Over- of juist onderprikkeld?

4 juni 2020

concentratie-kind-thumbnailpngHet zijn uitzonderlijke tijden. Kinderen zijn lang thuis geweest, mogen nu weer naar school, maar moeten meteen beginnen aan de eindspurt. Veel kinderen kunnen zich daardoor niet goed concentreren. Hoe kun je hier als leraar mee omgaan? Monique Thoonsen van 7 Zintuigen geeft concrete tips en legt uit dat veel drukke kinderen niet overprikkeld, maar juist onderprikkeld zijn.

De eindspurt

Hebben ze last van de warmte? Zijn ze aan vakantie toe? Waarom loopt de concentratie vanaf mei en juni zo snel terug? ‘De laatste weken van het schooljaar zijn kinderen vooral moe’, vertelt Monique. Ze is fysiotherapeut, pedagoog, specialist in het herkennen van over- en onderprikkelde kinderen en schrijver van de boeken ‘Wiebelen en friemelen in de klas’ en ‘Wiebelen en friemelen thuis’.

Wat is onderprikkeld?

Onderprikkeld zijn, is voor veel leerkrachten een onbekend fenomeen. ‘Terwijl dat nou juist de kinderen zijn die de lessen het meest verstoren doordat ze moeite hebben zich te concentreren. Onderprikkelde kinderen die heel druk zijn doordat ze op zoek zijn naar bijvoorbeeld tast- of bewegingsprikkels, krijgen van de leerkracht vaak het etiket: overprikkeld. En de onderprikkelden die niet actief zoeken naar prikkels, vallen niet op. Zij zijn gewoon stil.’

Het misverstand dat druk gedrag overprikkeld betekent, is enorm groot. ‘Bij druk gedrag nemen leerkrachten prikkels weg. Ze zetten het kind op een rustige plek, maar daar wordt het onderprikkelde, prikkelzoekende kind juist drukker van. Deze kinderen hebben juist meer prikkels nodig.’ Monique geeft workshops en trainingen. ‘In veruit de meeste voorbeelden die leerkrachten geven, spelen onderprikkelde kinderen de hoofdrol. Dit zijn kinderen die op een enthousiaste manier druk zijn. Ze vragen om meer. Ze willen bijvoorbeeld staand hun werk doen, materialen uitdelen of even een rondje rennen op de gang. De bewegingsprikkels die ze daardoor krijgen, zorgen ervoor dat ze alert blijven en zich beter kunnen concentreren.’

overprikkeld onderprikkeld

Druk en gespannen

Maar waar herken je het overprikkelde kind dan aan? ‘Dat kind is gespannen, wil dingen regelen, is snel geïrriteerd. Het wil controle hebben, het wil dat dingen op een bepaalde manier gaan. Vooral die spanning is duidelijk zichtbaar, zeker als je een kind al wat langer kent. Dit is het kind dat wél baat heeft bij wat minder prikkels om zich heen.’

Beweeg, beweeg, beweeg!

De beste tip die Monique leraren voor deze en andere drukke perioden kan geven, is: ‘Beweeg! Beweging heeft effect op het hersengebied dat het slaap-waakritme regelt. Beweging zorgt dus dat je wakkerder wordt.’ Ze voegt hieraan toe dat elk kind een andere hoeveelheid beweging nodig heeft. Dit brengt haar bij de tip die zij en haar collega’s ook vaak geven. ‘Laat kinderen staand werken. Veel kinderen worden hier rustiger van, omdat ze dan voldoende kunnen bewegen. Ze kunnen een beetje wiebelen op hun voeten en gebruiken veel meer spieren dan als ze zitten. Dit zorgt voor een betere concentratie.’ Staand werken, is vooral geschikt voor kinderen die veel wiebelen op hun stoel. ‘Zet ze aan een kast of vensterbank, maar een zit-statafel is natuurlijk het beste.’ Staand werken kun je combineren met een wiebelplank of fietsstoel. ‘Anderen concentreren zich juist het beste als ze zitten.’

Weet hoe je zelf in elkaar zit

Nog een belangrijk aspect: weet als leraar hoe je zelf in elkaar zit. ‘In ‘Wiebelen en friemelen thuis’ typeren we de verschillende typen neutrale, over- en onderprikkelde kinderen als een aap, beer, kat, hond en haas. De meeste mensen en dus ook kinderen passen niet volledig in één hokje. Dit zijn de vijf meest voorkomende varianten. Bovendien staan tijdens drukke perioden de prikkelfilters bij iedereen meer open en reageren we dus sneller overprikkeld.’

Verschil overprikkeld en ADHD

De missie van deze trainer is om over- en onderprikkeldheid net zo bekend te maken als ADHD. ‘Weten dat je over- of onderprikkeld bent, leidt ertoe dat je weet wat je moet doen om je optimaal te kunnen concentreren en om je goed te voelen.’ Ze krijgt vaak de vraag wat het verschil is tussen overprikkeldheid en ADHD. ‘Een kind met ADHD laat ontremd gedrag zien, kan de gevolgen van zijn acties niet overzien en blijft maar doen. Ook het overprikkelde kind is druk, maar op bepaalde momenten kan het wél focussen. Dat is bijvoorbeeld na de gymles, het buitenspelen of het uitdelen van schriften. Het onder- of overprikkelde kind heeft even bewogen en kan zich dan wel concentreren. Voor de ADHD‘er werkt dit niet zo, die blijft impulsief.’

Workshops en trainingen

Van ‘Wiebelen en friemelen in de klas’ zijn al tienduizend exemplaren verkocht. Monique schreef de boeken samen met Carmen Lamp. Ook heeft Monique workshops en trainingen vanuit het bedrijf 7 Zintuigen, en er is een werkboek voor kinderen. 'We willen kinderen leren hoe ze zich lekker voelen, met meer of juist minder zintuiglijke prikkels. En dan kunnen ze zich ook beter concentreren. Als ze dat op de basisschool al ontdekken, hebben ze daar de rest van hun leven profijt van.’

Tips

  • Beweeg meer! Zie je de concentratie verslappen, zing even een liedje met je klas.
  • Als je voor een liedje kiest, geef overprikkelde kinderen dan de mogelijkheid zich af te schermen, bijvoorbeeld door genoeg ruimte te geven bij een beweegliedje of door even een gehoorbeschermer op te zetten.
  • Verplaats een deel van de activiteiten naar andere maanden.
  • Hang extra weekkalenders in de klas zodat kinderen kunnen zien wanneer er weer een normale week is. Geef ook in drukke weken aan welke momenten zoals altijd zijn. Hiermee bied je kinderen houvast.
  • Als je een kind iets geeft om mee te friemelen, kies dan voor een voorwerp dat geen lawaai maakt. Een veter of postbode elastiek werkt prima.
  • Maak goede afspraken met de leerling over hoe en wanneer hij het friemelmateriaal mag gebruiken. Het mag nooit storen.