Programmeren van kleuterklas tot in groep 8

2 februari 2018

Drones besturen, 3D-printen en websites ontwerpen en inrichten, zijn mooie manieren om kinderen digitale geletterdheid bij te brengen. Veel scholen worstelen met hoe ze deze 21e eeuwse vaardigheid een plek kunnen geven in hun onderwijs. Wij legden ons oor te luisteren bij twee stichtingen die op dit gebied voorop lopen.

Hoe integreren zij digitale geletterdheid? Wat vergt dat van de leerkracht? Hoe ziet het onderwijs er dan precies uit in de verschillende groepen? En last but not least: hebben ze tips voor scholen die nog niet zover zijn?

‘Een werkstuk maken in Word is leuk, maar we willen laten zien wat er allemaal mogelijk is op digitaal gebied. Dus maken onze leerlingen een werkstuk met een 3D-printer en gaan ze met een VR-bril virtueel op stap naar de andere kant van de wereld’, vertelt Sander Gordijn van PCBO Meppel.

Hoe integreren jullie digitale geletterdheid succesvol in het onderwijs?

Sander: ‘2,5 jaar geleden zijn we met steun van het bestuur en de directeuren een innovatiewerkgroep gestart. Er zitten leerkrachten van elke school in die werkgroep. We ondersteunen elkaar en maken samen plannen. De leden van de werkgroep hebben allemaal hun eigen specialisme en passie.’ 


Jasper’t Hart, adviseur onderwijs en kwaliteit bij Openbaar Onderwijs Groningen en projectleider digitale geletterdheid: ‘In 2015 kreeg ik van een bestuurder de vraag: doen wij iets aan digitale geletterdheid? Ik moest bekennen dat we wel iets deden, maar niets structureels. Vervolgens mocht ik aan de slag met het ontwikkelen van een doorgaande leerlijn van kleuters tot en met 6 vwo.

De leerlijn is gebaseerd op de vier deelgebieden gedefinieerd door het SLO: ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, informatievaardigheden en computational thinking.

Jasper: ‘Het momentum is daar. Al onze scholen zijn ervan doordrongen dat ze er iets mee moeten.’ 

Samen met leerkrachten heb ik doelen gedefinieerd voor elk deelgebied. Vervolgens is er een pilot gestart met 5 basisscholen om te onderzoeken hoe we de vaardigheden kunnen integreren in de reguliere vakken. De leerkrachten mochten zelf bedenken hoe ze de uitvoering aan zouden pakken. Op elke school is een projectleider die hier 1 dag in de week aan besteedt en ik werk samen met een projectleider PO en een projectleider VO.

Na de zomer van 2016 zijn we gestart met lescycli van tien weken in verschillende groepen. Daarna zijn we opgeschaald door op de pilotscholen in alle groepen aan de slag te gaan om zo een doorgaande leerlijn te ontwikkelen. Halverwege het huidige schooljaar is het project uitgerold op alle scholen en loopt het overal prima. Er zijn ontzettend veel leuke lessen ontwikkeld en op het gebied van vak-integratie bleek veel meer mogelijk dan we dachten.’

Wat vergen deze projecten van leerkrachten?

Sander: ‘Het vergt best veel van hen, tijd bijvoorbeeld. Per school kijken we wanneer er ruimte is voor welke activiteiten. Sommige leerkrachten hebben wel wat angst ten opzichte van de nieuwe technieken. Wij bieden ondersteuning door materialen te regelen, handleidingen en video's te maken en te helpen op school. Ook merken we dat groep 8-leerlingen leerkrachten kunnen helpen. Onderling helpen leerlingen elkaar ook.’ 

Jasper: ‘We vragen elke leerkracht er drie uur per week mee bezig te zijn, dat is veel. Maar die tijd is wel te creëren. We stimuleren leerkrachten bijvoorbeeld om methoden eens los te laten zonder angst de kerndoelen niet te behalen. We monitoren de CITO-opbrengsten en zien de resultaten nergens dalen.

Jasper: 'We vinden het belangrijk dat leerkrachten dingen uit durven proberen.'

We vragen hen zowel positieve als negatieve ervaringen terug te koppelen aan de projectleider binnen school. Ook zorgen we voor scholing in vaardigheden die nog ontbreken. Zo is er bijvoorbeeld een school gestart met digitaal vergaderen en het werken in OneNote. Toen bleek dat een aantal leerkrachten de vergaderstukken niet had, omdat ze niet wisten hoe die te openen, kon de projectleider direct het gesprek aan gaan en vragen wat zij nodig hebben om dit wel te kunnen.’ 

Hoe ziet het onderwijs er in de verschillende groepen uit?

Sander: ‘Wij vinden dat je kinderen dingen moet laten ervaren. Binnen onze nieuwste basisschool Talent hebben we bijvoorbeeld het project de kleinste winkel. Kinderen ontwerpen en maken onder andere sleutelhangers en armbandjes met de 3D-printer en verkopen die twee dagen lang vanuit een echt winkelpand in het centrum van Meppel. In het managen van een winkel en de productie van eigen producten, komen verschillende vaardigheden samen. Dit is een leuk en leerzaam project voor groep 1 tot en met groep 8. Dankzij subsidies van gemeenten, de provincie en partijen zoals Rabobank zijn dit soort projecten mogelijk.’

