'hel-ling' worden gelezen. Het ontdekt en leest lettergrepen, die ook wel 'stukjes van woorden' worden genoemd. De leesmoeilijkheden breiden zich uit. Woorden met ieuw, eeuw en uw worden geoefend, woorden als plant en straat komen aan de orde.

Ook maken de kinderen kennis met de open lettergreep (maken, vogel). Het thema daarbij heeft betrekking op ‘verzamelen, museum, tentoonstelling’. Kinderen zullen misschien in de klas ook allerlei verzamelingen mogen maken of presenteren.

(Voor)leestips bij kern 10

Onderstaande titels sluiten aan bij het leren lezen op school. De meeste boekjes zijn niet los te koop, maar wel verkrijgbaar bij de bibliotheek.

Zelf lezen niveau maan

  • Ties en Veer en de schat, Marco Kunst en Jan De Kinder (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.2101.6
  • Waar is juf?, Marly van Otterloo en Jan Van Lierde, (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.2102.3
  • Wissel!, Frank van Pamelen en Siri van de Laar (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.2100.9
  • Een vlieg in de soep, Juul Lelieveld en Lars Deltrap, ISBN 978.90.487.2094.1 
  • Het Nest, Esther van Lieshout en Jan Lieffering, ISBN 978.90.487.2092.7
  • Het plan van Prim, Esther van Lieshout en Els Vermeltfoort, ISBN 978.90.487.2095.8
  • Ik wil een geit een dropje voeren, Bas Rompa en Merel Eyckerman, ISBN 978.90.487.2096.5
  • Ik wil geen wissel!, Frank van Pamelen en Siri van de Laar, ISBN 978.90.487.2091.0
  • Spoor in het zand, Bavo Dhooge en Saskia Halfmouw, ISBN 978.90.487.2093.4 
  • Ik ken al 25 paddenstoelen en bessen (informatief (kijk)boek), Björn Bergenholtz, ISBN 978.90.257.5278.1
  • In het bos van de luiaard (pop-upboek), Sophie Strady, Anouck Boisrobert en Louis Rigaud, ISBN 978.90.451.1182.7

Zelf lezen niveau zon

  • Geen wissel voor Sam!, Frank van Pamelen en Siri van de Laar, ISBN 978.90.487.2097.2
  • Het land van soldaat Bob, Els Rooijers en Els van Egeraat, ISBN 978.90.487.2098.9 
  • Joep Snoep, Jolanda Horsten en Sarah Gill, ISBN 978.90.487.2099.6 
  • Hoe kan het dat ... de wind waait? En andere vragen over onze planeet, Anita Ganeri en Chris Forsey, ISBN 978.90.548.3442.7

Voorlezen

  • Het geheim van de vergiftigde hond, Ruben Prins en Saskia Halfmouw, ISBN 978.90.258.5935.0
  • Zeg, kleine egel, wat slaap jij lang (prentenboek), Sabine Wisman en Vera de Backker, ISBN 978.90.501.1346.5

Kijk ook eens in de webshop van Zwijsen voor leuke boekjes voor beginnende lezers. De boekjes zijn te filteren op AVI-niveau, zodat je precies kunt aansluiten bij het leesniveau van je kind.

Speltips

Tip 1: Speurtocht

Op het eerste werkblad staan kaartjes die je kunt gebruiken voor het maken van een speurtocht in huis. Op het tweede werkblad staan kaartjes die je kunt gebruiken voor het maken van een speurtocht buiten. Stop de kaartjes voor de speurtocht buiten in plastic zakjes en hang die met een sluitdraadje op. Op elk blad staan ook lege kaartjes. Daarop kan je zelf een aanwijzing schrijven, als je wilt. Verstop jezelf aan het eind van de tocht of verstop een schat. Je kind kan de kaartjes al zelf lezen en kan dus ook zelf een speurtocht uitzetten.

Tip 2: Tel de lettergrepen

Een leuk taal- en leesspelletje om met je kind thuis te oefenen is 'tel de lettergrepen'. Je hebt dit werkblad en een dobbelsteen nodig.  Leg de woordkaartjes voor de spelers neer. Een speler gooit met de dobbelsteen en pakt een woord met een gelijk aantal lettergrepen als de ogen van de dobbelsteen. De speler klapt om te horen hoeveel lettergrepen het woord heeft. Is er geen woord meer met het aantal lettergrepen dat de dobbelsteen aangeeft, dan gaat de beurt voorbij. Speel tot alle kaartjes op zijn. Wie heeft de meeste kaartjes aan het eind van het spel?

1 reactie

marnix verpoot schreef op 2 juli om 14:46

heel goed