Veelgestelde vragen Veilig leren lezen

Kijk bij onze veelgestelde vragen hieronder of neem direct contact met ons op. Wij zijn iedere werkdag bereikbaar van 8.00 tot 17.30 uur, per mail of telefonisch op 013 583 88 88.

Er zijn ook veelgestelde vragen voor het speciaal (basis)onderwijs.

Top 10 veelgestelde vragen

Op basis van welke wetenschappelijke inzichten is Veilig leren lezen vernieuwd?

Voor technisch lezen en spellen gaat het vooral om de volgende zaken:

  • Focus op kwalitatief sterke teken-klankkoppelingen:
    • telkens één nieuwe letter per woord,
    • verkennen en ordenen in letterfamilies,
    • oefenen in alle mogelijke lettercombinaties.
  • Woordstructuur leren ontdekken en gebruiken.
  • Focus op strategieën, zoals zoemend lezen.
  • Duidelijke koppeling tussen lezen en spellen.

De vernieuwde didactiek voor technisch lezen en spellen in Veilig leren lezen kenmerkt zich onder andere door de doordachte automatiseerlijn. Leerlingen leren systematisch nieuwe letters in een context van bekende letters, zodat ze alle eigenschappen van de klank en vorm kunnen inslijpen. Dat zorgt voor sterke teken-klankkoppelingen. De leerlingen gaan al vanaf kern start nieuwe woorden maken en krijgen door de specifieke opbouw inzicht in de structuur van woorden. Zo komen ze sneller tot het geautomatiseerd lezen en spellen van woorden en zinnetjes en het lezen van korte teksten.

De kortere leertijd door vernieuwde didactiek technisch lezen en spellen is gebaseerd op het volgende:

  • De klank is het vertrekpunt voor het verkennen van de nieuwe letter in alle eigenschappen van klank en vorm. Vervolgens maken leerlingen meteen nieuwe woorden met bekende letters in zo veel mogelijk combinaties. Dat zorgt voor een betere automatisering van de teken-klankkoppelingen.
  • Zoemend lezen als strategie helpt kinderen om woorden sneller vlot te leren lezen in plaats van spellend.
  • Een geïntegreerde aanpak van lezen en spelling bevordert het proces van aanvankelijk lezen.

Wat zijn in een notendop de verschillen tussen de 2e maanversie en de kim-versie?

Als we de nieuwe versie in een paar kernwoorden moeten samenvatten in vergelijking tot de 2e maanversie liggen de verschillen vooral in:

  • een nieuwe didactiek,
  • opbrengstgerichte werkwijze met aandacht voor individuele verschillen,
  • toevoeging van de leerlijn spelling en woordenschat,
  • veel aandacht voor leesbeleving,
  • geïntegreerde combinatie van papier en digitaal,
  • een thuisprogramma,
  • extra gemak voor de leerkracht.

Welke materialen van de 2e maanversie zijn nog te gebruiken naast de kim-versie?

De volgende materialen van de 2e maanversie kun je inzetten bij de Veilig leren lezen kim-versie:

  • Letterlijn - De letterkaartjes zijn los en kunnen in de volgorde van de kim-versie worden opgehangen. In de handleiding van de kim-versie wordt niet verwezen naar de letterlijn, maar naar het letterbord.
  • Lettermuur - De lettermuur kunt u nog gebruiken, omdat de letterstrengen los zijn en in de volgorde van de kim-versie kunnen worden aangeboden. In de handleiding van de kim-versie wordt overigens niet verwezen naar de lettermuur.
  • rode letterdoos - Deze letterdoos kun je nog gebruiken. De letters zitten evenwel niet in de volgorde van hoe ze in de kim-versie worden aangeboden en zijn niet ingedeeld in letterfamilies, maar alle letters zijn aanwezig.
  • Klikklakboekje - Er komt een nieuwe uitgave in de vormgeving van de kim-versie. De inhoud is hetzelfde, dus het huidige klikklakboekje kan ook bij de kim-versie worden gebruikt.
  • Klikklakclusterboekje – Je kunt dezelfde werkwijze hanteren bij de kim-versie. In de handleiding van de kim-versie wordt overigens niet verwezen naar het klikklakclusterboekje.
  • Klikklakknieboek - Je kunt dezelfde werkwijze hanteren bij de kim-versie. In de handleiding van de kim-versie wordt overigens niet verwezen naar het klikklakknieboek.
  • Planbord – Het bord zelf is nog te gebruiken er zijn wel andere kaartjes beschikbaar.
  • Speelleesset.
  • Feestneus - In de handleiding van de kim-versie wordt niet verwezen naar Feestneus. Maar de raket- en zonkaarten zijn uiteraard wel inzetbaar voor leerlingen met de zonaanpak. De thema’s en de volgorde van de thema’s komen niet volledig overeen met die van de kim-versie. Ook de lettervolgorde is anders. Als maankaarten omgezet worden, moet je dus kijken of de leerlingen de letters al kennen.

