Mijn kind leert lezen! Kern 9

27 maart 2018

Leert jouw kind lezen? Meer dan driekwart van de scholen maken hiervoor gebruik van de methode Veilig leren lezen van Uitgeverij Zwijsen. In dit artikel lees je wat je kind leert bij kern 9 en krijg je tips om je kind thuis te laten lezen en spelen met letters en woorden. 

Welke versie gebruikt de school van je kind?

Veilig leren lezen is er in twee versies: 2e maanversie, uitgebracht in 2003 en bekend als maan roos vis, en de (nieuwere) Veilig leren lezen kim-versie, uitgebracht in 2014. Beide werken met kernen, waarin je kind telkens andere letters leert en waarin specifieke lettercombinaties en klanken centraal staan. 

Wordt er gewerkt met de kim-versie van Veilig leren lezen, dan begint je kind bij kern start. Daarna volgen kern 1 t/m 11 en het schooljaar wordt afgesloten met kern Afsluiting. Elke kern heeft een thema, dat geïntroduceerd wordt met behulp van een ankerverhaal. Werkt je kind met de 2e maanversie, dan begint je kind met kern 1 en wordt er afgesloten met kern 12.

Kern 9, kim-versie: hoe kan dat?

Het thema van kern 9 is 'Hoe kan dat?' De kinderen leren allerlei zaken over techniek en doen zelf ook proefjes. Onder (voor)leestips vind je boeken die aansluiten bij het leesniveau van je kind en/of het thema. De nieuwe woordtypen in kern 9 zijn:

  • samengestelde woorden van twee lettergrepen met letterclusters, zoals hijskraan;
  • woorden van één lettergreep met een cluster van drie medeklinkers vooraan of achteraan, zoals strik en markt;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -aai, -ooi of -oei, zoals haai, kooi en roei;
  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -e, zoals korte;
  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -en, -er of -el, zoals bloemen, tijger en mantel;
  • woorden van twee lettergrepen met in het midden twee dezelfde medeklinkers, zoals takken;
  • woorden van twee lettergrepen met het voorvoegsel be-, ge- of ver-: betaal, gezien en vertel.

De leerlingen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), leren de volgende woordtypen lezen:

  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -end, zoals spannend;
  • woorden van twee lettergrepen die beginnen met me- of te-, waarbij de klemtoon ligt op de tweede lettergreep, zoals mevrouw en terug;
  • woorden van één of twee lettergrepen die beginnen met th- of wr-, zoals thee en wrijven;
  • woorden met de letter ‘i’ die wordt uitgesproken als /ie/, zoals piloot;
  • woorden van drie lettergrepen die eindigen op -etje, zoals bloemetje.

Spelling

We herhalen de woordtypen die in de vorige kern werden geoefend met spelling, zodat ze aan het eind van de kern worden beheerst:

  • woorden van één lettergreep die beginnen met of eindigen op twee medeklinkers, zoals stal en wesp;
  • eenvoudige samenstellingen van twee lettergrepen, zoals zakmes en voetbal;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met sch- ,zoals schaap;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ng, zoals bang;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -nk, zoals bank.

Verder oefenen we met het spellen van de woordtypen die de kinderen leren lezen, waaronder ook woorden van één lettergreep die eindigen op twee medeklinkers met een tussenklank (kleefletter), zoals: half, wilg, melk, helm, tulp, slurf, berg, vork, warm, harp en hoorn. De kinderen leren dat die letters aan elkaar ‘kleven’ en dat ze er geen letter tussen moeten schrijven. Het is dus ‘melk’ (en niet ‘melluk’).

Begrijpend lezen

Sinds kern 7 besteden we met regelmaat aandacht aan begrijpend lezen. De kinderen lezen korte tekstjes en leren na te denken over de inhoud, onder andere door zichzelf vragen te stellen en ook stil te staan bij de betekenis van de verwijswoorden (hij, zij, zijn, haar, hem, enzovoorts).

Oefenen met de software: de Bieb is ook geopend!

