Mijn kind leert lezen! Kern 11

21 mei 2019

Leert jouw kind lezen? Meer dan driekwart van de scholen maken hiervoor gebruik van de methode Veilig leren lezen van Uitgeverij Zwijsen. In dit artikel lees je wat je kind leert bij kern 11 en krijg je tips om je kind thuis te laten lezen en spelen met letters en woorden. 

Welke versie gebruikt de school van je kind?

Veilig leren lezen is er in twee versies: 2e maanversie, uitgebracht in 2003 en bekend als maan roos vis, en de (nieuwere) Veilig leren lezen kim-versie, uitgebracht in 2014. Beide werken met kernen, waarin je kind telkens andere letters leert en waarin specifieke lettercombinaties en klanken centraal staan. 

Kern 11, kim-versie: Wat bewaar jij?

In musea worden uiteenlopende zaken bewaard en tentoongesteld. Veel kinderen zijn ook dol op het verzamelen van spullen. Op de thematafel zullen we allerlei zaken uitstallen die te maken hebben met de onderwerpen ‘museum’, ‘verzamelen’, ‘kunstwerkjes’ en ‘hobby’s’. Woorden die daarbij aan bod komen zijn onder andere: het album, breekbaar, de dino, het oudst, iets dubbel hebben en de tentoonstelling.

De nieuwe woordtypen in kern 11 zijn: 

  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -ig of -lijk, zoals: veilig en eerlijk;
  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -ing, zoals: buiging;
  • samengestelde woorden van drie lettergrepen, zoals: prentenboek en inpakken;
  • verkleinwoorden van drie lettergrepen die eindigen op -je, -pje of -tje, zoals: leesboekje, bezempje en appeltje;
  • woorden van twee of drie lettergrepen die beginnen met on- of ont-, zoals: onweer en ontbijt;
  • woorden van drie lettergrepen die beginnen met be-, ge- of ver-, zoals: bedoelen, gevaren en vertellen.

De leerlingen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), leren de volgende woordtypen lezen:

  • woorden van drie lettergrepen met een of meer open lettergrepen, maar niet met een open lettergreep aan het einde, zoals: krokodil en kamperen (maar dus niet: kimono);
  • woorden van drie of meer lettergrepen die eindigen op -ste, zoals: gevaarlijkste;
  • woorden van twee of meer lettergrepen die eindigen op -tie, zoals: vakantie;
  • leenwoorden, zoals: computer;
  • woorden met meerdere open lettergrepen (vlak) na elkaar, zoals: museum.

Spelling 

We herhalen de woordtypen die in de vorige kernen werden geoefend met spelling, zodat ze aan het eind van de kern worden beheerst. Verder maken de kinderen kennis met één nieuwe spellingcategorie, namelijk samengestelde woorden met alle mogelijke clusters, zoals: grasspriet en viltstift.

Begrijpend lezen 

Sinds kern 7 besteden we met regelmaat aandacht aan begrijpend lezen, waarbij in de werkboekjes met name de juiste antwoorden moeten worden gekozen. Aan het eind van deze kern leren de kinderen ook zelf antwoorden te formuleren en zinnen in de juiste volgorde te zetten. We bespreken de opdrachten altijd met de kinderen, om zo hun inzicht in wat belangrijk is om een tekst te kunnen begrijpen te vergroten. 

Functioneel en creatief schrijven 

In deze kern werken we aan een klassenmuseum. Elk kind kan hieraan een bijdrage leveren door bijvoorbeeld naam- en informatiebordjes te schrijven bij een presentatie van zijn eigen hobby. Ook leren ze vragen te formuleren over de hobby’s van hun klasgenoten, die ze aan elkaar kunnen stellen. 

Kern 11, 2e maanversie: vragen, prachtig en appelmoes

In deze kern leert je kind woorden met twee en drie lettergrepen. In kern 11 wordt verder geoefend met woorden waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is, maar nu beginnen de woorden met een cluster. Het gaat om woorden als: vragen, spelen, schotel, sturen. Ook komen tweelettergrepige woorden voor die eindigen op ‘lijk’, ‘tig, of ‘ing’, zoals moeilijk, prachtig, koning. En er wordt een begin gemaakt met eenvoudige drielettergrepige woorden zoals appelmoes, vuilnisbak en blokkendoos.

Het thema van kern 11 is ‘mijn lievelingsboek’. Opzoekboeken, dagboeken, woordenboeken, leesboeken, atlassen, kortom alle boeksoorten kunnen een plek krijgen in deze kern. 