Moet ik een nieuw planbord aanschaffen of kan ik met het huidige blijven werken?

Het planbord bestaat uit vier onderdelen:

  1. Het metalen bord - Dat blijft dezelfde uitvoering, maar met een andere opdruk. Scholen die het oude bord hebben, kunnen dat blijven gebruiken. Het is niet nodig om een nieuw bord aan te schaffen.
  2. Doos met planbordkaarten - Deze houten doos met inhoud is opnieuw gemaakt bij de kim-versie. De doos heeft een iets ander formaat en een andere inhoud. Scholen die met de kim-versie aan de slag gaan, hebben deze doos nodig als ze met een planbord willen werken. De uitvoering en inhoud zijn vergelijkbaar en dus hanteren we ook hier dezelfde verkoopprijs.
  3. Naamkaarthouders  - Dit zijn plastic plaatjes waarin de naam van de kinderen geschoven kan worden. Ze kunnen elk jaar opnieuw gebruikt worden. Het gaat om dezelfde naamkaarthouders als bij het huidige planbord. Scholen die ze dus al hebben, hoeven ze niet aan te schaffen maar kunnen ze gewoon gebruiken.
  4. Naamkaartjes - Dit is een set lege kartonnen kaartjes waarop de leerkracht de naam van de leerling schrijft. Er kan twee jaar mee gewerkt worden. Daarna moeten ze opnieuw aangeschaft worden (verbruiksmateriaal dus). De kaartjes zijn voor de oude en nieuwe versie hetzelfde.

Het ringboekje is vervangen door Veilig gespeld. Wat zijn de voordelen?

De voordelen van Veilig gespeld ten opzichte van het ringboekje van de 2e maanversie zijn:

  • Er zijn verschillende soorten pagina’s, waardoor rijker en doelgerichter kan worden geoefend:
    • herhaalpagina: er worden meer verschillende woordtypen op één pagina herhaald.
    • basispagina: naast drie doelwoorden staan er nog drie woorden die qua uitspraak enigszins op de klank van het doelwoord lijken, waardoor de oefening heel rijk is.
    • snuffelpagina: spellen op een hoger niveau. Er is geen los ringboekje voor raket, maar een snuffelpagina binnen Veilig gespeld, zodat het voor iedereen mogelijk is om te snuffelen.
  • Alle aangeleerde letters en woordtypen blijven in een bepaald ritme terugkomen.
  • Er komen niet alleen woorden in voor, maar ook korte zinnen. Dit biedt de mogelijkheid tot het geven van een zinnendictee. Woorden die lastig kunnen worden afgebeeld, kunnen op deze manier toch gespeld worden.
  • Door het opnemen van zinnen is het materiaal rijker aan taal.
  • Het formaat is afgestemd op de magnetische letterdoos.

Hoeveel tijd van de les is leerkrachtgebonden in verband met een combinatiegroep?

Als het gaat om het gebruik van de kim-versie in combinatiegroepen zijn er twee mogelijkheden:

  • afwisseling van instructie en zelfstandig werken
  • combineren van een les van groep 3 met kinderen van bijvoorbeeld groep 4.


Van beide mogelijkheden kan in Veilig leren lezen gebruik worden gemaakt:

  • basisles: de helft van de tijd is leerkrachtgebonden en de andere helft is dan zelfstandig werken.
  • basiskwartier: in de handleiding staat steeds een mogelijkheid beschreven om het basiskwartier leerkrachtgebonden in te vullen, maar als leerkracht kun je er altijd voor kiezen om alle leerlingen in het basiskwartier aan het werk te zetten met verplichte en facultatieve opdrachten.
  • integratielessen: deze lessen kunnen voor groep 3 en 4 worden gecombineerd. Als leerkracht geef je dan een integratieles aan alle leerlingen van de combinatiegroep.