Als je kind thuis oefent met de leerlingsoftware, kan het nu in de Bieb vragen beantwoorden over gelezen boeken. Het gaat hierbij niet om wat het goede antwoord is, maar om hoe de kinderen het verhaal hebben beleefd. Hebben ze zelf bijvoorbeeld wel eens zoiets meegemaakt als de hoofdpersoon? Waar wonen zij zelf? In een flat, een rijtjeshuis of een boerderij? De vragen en antwoorden worden allemaal voorgelezen en zijn ook vaak voorzien van plaatjes. Ze kunnen de boeken ook waarderen en een boekentip geven aan een klasgenootje.

Als jouw kind een boek heeft gelezen, kan het vragen gaan beantwoorden door op de computer in het scherm te klikken. Uw kind voert de titel van het boek in en voegt het boek eventueel toe, als het boek nog niet bekend is in het programma. Dan volgt een aantal vragen. Na elke vraag klikt uw kind op de ‘play’-knop om naar de volgende vraag te gaan.

Als alle vragen zijn beantwoord, kan uw kind een klasgenootje een tip geven om het boek ook te lezen. Deze tip verschijnt dan op het prikbord van dat klasgenootje.

Je kind kan in de ‘etalagekast’ (de bruine boekenkast links in het scherm) een boek uitzoeken om te lezen. In de etalage staan boeken die aansluiten bij de kern die is ingesteld. Op de bovenste plank staan boeken uit de serie maantjes bij Veilig leren lezen, op de middelste plank staan boeken uit de serie sterretjes en op de onderste plank staan boeken uit de serie zonnetjes. De boeken zelf zijn niet opgenomen in het programma. De kinderen lezen de gedrukte boeken als de school of een bibliotheek in de buurt hierover beschikt.

Kern 9, 2e maan-versie

In kern 9 maakt je kind kennis met steeds meer nieuwe lettercombinaties. Aai, ooi, oei komen voor in eenvoudige woorden als ‘kraai’, ‘kooi’, ‘groei’. 

Het thema van deze kern is: ‘Hé, hoe kan dat?’ Kinderen gaan aan de slag met allerlei onderzoekjes en proefjes. In deze kern maakt je kind ook al kennis met tweelettergrepige woorden: vijver, bakker, kasten, balkon, poedel’. Het zijn nog woorden zonder open lettergreep. Ook komen woorden aan de orde zoals: ‘bedoel’, ‘verhaal’, ‘gezin’.

Begrijpend lezen

In kern 9 maakt je kind kennis met allerlei oefenvormen voor begrijpend lezen. Enkele voorbeelden: Je kind krijgt steeds een zin of een korte tekst. Daarna worden 3 uitspraken gedaan. Slechts 1 van de 3 uitspraken past bij de zin of tekst.

Voorbeeld: Els maakt een jurk. Die is voor de pop van Noor. Bij deze korte tekst staat een tekening. Je kind kan kiezen uit de volgende uitspraken:

  1. De pop is van Els.
  2. Noor maakt een jurk.
  3. De jurk is voor de pop.

Waarschijnlijk zal je kind in het begin fouten maken bij deze oefenvorm, omdat het te snel denkt dat een bepaalde uitspraak wel goed zal zijn. Je kind leert dat het de gekozen uitspraak goed moet controleren door de zin of tekst nog een keer te lezen.

Woordweb

Het maken van een woordweb komt in deze kern regelmatig aan de orde. Uitgaand van een kernwoord, bijvoorbeeld ‘wiel’ kunnen woorden worden gezocht die betrekking hebben op dat begrip. De woorden worden eromheen geschreven.

Zinnen in de juiste volgorde plaatsen

Ook het plaatsen van zinnen in de juiste volgorde met behulp van een plaatje is een van de oefenvormen. Met behulp van slechts één afbeelding kiest het kind welke van de zinnen de eerste zin is, welke de volgende etc.
 

(Voor)leestips bij kern 9

Onderstaande titels sluiten aan bij het leren lezen op school. De meeste boekjes zijn niet los te koop, maar wel verkrijgbaar bij de bibliotheek.