Sander: ‘We willen ons onderwijs verrijken en interessant maken. En daar slagen we op deze manier goed in.’

Jasper: ‘We betrekken het bedrijfsleven in de regio actief bij ons onderwijs. Een groep 6- leerkracht wilde topografie anders invullen en heeft contact gelegd met een bedrijf dat websites bouwt. Leerlingen zijn naar het bedrijf gegaan met de opdracht: bouw een website van Nederland met de provincies, hoofdsteden en een aantal wetenswaardigheden. De website moest zo geprogrammeerd worden dat kinderen uit België zouden snappen hoe Nederland in elkaar zit.

Via een design thinking proces zijn de leerlingen met het bureau aan de slag gegaan. In groepjes van 5 hebben ze een eigen provincie opgepakt. Ze hebben geleerd hoe Nederland eruit ziet, wat de hoofdsteden van de provincies zijn, wat er in die steden te doen is, maar ook hoe een site bouwen werkt en hoe je een filmpje kunt embedden. Een mooi voorbeeld van Aardrijkskunde anders inrichten.’ 

Sander: ‘Kleuters leren programmeren met Co-de-Rups of Bee-bots. Groep 3 en 4 maakt veel gebruik van ScratchJR. Maar we laten hen ook offline programmeren, door bijvoorbeeld spellen te bedenken en te maken op papier. Hier leren ze enorm veel van. Ook zetten we M-bots en Dash and Dots in die met de Ipad geprogrammeerd kunnen worden. Hiermee kunnen zowel onderbouw- als bovenbouwleerlingen aan de slag.

In de bovenbouw loopt een project rond Virtual Reality. Voor kleuters en onderbouwleerlingen is dit niet geschikt, omdat zij nogal eens misselijk worden als ze een VR-bril op hebben. Deze bril is zeer geschikt voor gebruik in aardrijkskundelessen. Het brengt andere werelddelen binnen handbereik. De 3D-printer wordt bijvoorbeeld ingezet in het crea-circuit. Sowieso krijgt elke leerling een introductie in 3D-printen en kinderen die er meer mee willen doen, mogen dat.’
 
Jasper: ‘Met subsidie van de gemeente Groningen kunnen we leerkrachten scholen in het gebruik van de apparatuur in de vijf E-labs die we ingericht hebben op VO-scholen. Hierin staan materialen zoals 3D-printers, een groene wand en videoapparatuur. De PO-scholen maken er ook gebruik van en dat geldt ook voor het lokale bedrijfsleven. Zo nemen leerlingen uit groep 8 hier bijvoorbeeld scènes op die ze gebruiken in de musical. Ze schrijven het script en voeren het uit in het E-lab. We willen leerlingen laten zien wat er allemaal voor apparaten en technieken zijn en nodigen bedrijven uit om nieuwe technieken in onze labs te laten testen.’ 

Hebben jullie tips voor scholen die nog niet zo ver zijn? 

Sander: ‘Kijk waar de passie van je leerkrachten ligt, waar zijn ze nieuwsgierig naar? Geef hen tijd en budget om zich in die technieken te verdiepen. Wij hebben onze directeur overtuigd door er eerst zelf mee aan de slag te gaan. De losse projecten leidden tot zoveel enthousiasme dat we groen licht kregen voor de oprichting van de werkgroep. Dankzij onze directeur is digitale geletterdheid een speerpunt van onze stichting. Dat is echt een voorwaarde om echt ergens te komen.’ 

Jasper: ‘De randvoorwaarden die nodig zijn om digitale geletterdheid in te bedden in het onderwijs zijn: een bestuurder met visie, die er geld voor vrij wil maken en het in het beleid op wil nemen. Daarnaast moeten directeuren leerkrachten hiervoor de ruimte geven en zijn er leerkrachten nodig met lef en affiniteit met IT.’

Meer weten?

Op www.PCBOmeppel.yurls.net deelt de innovatiewerkgroep waar ze mee bezig zijn. En op youtu.be/NjfMrnLm5yE kun je zien hoe Openbaar Onderwijs Groningen hun project opgezet hebben.

Voortaan op de hoogte blijven van trends en ontwikkelingen? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

 

Sander Gordijn is ICT-coördinator, leerkracht in een kleutergroep en voorzitter van de innovatiewerkgroep PCBO Meppel. Deze stichting bestaat uit 6 basisscholen met 1500 leerlingen en 120 leerkrachten. 

Jasper ’t Hart is adviseur onderwijs en kwaliteit bij Openbaar Onderwijs Groningen en projectleider digitale geletterdheid. Openbaar Onderwijs Groningen bestaat uit 18 basisscholen met 7500 leerlingen, 800 leerkrachten en 11 VO-scholen met 8500 leerlingen en 900 docenten. Ook de SO, SBO en VSO-scholen doen mee aan het project.

Er zijn nog geen reacties.