Veilig & vlot is het belangrijkste basismateriaal. Is de instructie hiervan klassikaal?

Veilig & vlot is belangrijk basismateriaal in verband met het automatiseren van de leesvaardigheid. Veilig & vlot is er in twee varianten: een variant maan en een variant zon.

Veilig & vlot maan wordt op verschillende manieren gebruikt:

  • Bepaalde pagina’s komen in de basislessen aan de orde in de instructie voor maan en ster.
  • Ook komen bepaalde pagina’s voor in de ‘verlengde instructie en begeleide oefening’ voor de leerlingen in de steraanpak.
  • Er is voldoende gelegenheid voor leerlingen om zelfstandig te werken met Veilig & vlot, individueel of in tweetallen.

Veilig & vlot zon wordt hoofdzakelijk zelfstandig gebruikt door de leerlingen in de zonaanpak, zelfstandig of in tweetallen.

  • Op de eerste lesdag van elke kern maken de kinderen eerst zelfstandig kennis met de nieuwe woordtypen die in die betreffende kern aan de orde komen.
  • Tijdens het basiskwartier op deze eerste lesdag leest de leerkracht met deze kinderen de pagina's die ze eerst zelfstandig hebben geoefend.
  • Heeft een kind moeite met bepaalde woordtypen? Dan noteert het dit op het woordblad in het werkboekje zon. Zo kunnen leerlingen van de zonaanpak in de kern gericht oefenen met moeilijke woordtypen.

Wat zijn de verschillen in het letteraanbod tussen de 2e maanversie en de kim-versie?

kern   

aangeboden letters 2e maanversie

aangeboden letters kim-versie

Start

 

i–k–m–s

1

m–r–v–i–s–aa–p–e

p–aa–r–e–v

2

t–ee–n–b–oo

n–t–ee–b–oo

3

d–oe–k–ij–z

d–oe–z–ij–h

4

h–w–o–a–u

w–o–a–u–j

5

eu–j–ie–l–ou–uu

eu–ie–l–ou–uu

6

g–ui–au–f–ei

g–au–ui–f–ei

De verschillen zitten in kern start t/m kern 3. Vanaf kern 4 komt het nagenoeg overeen.

Wat is het belang van werken met letterfamilies?

Letterfamilies stimuleren de sterke automatisering van letters en klanken. Het type familie zegt iets over hoe de letter eruitziet en hoe die klinkt. Dankzij de letterfamilies is het mogelijk om aandacht te schenken aan de eigenschappen van klinkers en medeklinkers in klank en vorm.

Het basisonderscheid dat kinderen leren maken is klinkers-medeklinkers. Binnen de familie van de klinkers besteden we aandacht aan de volgende eigenschappen:

  • Klinkt de klinker kort of lang?
  • Staat er één teken of staan er twee tekens?
  • Zijn het twee dezelfde tekens of twee verschillende tekens?

Het doel is om inzicht te krijgen in de verschillende eigenschappen. Als kinderen weten dat een klinker twee tekens heeft is dat voldoende. Het is in onze ogen belangrijker dat een kind weet of een klinker kort of lang klinkt dan wel of het een korte klinker is.

In kern Start tot kern 6 is dat nog voor de hand liggend maar vanaf kern 7 kan die korte klinker ook lang klinken in bijv. zo, bomen enz. Dus is het beter te focussen op de eigenschappen (kort klinken) dan op terminologie (korte klinker).

In hoeverre is de rol van het ankerverhaal in de kim-versie veranderd ten opzichte van de 2e maanversie?

Het ankerverhaal was in de vorige versie de start en de kapstok voor woord en letter. Die relatie is nu onderschikt. Het ankerverhaal introduceert het thema en de leeromgeving van een kern. De woorden van de wandplaten komen er wel in voor, maar bepalen niet de inhoud van het verhaal. De ankerverhalen worden vooral in integratielessen gebruikt, waarin woordenschat, verhaalbegrip en leesbeleving centraal staan.

Meer vragen over Veilig leren lezen

Zijn de leesboekjes niet te gemakkelijk voor leerlingen die op leesniveau E3 binnenkomen?

