5 tips om kinderen te leren discussiëren

Burgerschapsonderwijs heeft als doel om elke leerling op te voeden tot een volwaardig lid van onze samenleving. Daarbij hoort ook dat leerlingen, onder andere door middel van groepsgesprekken, komen tot meningsvorming over allerlei thema’s die in onze samenleving spelen. En dat zijn soms gevoelige thema’s, zoals discriminatie, slavernij en gender. Als leerkracht speel je een belangrijke rol in deze gesprekken, en dat is niet altijd even gemakkelijk. In dit artikel staan vijf tips om zo’n groepsgesprek in goede banen te leiden.

Tip 1: Zorg dat discussiëren een bekende werkvorm is

Door een veilig klimaat binnen je groep te creëren waarin discussiëren geen uitzondering is maar een steeds terugkerende werkvorm, zorg je voor een open sfeer waarin iedereen zijn mening durft te geven. Veel van het ‘gevoelige’ van een thema verdwijnt als de leerlingen gewend zijn aan het voeren van discussies. Ze ervaren dan dat de vorm waarin je zulke gesprekken voert, in alle gevallen dezelfde is, ongeacht het gespreksthema.

Tip 2: Maak duidelijk dat een mening een interpretatie van feiten is

Zorg dat de leerlingen zich ervan bewust worden dat een mening een interpretatie van feiten is. En dat er soms feiten zijn die jouw mening onderuit halen. Maar dat er ook feiten zijn waarop je verschillende meningen kunt baseren.

Een voorbeeld is de discussie in de VS over het vrije wapenbezit. Door tegenstanders hiervan wordt aangedragen dat die vele wapens bijdragen aan de vele aanslagen in het land. Terwijl voorstanders aandragen dat aanslagen juist voorkomen kunnen worden als iedereen een wapen draagt.

Omdat een mening een interpretatie is van feiten, is het natuurlijk belangrijk om na te gaan of iemand tijdens een groepsgesprek ook de juiste feiten aandraagt. De begrippen fake news en fact-checking duiken niet voor niets telkens op. Net als uitspraken als ‘Het is waar, want het staat op Facebook.’

Tip 3: Geef de leerlingen de kans om zich voor te bereiden

Zeker als je groep nog weinig ervaring heeft met discussies of als de leerlingen weinig kennis hebben over het gespreksonderwerp, is het belangrijk dat je ze voorbereidingstijd geeft. Vertel de leerlingen over welk onderwerp jullie gaan discussiëren en geef ze de opdracht om feiten te zoeken waarop ze hun mening kunnen baseren. Besteed expliciet aandacht aan het zoekproces en bespreek welke bronnen betrouwbaar zijn en welke niet.

Om te voorkomen dat een mening op fake news wordt gebaseerd, is deze regel uit de journalistiek een goed uitgangspunt: ‘Eén bron is geen bron’.

Tip 4: Gebruik actieve werkvormen

Door actieve werkvormen te gebruiken, verlaag je de drempel om te discussiëren en houd je alle leerlingen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Werken met wisbordjes
    Je geeft een stelling en elke leerling schrijft een cijfer van 1 t/m 5 op zijn wisbordje. 1 betekent helemaal mee oneens en 5 betekent helemaal mee eens. Daarna volgt de discussie. Aan het eind geven de leerlingen opnieuw hun mening door een cijfer te geven. Op die manier kun je goed zien of leerlingen door te discussiëren van mening veranderd zijn.

  • Kies je plaats
    Je geeft een stelling en de leerlingen kiezen hun plaats in het klaslokaal: eens, oneens, weet niet. Daarna volgt de discussie en aan het einde kiezen de leerlingen weer hun plaats. Zijn ze van mening veranderd?

  • Sta op en wissel uit
    Je geeft een stelling en de leerlingen krijgen bedenktijd. Ze schrijven op of ze het met de stelling eens of oneens zijn en schrijven in steekwoorden hun argumenten op. Laat alle leerlingen dan staan en wijs een leerling aan die zijn antwoord met argumenten geeft. Alle leerlingen die dezelfde argumenten hebben, gaan zitten. Ga zo door totdat iedereen zit.

Tip 5: Bereid jezelf goed voor

Zorg ervoor dat je goed voorbereid bent om de discussie in goede banen te leiden. Met deze vuistregels kom je een heel eind.

  • Duik in het onderwerp
    Zorg dat niet alleen de leerlingen maar ook jijzelf goed op de hoogte bent van het onderwerp en van de verschillende opvattingen die erover bestaan.

  • Ga telkens uit van een stelling
    Het is voor de opbouw van een leergang discussiëren handig om uit te gaan van een stelling. Een stelling prikkelt en zet aan tot actief meedoen. Niet voor niets staat in elke les van De Zaken van Zwijsen een stelling waarop leerlingen kunnen reageren en waarover ze kunnen discussiëren.

    Voorbeelden van stellingen in De Zaken van Zwijsen zijn:
    • Je mag altijd in opstand komen tegen je regering.
    • Iedere Nederlander mag trots zijn op de VOC en de WIC.
    • Je moet altijd je mening kunnen geven, ook als je daarmee anderen kwetst.
    • Na meer dan 90 jaar moet je stoppen met het herdenken van een oorlog.
    • Iedereen in Nederland mag zijn geloof hebben. Ook als sommige regels niet kloppen met de wetten van ons land.
    • Een standbeeld voor Napoleon? Een goed idee!
  • Blijf gespreksleider en geen deelnemer
    Als gespreksleider ben je objectief. Je zorgt ervoor dat de leerlingen hun (verschillende) standpunten en perspectieven kunnen uiten. Geef niet zelf je mening, want als jij als leerkracht je mening geeft, zullen leerlingen met een andere mening misschien dichtklappen. Jouw mening heeft immers een gezaghebbende status.

  • Neem een tegengesteld standpunt in als er meteen consensus is
    Als een discussie niet op gang komt, of als alle leerlingen al bij de start van de discussie dezelfde mening zijn toegedaan, kun je je objectieve rol loslaten en een tegengesteld standpunt innemen. Op die manier zet je de leerlingen nog verder aan het denken en leer je ze om zich te verplaatsen in een ander: ‘Ah, op die manier had ik er nog niet naar gekeken.’ En dat is goed, want voor iedereen geldt: van discussiëren kun je leren!

Checklist groepsgesprek

Kort samengevat hieronder nog eens de vijf tips voor een goed groepsgesprek over gevoelige onderwerpen:

  1. Zorg dat discussiëren een bekende werkvorm is.
  2. Maak duidelijk dat een mening een interpretatie van feiten is.
  3. Geef leerlingen de kans zich voor te bereiden.
  4. Gebruik actieve werkvormen.
  5. Bereid jezelf goed voor:
  • Duik in het onderwerp.
  • Ga telkens uit van een stelling.
  • Blijf gespreksleider en geen deelnemer.
  • Neem een tegengesteld standpunt in als er meteen consensus is.

Reacties (0)

Geef een antwoord

Jouw email wordt niet gepubliceerd.

Toegevoegd aan winkelmand

Naar winkelmandje