Mijn kind leert lezen! Kern 3

24 oktober 2017

Leert jouw kind lezen? Meer dan driekwart van de scholen maken hiervoor gebruik van de methode Veilig leren lezen van Uitgeverij Zwijsen. In dit artikel lees je wat je kind leert bij kern 3 en krijg je tips om je kind thuis te laten lezen en spelen met letters en woorden. 

Welke versie gebruikt de school van je kind?

Veilig leren lezen is er in twee versies: 2e maanversie, uitgebracht in 2003 en bekend als maan roos vis, en de (nieuwere) Veilig leren lezen kim-versie, uitgebracht in 2014. Beide werken met kernen, waarin je kind telkens andere letters leert en waarin specifieke lettercombinaties en klanken centraal staan.

Wordt er gewerkt met de kim-versie van Veilig leren lezen, dan begint je kind bij kern Start. Daarna volgen kern 1 t/m 11 en het schooljaar wordt afgesloten met kern Afsluiting. Elke kern heeft een thema, dat geïntroduceerd wordt met behulp van een ankerverhaal. Werkt je kind met de 2e maanversie, dan begint je kind met kern 1 en wordt er afgesloten met kern 12.

Kern 3, kim-versie: d, oe, z, ij en h

In kern 3 van Veilig leren lezen kim-versie leren de kinderen de letters d, oe, z, ij en h. De kinderen oefenen het lezen en maken van woordjes die bestaan uit van één lettergreep met die letters die ze kennen, zoals kaas, eet en nee. Het kunnen lezen en maken van woorden als spaak en kaart zijn nog geen doel, maar de kinderen krijgen wel de gelegenheid om aan deze woorden te snuffelen en te proberen of ze deze woorden kunnen lezen en maken.

De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen: 

  • eenlettergrepige woorden die beginnen met ‘sch’, zoals: schoen, schuilt;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘ng’: ring, slang;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘nk’: bank, klank; eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘d’: koud, hard;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘b’: web, krab;
  • eenlettergrepige woorden met een lettercluster vooraan én achteraan: dwerg, klant, blond.

Kern 3, 2e maanversie: doos-poes-koek-ijs

In deze kern leert je kind de letters d - oe - k - ij - z en de woorden doos, poes, koek, ijs, zeep. Ook worden de letters van kern 1 en 2 herhaald. De nieuwe woorden en letters worden op school aangeboden aan de hand van een verhaal uit een reuzenboek. In dit verhaal vinden kinderen in een wensdoos telkens een nieuwe verrassing. Het thema van deze kern is ‘Wat zit erin?’

Woorden en zinnen

Je kind is bij het begin van kern 3 alweer een week of 7 in groep 3. Steeds meer woorden kunnen worden gelezen. Je kind leert niet alleen nieuwe letters en woorden, maar oefent deze ook op verschillende manieren. Een voorbeeld van zo'n oefening is het invullen van letters in woorden waarin een letter ontbreekt. Bij het stukje ‘-en’ kan je kind kiezen uit b, p en r om er een compleet woord van te maken. Het plaatje dat naast het woord afgebeeld wordt geeft aan welk woord bedoeld is (ben, pen of ren).

Je kind leest ook al korte zinnen:

ik eet een vis.
een kip en een aap.
tim zit bij een boom.

Veilig & Vlot

Waarschijnlijk heb je al vaker gehoord dat er op school gewerkt wordt met Veilig & Vlot? Wellicht is je kind al thuisgekomen met een Veilig&vlotdiploma, eerst na kern 1 en pas geleden na kern 2. Veilig & Vlot is een boekje met woordrijtjes die opklimmen in moeilijkheid. Je kind leert hiermee niet alleen correct, dus foutloos woorden lezen, maar juist ook vlot. Vlot lezen is een belangrijke voorwaarde voor het begrijpend lezen. Vraag je kind maar eens naar de verschillende werkjes die hij of zij op school maakt!

(Voor)leestips bij kern 3

Zelf lezen niveau maan

  • tip en taas, Rian Visser en Camila Fialkowski (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.1916.7

  • ik tik kip, Mark Janssen (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.1913.6

  • ik kook, Saskia Halfmouw (makkelijk lezen), ISBN 978.90.487.1919.8

  • beer eet vis, Eefje Kuijl, ISBN 978.90.487.1911.2

  • ik koop een reep, Gertie Jaquet, ISBN 978.90.487.1914.3

  • mees is raar, Juliette de Wit, ISBN 978.90.487.1917.4

  • ik pik een bes, Nancy Kers, ISBN 978.90.487.1920.4

  • ik mis noor, Wendy Panders, ISBN 978.90.487.1921.1

  • een vin!, Hugo van Look, ISBN 978.90.487.1922.8

Zelf lezen niveau zon

  • als ik kok ben, Jan Paul Schutten en Rick de Haas, ISBN 978.90.487.1912.9
  • ik ruik muis!, Anneke Scholtens en Nicole Rutten, ISBN 978.90.487.1915.0
  • aan zee, Annemarie Bon, ISBN 978.90.487.1918.1

Voorlezen

  • Pin wil geen prik, Lida Dijkstra en Pauline Oud, ISBN 978.90.437.0192.1
  • Balotje bij de dokter, Yvonne Jagtenberg, ISBN 978.90.258.6004.2
  • Pim is ziek, Isabel Versteeg en Mark Janssen, ISBN 978.90.487.1923.5
     

Kijk samen met je kind ook eens bij onze boeken (AVI-niveau Start) en bekijk de bladerversies!

Tips voor spelletjes bij kern 3

Schrijven op je rug 

Kinderen hebben in kern start tot en met 3 al veel letters geleerd. Het is een leuk spel om de letters op de rug van je kind te ‘schrijven’ en het kind te laten raden welke letter dat was. Je kan ook woorden schrijven, bijvoorbeeld: kaas – mes – dik – rek – boos – peer – maan – vin – teen – doek – mep – koe – poes – haas – zes – zoet – bek – moe.
Misschien vindt je kind het moeilijk om zich goed te concentreren. Als hulp kan je in een tijdschrift of folder plaatjes zoeken van bovengenoemde woorden en deze voor je kind neerleggen. Vervolgens kan het met behulp van de eerste letter al gaan zoeken naar het woord dat op de rug zal worden geschreven. Schrijf je bijvoorbeeld de letter -m-, dan kunnen wel vier plaatjes de juiste oplossing zijn. Maar na de letter -e- vallen er weer kaartjes af. Uiteindelijk geeft de laatste letter de oplossing.

Lezen voor het slapen gaan 

Je kind kent steeds meer letters en de vlotte lezers zullen al vaak naar eigen leesboekjes gaan grijpen. Sommige kinderen hebben echter wat meer moeite met lezen en kunnen er niet toe komen om zelf te gaan lezen. Vaak helpt het als je zegt dat je kind in bed nog een kwartiertje mag lezen voor hij of zij gaat slapen.

Blijven voorlezen 

Als je kind al zelf kan lezen, denk je misschien dat voorlezen nu niet meer hoeft. Niets is minder waar: blijf voorlezen! In voorleesverhalen bied je je kind een enorme woordenschat en taalachtergrond. Juist die elementen zijn belangrijk in de verdere lees-/taalontwikkeling van je kind. En natuurlijk vindt je kind het vooral gezellig om voorgelezen te worden. Het biedt een groter aanbod aan verhalen dan de eenvoudige tekstjes die je kind zelf kan lezen. En je stimuleert de nieuwsgierigheid naar het lezen in boeken.

 

Er zijn nog geen reacties.