(Voor)leestips bij kern 11

Onderstaande titels sluiten aan bij het leren lezen op school. Veel boekjes zijn niet los te koop, maar wel verkrijgbaar bij de bibliotheek.

Zelf lezen niveau maan

  • Een boek vol kunst!, Elisa van Spronsen en Sanne Duijf (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.2106.1.
  • Pas op, een mop!, Isabel Versteeg en Ineke Goes, (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.2108.5.
  • Ties en Veer en de storm, Marco Kunst en Jan De Kinder (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.2107.8.
  • Geen feest voor Giel, Kristien Dieltiens en Els Vermeltfoort, ISBN 978.90.487.2112.2.
  • Onweer in de tuin, Wouter Kersbergen en Lea Vervoort, ISBN 978.90.487.2111.5.
  • Op jacht naar de schat, Esther van Lieshout en Jan Lieffering, ISBN 978.90.487.2110.8.
  • Spullen sparen op het strand, Ruben Prins en Marja Meijer, ISBN 978.90.487.2114.6.
  • Vrij!, Floortje Zwigtman en Juliette de Wit, ISBN 978.90.487.2113.9.
  • Wie snoept er van de taart?, Mariken Jongman en Jort van der Jagt, ISBN 978.90.487.2109.2.
  • Ik weet een mop!, Erik van Os en Elle van Lieshout, ISBN 978.90.487.1878.8.
  • Hee, dat rijmt!, diverse auteurs, illustraties van Ann De Bode, ISBN 978.90.276.7429.6.
  • De hamster van Bas, Jolanda Horsten en Daniëlle Schothorst, ISBN 978.90.487.1015.7.

Zelf lezen niveau zon

  • Feest voor boeven, Els Rooijers en Els van Egeraat, ISBN 978.90.487.2104.7.
  • Kijk! Het grapjesboek, Ferry Piekart en Mieke Driessen, ISBN 978.90.487.2105.4.
  • Zusje te koop!, Anna Woltz en Eefje Kuijl, ISBN 978.90.487.2103.0.
  • Tom wordt drummer, Monique van der Zanden en Mariëlla van de Beek, 978.90.276.6435.8.

Voorlezen

  • Bling Bling Donut, Mariken Jongman en Jort van der Jagt, ISBN 978.90.487.2130.6.
  • Kobe maakt een museum (prentenboek), Ashild Kanstad Johnsen, ISBN 978.90.511.6984.3.
  • Het grote Rijksmuseum voorleesboek, Marion van de Coolwijk, Arend van Dam e.a. en Charlotte Dematons, ISBN 978.90.476.1382.4.

Kijk ook eens in de webshop van Zwijsen voor leuke boekjes voor beginnende lezers. De boekjes zijn te filteren op AVI-niveau, zodat je precies kunt aansluiten bij het leesniveau van je kind.

Speltips

Tip 1: Dobbelstenen

Het vlot lezen van de open lettergreep is nu aan de orde geweest. Juist die open lettergreep is erg moeilijk herkenbaar en daarom is veel en vaak oefenen nog steeds belangrijk. Met de twee dobbelstenen kan je met je kind een spel spelen waarin de open lettergreep wordt geoefend. Plak eerst de beide dobbelstenen goed in elkaar. Bij voorkeur plak je voor het uitknippen het werkblad met de dobbelsteen op stevig papier of karton. Neem ook wat fiches, krentjes of nootjes. Vervolgens gooien jij en je kind om beurten met beide dobbelstenen. Vormen de beide woorddelen samen een woord? Voor elk goed woord verdien je een fiche. Wie heeft de meeste? Kent je kind de betekenis van de gevonden woorden?

Tip 2: Woordzoeker

Je kind leest al veel woorden en op dit moment zijn de woorden met twee lettergrepen aan de orde. In deze woordzoeker zitten woorden met twee lettergrepen verborgen, zowel horizontaal als verticaal. Je kind gaat op zoek naar de verstopte woorden.
In kern 8 heeft je kind ook al de mogelijkheid gehad om een werkblad te maken waarop een woordzoeker staat. Mogelijk heeft je kind dat nog niet gedaan, en kan hij of zij eerst de woordzoeker van kern 8 maken als voorbereiding. In de woordzoeker van kern 8 staan de woorden alleen horizontaal. In deze woordzoeker staan de woorden ook verticaal. Zoek samen met je kind maar eens naar het verticale woord ‘knikkers’.

1 reactie

Lucia Reyna schreef op 3 juni om 06:04

Goede materiaal