'Taal in beeld biedt ruimte voor de belangstelling van het kind'

14 april 2017

“Coöperatief leren staat bij ons centraal. Taal in beeld van Uitgeverij Zwijsen sluit daar goed bij aan en biedt ruimte voor de belangstelling van het kind," vertelt Magda Kusters. Samen met een duo-collega geeft zij les aan groep 4 op Basisschool Den Akker in Oisterwijk. 

'Behalve dat wij Taal in beeld een aantrekkelijke methode vinden, sluit de methode goed aan bij het soort onderwijs dat we geven. Wij hechten aan een duidelijke structuur. De methode biedt die ook met de heldere indeling in aanpak 1, 2 en 3. Daar komt bij dat we binnen de methode veel verschillende coöperatieve werkvormen kunnen inzetten en er een prettige afwisseling in de lessen zit. Een ander pluspunt is dat het lesprogramma niet overvol zit. We krijgen het programma af en hebben ruimte voor uitloop.”

Spelling in beeld

Spelling in beeld sluit goed aan bij de taallessen. “Een enorme vooruitgang”, aldus Magda. “Spelling in beeld spreekt ons aan, omdat alle spellingcategorieën: klankwoorden, regelwoorden, onthoudwoorden en werkwoorden erg duidelijk aan bod komen.” Ze heeft in verschillende groepen met de lesmethode voor taal en spelling gewerkt. “Specifiek voor groep 4 is het erg prettig dat het aantal lessen in het eerste blok van Taal in beeld beperkt is, zodat er ruimte is om extra te oefenen met bijvoorbeeld technisch lezen.”

Ze noemt de overgang van groep 3 naar groep 4 groot, omdat kinderen in groep 4 voor het eerst met meerdere methoden aan de slag gaan. “Dan is het fijn dat het aantal lessen de eerste paar maanden beperkt is.” Blok A bestaat uit drie lessen per week, blok B bestaat uit vier lessen per week. “Met blok B start je na de Kerstvakantie. Op dat moment zijn de kinderen gewend aan groep 4 en aan de methode.”

Opdrachten woordenschat

Niet alleen de leerkracht is blij met Taal in beeld en Spelling in beeld. “Mijn leerlingen zijn vooral enthousiast over de lessen ‘spreken en luisteren’. Ook opdrachten in het werkboek die eigen inbreng vragen, spreken hen erg aan. Bijvoorbeeld als ze uit vier woorden een woord mogen kiezen waarmee ze een woordweb moeten maken. Ook het schrijven van een podiumtekst en het verlengen van zinnen vraagt eigen inbreng.” De methode sluit goed aan bij de belevingswereld van haar leerlingen.

“Er is echt ruimte voor de belangstelling van het kind. De onderwerpen zijn herkenbaar. Ze kunnen zich goed verplaatsen in de verhalen, dat merk ik aan hun reacties. Bijvoorbeeld doordat ze spontaan vertellen over soortgelijke ervaringen.” Magda en haar collega’s proberen hun leerlingen de 21e-eeuwse vaardigheden bij te brengen. “De woordenschatopdrachten sluiten daar goed bij aan. Zo leren de kinderen verschillende manieren om de betekenis van een woord te achterhalen en moeten ze een tekening maken bij een woord en daar een zinnetje bij bedenken. Dit soort opdrachten leert hen creatief na te denken en zelfstandig te zijn.”

Zelfstandig werken heet op deze school ‘Akkeren’. “Elke leerling heeft een Akkerkaart. Sinds februari zet ik in mijn groep ook taallessen op deze kaart en dat werkt heel goed. Per week bekijk ik welke les geschikt is om zelfstandig te doen.” Met de herhalingsles van Spelling in beeld doet ze dit ook regelmatig.

Afwijken van de methode met ‘mix en koppel’

Vooral de eerste maanden van het schooljaar kiest Magda er bewust voor om van de methode af te wijken. “Dit doen we bijvoorbeeld bij de opdrachten die in het schrift gemaakt moeten worden. Die maken we vooral klassikaal of in een coöperatieve werkvorm. We werken veel met tweetalcoach. Het ene kind schrijft het antwoord op, het andere kind zegt of dat goed is. Veel opdrachten in de methode zijn hier geschikt voor.” Zo staat bij woordenschat aan het begin van elk blok een lijst met woorden die kinderen dat blok gaan leren.

Om de woorden nog eens extra in te oefenen, giet Magda die geregeld in een coöperatieve werkvorm. “Dan noemt het ene kind het woord en geeft een ander de betekenis. Of ik maak kaartjes met plaatjes en kaartjes met daarop de bijbehorende woorden en laat de klas het spel mix en koppel doen. De kinderen lopen door de klas op zoek naar het bijbehorende woord of plaatje.”

‘Extra oefenen tijdens de herhalingsweek’

Magda heeft een klas met veel goede aanpak 3-leerlingen. “Bij taal zijn dat er 18 van de 26. De methode biedt hun voldoende uitdagend materiaal zoals de creatieve schrijfopdrachten in Taalmaker. Doordat deze groep zo zelfstandig kan werken, heb ik meer tijd om de aanpak 1-kinderen gericht te begeleiden.” Met deze kinderen maakt Magda veel opdrachten op het digibord. “Dit vergroot de betrokkenheid doordat ze zelf de antwoorden mogen aanklikken.”

Tijdens de herhalingsweek heeft ze tijd om extra met de aanpak 1-leerlingen te oefenen. Na de toets volgt een herhalingsweek. “De Toetssite is echt een verademing. Wij toetsen op papier en voeren de uitslag in. Vervolgens genereert de Toetssite de herhalingsopdrachten, bladen kopiëren hoeft dus niet meer. De Toetssite heeft een directe link met de Leerkrachtassistent dus ook daarop zien we in welke aanpak welke leerlingen horen.”

Er zijn nog geen reacties.