Het doel van de leesboekjes zon is in eerste instantie het vergroten van leesplezier en leesbegrip. Het toepassen van hun leesvaardigheid is de uitdaging. De diversiteit in teksten en opdrachten richt zich vooral op leesbeleving en informatie over onderwerpen uit de basisleerlijn. Het is niet nodig om snelle lezers in leesboekjes op het technische aspect van lezen te trainen. Daarvoor hebben we Veilig & vlot en Veilig gespeld waarin voor deze kinderen de snuffelpagina weer een uitdaging kan zijn. De zonlijn heeft daarin al snel kenmerken van E3 en M4.

Wat is het verschil tussen tweetekenklinkers en tweetekenklanken?

Wij hebben bewust gekozen voor de term tweetekenklinkers vanuit de basisverdeling klinkers-medeklinkers. Kinderen moeten leren onderscheid te maken tussen klinkers en medeklinkers. Je hoort en ziet het verschil tussen korte en lange klinkers (ze klinken kort/lang en ze zien er kort/lang uit). De twee tekens in tweetekenklinkers kun je alleen zien en niet horen, daarom is de naam tweetekenklinkers volgens ons beter op zijn plaats.

Biedt de kim-versie meer voor dyslectische kinderen?

Dyslectische kinderen hebben onder andere moeite met automatiseren. Daarnaast hebben ze moeite met het opbouwen van de directe woordherkenning, omdat ze woordstructuren niet zo gemakkelijk herkennen. Daarom bieden we extra stertijd, suggesties voor interventies en een didactiek die juist voor dyslectische kinderen heel gunstig is.

Met onze nieuwe didactiek trainen we de kinderen nog beter in het automatiseren van de letterkennis en het opslaan van ‘codes’ en woordstructuren. De opsplitsing van letters in letterfamilies komt het automatiseren ten goede en bovendien is er een zeer sterke koppeling met spelling.

De extra stertijd kun je inzetten als extra leertijd voor kinderen die bij de eerste signalen van dyslexie begeleiding nodig hebben. Dyslexie is aan te tonen als ondanks alle inspanning van extra lestijd (die sterkwartiertjes dus) hardnekkig stagnatie, en dus achterstand, blijft bestaan.

In de lay-out en uitwerking van al onze materialen is structuur en rust het uitgangspunt. Ook dat komt deze kinderen ten goede.

De voordelen van de kim-versie voor risicolezers op een rij:

  • De nieuwe letter wordt alleen tussen bekende letters aangeboden.
  • Letterordening (die terugkomt op letterbord, letterblad en letterdoos).
  • Preventief drie gebaren om veel voorkomende verwisselingen tegen te gaan: b (b-d), ei (ie-ei), ui (enige tweetekenklinker met u vooraan).
  • De spellingleerlijn (dictee, Veilig gespeld, werkboekje, stappenplan spelling en steunkaarten) biedt voor risicospellers een stevige basis. Lezen en spellen versterken elkaar: dus een stevige spellinglijn is ook goed voor de risicolezers en omgekeerd.
  • Zoemend lezen als leesstrategie om te komen tot vlot lezen.
  • Zeer zorgvuldig opgebouwde automatiseerlijn in Veilig & vlot:
    • Nieuwe letter wordt eerst tien dagen herhaald in overlaprijen en daarna komt de letter t/m kern 11 terug op de automatiseerpagina’s.
    • Een koppeling tussen de automatiseerpagina van iedere eerste lesdag en de automatiseerpagina van iedere tweede lesdag (de transferpagina): woorddelen van geautomatiseerde woorden worden bewust gecombineerd in nieuwe woorden op de transferpagina, zodat sterke coderingen zich stapsgewijs en op een sterke basis uitbreiden.

De ankerverhalen van kern 7 t/m 11 zijn losstaande verhalen. Wat is de relatie met het leesboekje?

De ankerverhalen van kern start t/m 6 en die van kern afsluiting gaan over het pleintje met kim, opa en de Puddingboom.
De ankerverhalen van kern 7 t/m 11 zijn losstaande verhalen. De verbindende factor tussen het ankerverhaal en de leesboekjes maan en zon zijn de hoofdpersonen uit het ankerverhaal. De inhoud van de leesboekjes sluit op verschillende manieren aan: soms gaat het verhaal eraan vooraf, soms is het een vervolg op het ankerverhaal (kern 8). Bijvoorbeeld in het ankerverhaal van kern 11, kiezen de kinderen waar ze naartoe gaan op schoolreis. In het leesboekje maan volgen we kinderen die kiezen voor het archeologisch museum, in leesboekje zon volgen we kinderen die kiezen voor het kunstmuseum.

