Directe instructie in Semsom, hoe het werkt

Semsom werkt met het (expliciete) directe instructiemodel. Stap voor stap leer je leerlingen nieuwe lesstof aan. Door de lesfases ‘ik-wij-jullie-jij’ neem je de leerlingen mee in het stapsgewijs zelfstandig de lesstof toepassen. Tijdens iedere les controleer je met controle-van-begrip-vragen en checkmomenten of de leerlingen de leerstof begrepen hebben. Op basis van je observaties en checkmomenten oefenen de leerlingen zelfstandig verder of krijgen ze een aanvullende instructie, een verlengde- of verdiepende instructie.

Hoe ziet zo’n instructie eruit?

Bij de start van de les activeer je de voorkennis door middel van een vraag, een opdrachtje of een spelvorm. Zo komen de leerlingen in de reken-denkstand en vormt dit moment een brug naar de volgende fase van de rekenles. Het lesdoel maak je zichtbaar op het bord en indien nodig leg je bepaalde rekenwoorden verder uit.

Ik-fase

De instructie start met de ‘Ik-fase’. Je legt de opgave uit, laat met materiaal iets zien of werkt een voorbeeldopgave op het bord eerst zelf uit waarbij je hardop verwoord wat de denkstappen zijn. De leerlingen kijken en luisteren mee. Aan het eind van deze fase kun je de leerlingen die het lesdoel al beheersen een denkvraag stellen. Op basis van de reacties bepaal je of deze leerlingen zelfstandig verder kunnen werken aan de verdiepingsopdrachten (opgaven met een blaadje in het werkboek) of dat ze nog meedoen met de volgende fase, de ‘Wij-fase’.

Wij-fase

Tijdens de Wij-fase betrek je de leerlingen actief bij de les door ze mee te laten doen met concreet rekenmateriaal of het meeschrijven op het wisbordje. Jullie vertellen om de beurt wat de volgende (denk)stap is bij het oplossen van de opgave. Je observeert, stuurt bij en geeft indien nodig hints. Deze fase sluit je af met enkele controle-van-begrip-vragen. Deze vragen zijn bedoeld om, als leerkracht en leerling, een eerste indruk te krijgen of de instructie begrepen is. Als de reacties goed zijn kun je verder gaan met de volgende fase, de ‘Jullie-fase’.

Jullie-fase

In de Jullie-fase gaan de leerlingen, samen met hun schoudermaatje, verder oefenen aan het lesdoel. Dit doen ze met concreet rekenmateriaal, samen nadenken en elkaar vertellen hoe ze de opgave kunnen oplossen. Het hardop verwoorden en naar elkaar luisteren draagt bij aan het begrijpen van de leerstof. Leerlingen kunnen elkaar helpen en complimenteren bij het oplossen bij de opgaven. Tijdens deze fase kun je rondlopen en observeren hoe het gaat: wat gaat goed en wat heeft nog aandacht nodig. Nadat de leerlingen samen hebben geoefend volgt tot slot de ‘Jij-fase’.

Jij- fase

De leerlingen krijgen nu de gelegenheid om zelf te laten zien dat ze de leerstof hebben begrepen. Vervolgens wordt deze fase afgesloten met een ‘checkmoment’.

Hiermee controleer je of de leerlingen jouw instructie hebben begrepen. Als het checkmoment behaald is mogen de leerlingen zelfstandig verder werken met de verwerking in het werkboek of werken met de activiteitenkaarten.

Verlengde instructie

Leerlingen die de leerstof nog moeilijk vinden, krijgen aanvullende verlengde instructie. Tijdens de verlengde instructie verlagen we niet het lesdoel, maar zorgen we ervoor dat de leerlingen met een aanvullende, meer sturende instructie met extra materialen, met veel interactie en zelf handelen, toch het lesdoel kunnen behalen. Als leerkracht begeleid en structureer je dat proces. De verlengde instructie is dagelijks mogelijk. Bij de start van deze instructie bepaal je eerst wat de leerling nodig heeft. Daarvoor kun je uit een aantal suggesties kiezen die in de handleiding staan bij de les.

Verdiepende instructie

Leerlingen die tijdens de les laten zien dat ze het lesdoel al beheersen en goede oplossingen aandragen bij de denkvraag tijdens de instructie, krijgen twee keer per week een verdiepende instructie. Tijdens de verdiepende instructie verbreden of verdiepen we het lesdoel. De leerlingen worden meer zelf aan het denken en redeneren gezet. Deze banende instructie is opener, minder sturend met meer ruimte voor eigen oplossingen van de leerlingen. Als leerkracht begeleid je het proces en sluit je aan bij wat de leerlingen al kunnen.

Afsluiting

Aan het eind van de les vindt nog een laatste checkmoment plaats door middel van een vraag of opdracht over de leerstof. Je bevindingen noteer je op het volgblad. Tijdens de meer-weerlessen krijgen de leerlingen nog eens de tijd om het weekdoel te herhalen of te verdiepen.

Reacties (0)

Geef een antwoord

Jouw email wordt niet gepubliceerd.

Toegevoegd aan winkelmand

Naar winkelmandje