Hoe het werkt

Met De Zaken 3-4 begeleid je je leerlingen op hun eerste ontdekkingstochten. Daarnaast bereid je hen voor op de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en natuur en techniek. De kerndoelen van ‘oriëntatie op jezelf en de wereld’ komen geïntegreerd aan bod. De methode barst van de leuke filmpjes en animaties. Met interactieve oefeningen betrek je kinderen actief bij de les.

Didactiek

Coöperatieve werkvormen

De Zaken 3-4 geeft net zoals Veilig leren lezen verschillende voorbeelden van coöperatieve werkvormen die je kunt inzetten tijdens het kringgesprek. Zoals ‘de rotonde’ waarin je groepjes van vier leerlingen een stelling of vraag voorlegt. Of ‘binnenkring – buitenkring’ waarin een mening geven en luisteren naar die van een ander centraal staan.

Personages nemen je leerlingen mee

In groep 3 spelen Sam en Lei de hoofdrollen in de lessen van De Zaken 3-4. Ze zijn te zien in de animaties op het digibord. In groep 4 zorgen Lotte en Omar ervoor dat je leerlingen bij de les blijven. Kinderen kunnen zich goed identificeren met deze leeftijdgenoten. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze zich in het verkeer moeten gedragen en gaan op bezoek bij een dokter.

Spreken en luisteren

De Zaken 3-4 besteedt uitgebreid aandacht aan spreken en luisteren. De vier stappen van Verhallen vormen hierbij het uitgangspunt. De nieuwe begrippen bij elk thema bespreek je eerst in de kring. Je plaatst ze in de context met behulp van de praatplaat die je zowel op het digibord als in het werkboek kunt bekijken. Hierna geven informatieve filmpjes, aansprekende afbeeldingen en foto’s betekenis aan de begrippen. Het inoefenen ervan vindt vooral op het digibord plaats. Als afsluiting van de les controleer je of je leerlingen de begrippen op de juiste manier interpreteren.

Leren door te doen

Kinderen leren vooral door te doen. Daarom vormen interactieve oefeningen een belangrijk onderdeel van De Zaken 3-4. De oefeningen ‘Wie of wat’, ‘Paren sparen’ en ‘Naar de goede hoek’ zetten je leerlingen nog in beweging ook! Met De Zaken 3-4 kun je volledig digitaal werken.

Opbouw

Compacte lessen en jaarprogramma

Elke les duurt 30 tot 40 minuten. De exacte lengte is afhankelijk van hoeveel tijd je aan het kringgesprek besteedt. De opbouw van elke les is hetzelfde. De les start met een introductie, dan volgen de instructie, het samen leren en tot slot de verwerking. Per jaargroep behandel je de lesstof in 22 weken.

Thema’s

In elke jaargroep behandel je elf thema’s. Hierin biedt De Zaken 3-4 de lesstof van het leergebied ‘oriëntatie op jezelf en de wereld’ geïntegreerd aan. De invalshoek van de thema’s is in beide jaargroepen gelijk, maar in groep 4 volgt een verbredings- en verdiepingsslag ten opzichte van groep 3. Een voorbeeld: in groep 3 draait het thema ‘Hoe kan dat?’ om constructies en bruggen. In groep 4 komen bij dit thema stroom en de werking van de magneet aan bod.

Koppeling De Zaken 3-4 en Veilig leren lezen

De thema’s van Veilig leren lezen zijn geplaatst in een wereldoriënterende omgeving. De thema’s van De Zaken 3-4 sluiten volledig aan bij de thema’s van Veilig leren lezen. Dit maakt deze methoden bij uitstek geschikt om naast elkaar te gebruiken in de onderbouw. Deze herkenbaarheid spreekt kinderen aan en geeft houvast.

Differentiatie

Visuele methode

De Zaken 3-4 spreekt elk kind aan. Deze methode presenteert informatie zoveel mogelijk in beeld. En tijdens de leuke spelletjes zijn kinderen ook volop aan het leren. Lastige begrippen en woorden zijn voorzien van de fonetische uitspraak zodat alle kinderen ermee uit de voeten kunnen. Met afwisselende opdrachten en spelletjes houd je ze bij de les!

Een combinatieklas?

Geef je les aan een combinatieklas? Daarvoor is De Zaken 3-4 zeer geschikt. Je kunt de ene jaargroep lesgeven met het digibord terwijl de andere jaargroep zelfstandig aan de slag gaat in het werkboek of op de laptop, pc of tablet.

Differentiatievormen

In elke les kun je drie differentiatievormen inzetten: differentiatie op leerstijl, tempo en niveau. De aansprekende en gevarieerde digibordoefeningen (filmpjes, animaties, spelletjes) doen een beroep op verschillende leerstijlen. Dit geldt ook voor de oefeningen in het werkboek. Je leerlingen kunnen zelfstandig aan de slag, maar ook in duo’s of grotere groepjes. Daarnaast bevat elk thema een extra project waar leerlingen hun creativiteit kunnen laten zien en zijn er onderzoekjes die kinderen kunnen uitvoeren. Want wat gebeurt er als een vogel in een plas olie terechtkomt? Met twee veren, een bakje olie en water kunnen leerlingen het onderzoekje doen. De onderzoekjes hebben een makkelijke en een moeilijke variant.