Zijn de leesseries sterretjes, maantjes, raketjes, zonnetjes te gebruiken bij de kim-versie?

De maantjes, sterretjes en zonnetjes van de 2e maanversie sluiten niet naadloos aan op de kernen van de kim-versie van Veilig leren lezen. Maar ook bij de bestaande boekjes worden nieuwe leesbelevingsvragen gemaakt die in de leesbevorderingssoftware zijn opgenomen. Zo kun je de ‘oude’ leesboeken dus prima gebruiken bij de nieuwe methode.

Is het volledige lesprogramma in tijd haalbaar?

De kernen start tot en met 6 duren elk in ieder geval 2 weken. Dat is in totaal 14 weken. De kernen 7 tot en met 11 duren 3 weken. Dat is in totaal 15 weken. Voor de kern afsluiting is het advies: minimaal 2 weken. Dit brengt het minimumaantal weken op 31.

We bieden de mogelijkheid om elke kern uit te breiden met extra dagen voor herhaling en toetsing. Wij gaan uit van een uitbreiding met 2 dagen per kern. Dit geldt voor de kernen Start tot en met 11. Op deze wijze komen er 24 lesdagen, ofwel 5 weken, bij. Het totaal aantal weken komt dan op 36.

Het maximum aantal weken wordt bepaald door de lengte van het schooljaar. Afhankelijk van de vakantieplanning per regio kent een schooljaar 38, 40 of 41 effectieve schoolweken. Het programma van Veilig leren lezen past dus ruimschoots in het kortste schooljaar en is voldoende flexibel om aangepast te worden aan een langer schooljaar.

Hoeveel lessen per kern worden er aan ieder domein besteed?

TS = technisch lezen
SP = spelling
BL = begrijpend lezen
WS = woordenschat

Basisles: 50 minuten

  • Lesdag 1: TL/SP in de instructie van de basisles.
  • Lesdag 2: SP/BL in de instructie (kern 1-6 SP en na kern 7 regelmatig ook BL-instructie). Elke tweede lesdag dictee.


Basiskwartier: 15 minuten

  • kan TL of SP omvatten.


Extra stertijd

  • TL/SP kan elke dag 15 minuten worden toegevoegd.
  • WS kan elke dag 15 minuten worden toegevoegd.


Integratieles: 30 minuten

  • 2 lessen anker: verhaaloriëntatie, verhaalbegrip.
  • Lessen WS in relatie met spreken en luisteren, en creatief schrijven.
  • Lessen lezen, leesbeleving en leesbegrip in relatie met leesbevordering.
  • Lessen creatief schrijven in relatie met thema en WS.
  • Lessen WS en lezen worden in kern 1-6 elke dag om en om gegeven. Creatief schrijven wordt vanaf kern 7 daaraan toegevoegd.


Alle taalvaardigheden van de domeinen schriftelijke en mondelinge taal zitten er dus in. Taalbeschouwing zit impliciet in de woordenschatlessen. Daarin komen uitdrukkingen en woordrelaties en woorden uitbreiden ook aan de orde.

Wat is het basiskwartier?

In het aanvankelijk leesonderwijs zien we in de praktijk vaak dat de leesles erg lang duurt, soms wel anderhalf uur. Met de duur van de les zie je de concentratie van de leerlingen afnemen. Vandaar dat we de ‘roostertijd voor lezen’ in drie delen hebben opgeknipt: basisles (50 minuten), basiskwartier (15 minuten), integratieles (30 minuten). Op deze wijze volgen we het advies van de PO-raad om gemiddeld 95 minuten per dag te besteden aan aanvankelijk lees- en taalonderwijs.

In basislessen ligt het accent op technisch lezen en spelling. We hebben de basislessen beperkt tot 50 minuten, verdeeld over de volgende lesfasen: introductie, instructie, verlengde instructie en zelfstandig werken, afronding. Het basiskwartier sluit aan bij de inhoud van de basisles van diezelfde dag. Eventueel kan het basiskwartier ‘worden vastgeplakt’ aan de lesfase ‘verlengde instructie en zelfstandig werken’ van de basisles. Zo duurt een leesles 65 minuten. Het is dus geen facultatief onderdeel.