Zelf lezen niveau maan

  • Oom Jan is goud waard, Tosca Menten en Elly Hees, ISBN 978.90.487.2080.4
  • Pep en Mos, Joke Guns en Mariëlla van de Beek, ISBN 978.90.487.2081.1
  • Tijl in het oerwoud, Liesbeth Rosendaal en Ineke Goes, ISBN 978.90.487.2082.8
  • Waar is Zwiep?, Monique van der Zanden en Daniëlle Schothorst, ISBN 978.90.487.1983.9
  • nog een mop!, Erik van Os en Elle van Lieshout en Claudia Verhelst, ISBN 978.90.487.1360.8
  • Op reis met Lot en Luuk, Arend van Dam en Gertie Jaquet (samenleesboek), ISBN 978.90.276.6375.7
  • Was ik maar… , Annemarie Bon en Barbara de Wolf (samenleesboek), ISBN 978.90.276.6434.1

Zelf lezen niveau zon

  • Als de zee een zwembroek droeg, Erik van Os en Elle van Lieshout en Christoph Kirsch, ISBN 978.90.487.2088.0
  • Ridder Freddie, Isabel Versteeg en Daniëlle Roothooft, ISBN 978.90.487.2090.3
  • Slagroom op je pet, Els Rooijers en Els van Egeraat, ISBN 978.90.487.2089.7
  • Wat zit erin? Sophie Dauvois, Alex Barrow, Maggie Li, Mathilde Nivet en Acacio Ortas, ISBN 978.90.374.9061.9
  • Papier, Andrew Langley en Ian Winton, ISBN 978.90.548.3925.5

Voorlezen

  • De schapenkapper, Monique van der Zanden en Daniëlle Schothorst, ISBN 978.90.487.2128.3
  • Dr. Proktors schetenpoeder, Jo Nesbø en Georgien Overwater ISBN 978.90.477.0107.1

Kijk ook eens in de webshop van Zwijsen voor leuke boekjes voor beginnende lezers. De boekjes zijn te filteren op AVI-niveau, zodat je precies kunt aansluiten bij het leesniveau van je kind.

Tips voor spelletjes bij kern 9

Tip 1: Zoek de schat

Op het pdf-bestand dat je hieronder kunt downloaden en printen, zal je kind een schat ontdekken. De zin ‘ik zoek de schat’ brengt hem stap voor stap naar de plek waar de schat ligt. Verdere instructies staan in het bestand.

Download Ik zoek de schat

Tip 2: Kruiswoordpuzzel

De kruiswoordpuzzel op het onderstaande blad is een leuke spelvorm om de juiste spelling van woorden te oefenen. Vooral letters als ‘eu’ en ‘ui’ leveren vaak nog moeilijkheden op. In een kruiswoordraadsel moet je kind ze namelijk apart in een vakje zetten.
Maak het puzzelblad samen met je kind. Elk plaatje verwijst naar een woord. Laat je kind vertellen wat het plaatje is. Vul vervolgens samen met je kind het woord letter voor letter in de aangegeven vakjes in.

Download de kruiswoordpuzzel

Tip 3: Techniekspel

Dit is een spel voor twee spelers. Print werkblad 1 met de lottokaarten en werkblad 2 met de spelkaartjes. Laat je kind de voorwerpen op de spelkaartjes hardop lezen. Knip de spelkaartjes los. Verzamel onderstaande voorwerpen: 

  • nietje
  • speldje
  • sponsje
  • stukje papier
  • klontje suiker
  • houten prikker
  • muntje
  • dopje van een stift
  • kurk
  • dopje van een bierfles
  • spijker
  • gum
  • magneet(je)

Leg de voorwerpen in een mandje, met het magneetje ernaast. Zet een bakje water klaar. Geef iedere speler een lottokaart. Leg de losgeknipte spelkaartjes omgekeerd in het midden van de tafel.

Zo speel je het spel:

Neem om beurten een spelkaartje en lees wat er op het kaartje staat. Zoek op de lottokaart waar het kaartje hoort: is het iets wat drijft, zinkt, oplost, of juist niet? Weet je kind het antwoord niet, dan kan hij het met de voorwerpen in het mandje zelf onderzoeken. Wie het eerst de lottokaart vol heeft, is de winnaar!

Download Techniekspel: lottokaart
Download Techniekspel: spelkaartjes
 

Er zijn nog geen reacties.