Topografie in betekenisvolle context: 5 werkvormen

Tijd voor topo? Met deze 5 werkvormen bied je topografie in een betekenisvolle context aan.

Wereldzaken (onderdeel van De Zaken van Zwijsen) besteedt veel aandacht aan topografie als onderdeel van kaartvaardigheden. De basis daarvoor vormt de topolijst van Cito. Voor het inoefenen van de topografie kun je gebruikmaken van de digibordopdrachten bij elke les en de oefenbladen bij elk thema. Deze oefenbladen staan in het menu Leerkracht. Elk thema sluit af met een aparte topotoets, digitaal of papier.

Plaatsbeschrijving

Zowel bij het inoefenen als bij de toetsing worden de topografische items zoveel mogelijk in context aangeboden. Dat betekent dat Wereldzaken verder gaat dan alleen maar het koppelen van een plaatsnaam aan de ligging op de kaart. Want ‘topografie’ betekent letterlijk ‘plaatsbeschrijving.’ Het gaat dus niet alleen om de ligging van een plaats op de kaart maar ook om de kenmerken van die plaats. Daardoor krijgt het stipje op de kaart een eigen karakteristieke invulling waardoor ook de ligging op de kaart beter beklijft.

Topgrafie-in-context

In Wereldzaken wordt topografie-in-context aangeboden op elke derde spread van een les. Niet alle topo-items uit het thema kunnen daar aan bod komen. Daarom is het aan te bevelen om items die daar niet aan bod komen op eenzelfde manier in een context te plaatsen. Hoe? Zet daarvoor een van de volgende werkvormen in.

Werkvorm 1: Wist je dat?

Laat leerlingen bij een topo-item informatie zoeken op internet. Die informatie kan bijvoorbeeld een weetje, een bezienswaardigheid of een bekend product uit die plaats of streek zijn. De leerlingen presenteren de weetjes in korte voordrachtjes of maken er een A4-tje van om op te hangen in de klas.

Alternatief: Tijd voor een groter project? Tover jouw klas dan om tot een heus reisbureau en laat je leerlingen een reisfolder of reisblog maken! Een mooie kans om ook digitale geletterdheid in je lespraktijk te verweven. De kinderen kunnen hun project simpelweg bij je inleveren of je kunt er een wedstrijdje van maken. Naar welke bestemming worden de meeste tickets geboekt op basis van de presentatie?

Werkvorm 2: Welke plaats bedoel ik?

Een leerling staat met de rug naar het bord. Daarop verschijnt de naam van een topo-item. De leerling mag vragen stellen aan de groep waarop alleen met ja of nee mag worden geantwoord.

Werkvorm 3: Waar is deze foto genomen?

Toon een afbeelding van een plaats of streek op het bord. Waar zou deze foto genomen kunnen zijn? Waar zeker niet? Als dit te moeilijk is, kun je bijvoorbeeld drie opties geven waaruit de leerling een keuze kan maken.

Alternatief: In plaats van verschillende plaatsen langs te laten komen, kun je bij deze opdracht ook de focus leggen op één stad of land. In een PowerPoint presentatie, Word-bestandje of Foto galerij laat je je leerlingen in dit geval achtereenvolgend verschillende foto’s van bijvoorbeeld India zien. Met een setje van 1 groene en 1 rode kaart mogen zij vervolgens stemmen. Welke foto is wél in India gemaakt en welke niet? En waarom denkt de groep dat? Een mooie opener voor een klassengesprek.

Werkvorm 4: Welke kaart is dit?

Toon een stukje van een landkaart op het bord. Waar zou dit kunnen zijn? Hoe weet je dat? Waar zal die plaats dan op de complete kaart liggen?

Werkvorm 5: Kahoot quiz

Op internet zijn meerdere websites te vinden die de mogelijkheid bieden zelf een quiz samen te stellen. Ook met topografie als onderwerp. Een bekend voorbeeld is de website van Kahoot. Op deze site staat een handleiding die je daarbij op weg kan helpen. In een dergelijke quiz kun je de eerder genoemde werkvormen verwerken.

Reacties (0)

Geef een reactie

Jouw email wordt niet gepubliceerd.