In het basiskwartier wordt vaak gewerkt met Veilig & vlot of met Veilig gespeld. In ieder geval wordt meestal aandacht besteed aan doelen in verband met technisch lezen of spelling. Over het algemeen werkt de leerkracht in een basiskwartier met een specifieke groep leerlingen, bijvoorbeeld met de leerlingen van de maan- en steraanpak.

De leerlingen van de zonaanpak werken dan zelfstandig aan taken die op het planbord staan. Eén keer per week is het basiskwartier bestemd voor leerlingen in de zonaanpak. Zo krijgen ook leerlingen in de zonaanpak voldoende aandacht van de leerkracht. Soms is het basiskwartier gericht op alle leerlingen: maan, ster en zon. Bijvoorbeeld als leerlingen kennismaken met de leerlingsoftware.

Hoe vaak zijn er oefendicteetjes?

Om de dag is er een oefendictee onder begeleiding van de leerkracht. Daarnaast biedt Veilig gespeld dagelijks de mogelijkheid voor een zelfstandig oefendicteetje (individueel of in tweetallen).

Welke toetsen worden wanneer afgenomen?

In kern Start inventariseer je bij alle leerlingen de aanwezige letterkennis. Met behulp van een extra lettertoets, een woordleestoets en een (summiere) observatie van de werkhouding bepaal je welke leerlingen vanaf kern 1 de zonaanpak krijgen.

Vervolgens wordt bij kern 1 t/m 6 na elke kern snel de kennis van de aangeboden letters getoetst en wordt de woordleestoets Veilig & vlot afgenomen. Verder sluiten we aan bij de signaleringsmomenten.

We raden aan om na kern 3, 6, 9 en 11 extra toetsen/observaties af te nemen (spelling, foneemkennis, tekst lezen en later ook begrijpend lezen). Tussentijds kun je ook extra toetsen, vervolgtoetsen en observaties afnemen. Er is een koppeling met de in het schema opgenomen Cito-toetsen, maar je bepaalt zelf of je deze ook wilt afnemen.

Zijn alle toetsen individueel af te nemen?

De letter- en woordleestoetsen en de Observaties tekst lezen (overwegend facultatief) neem je individueel af. De spellingtoetsen en toetsen begrijpend lezen (beide overwegend facultatief) niet. De woordenschattoetsen worden individueel en zelfstandig door de leerlingen op de computer gemaakt. De manier van toetsen in de kim-versie is dus vergelijkbaar met de 2e maanversie, alleen zijn er nu ook nog woordenschattoetsen op de computer beschikbaar.

Is het mogelijk te werken zonder Leerkrachtassistent, Digiregie en de leerlingsoftware?

De Leerkrachtassistent en Digiregie vormen het hart van de methode en behoren dus tot de basismaterialen. De twee leerlingsoftwarepakketten voor school en voor thuis zijn optioneel. Deze software bevat drie leerlijnen:

  • technisch lezen en spellen, begrijpend lezen
  • woordenschat
  • leesbevordering.


Het is niet mogelijk om een of twee van de leerlijnen van de leerlingsoftware te bestellen. Als je de leerlingsoftware bestelt, krijg je het volledige programma. Het is ook niet mogelijk om de leerlingsoftware te gebruiken als je niet beschikt over Digiregie.In Digiregie maak je namelijk de instellingen voor de leerlingsoftware en kun je de resultaten inzien.

Wat is de meerwaarde van de letterdoos, als leerlingen al meteen letters gaan schrijven?

Schrijven draagt bij aan de automatisering van de klank-tekenkoppeling. Maar de magnetische letterdoos is naast het schrijven een effectief en handig hulpmiddel:

  • Kinderen hebben met de letterdoos álle letters tot hun beschikking (ook de letters die nog niet aan bod zijn geweest en waarvan de schrijfletter nog niet is aangeboden). De letterdoos kan ingezet worden als groeiletterdoos. Met name in integratielessen wordt de letterdoos vaak geadviseerd.
  • Het zoeken van letters en opruimen van letters is geen tijdverspilling meer: letters worden bewust gepakt en teruggelegd bij de juiste letterfamilie.
  • Voor spelling is het voor kinderen handig om op de letterdoos met de leesletters te werken.
  • Kinderen vinden het leuk om zinnen/tekstjes te maken op de letterdoos. Het is mogelijk om van de tekst een kopie te maken, dat werkt stimulerend.
  • Voor leerlingen met de steraanpak is het goed om zoekwoorden onder elkaar te maken op de letterdoos.