Je winkelwagen is momenteel leeg!
Veelgestelde vragen Pit
Algemeen
Ja, dan is Pit zeer geschikt. Bij Pit kun je kiezen uit verschillende materialen om verantwoord te werken aan taal en de referentieniveaus, waarbij 1F het minimum is.
- Passende leerroutes 1, 2 en 3 (Cockpit) helemaal uitgewerkt voor het Leerwerkschrift Maat.* Aanwijzingen in de Handleiding per les voor
- verlengde instructie voor ‘Maatleerlingen’
- instructie dyslectische en NT-leerlingen
- Remediërings- en Herhalingsmateriaal (printbladen).
Pit sluit aan op de aanvankelijk lees- en spellingmethodes van groep 3. Er wordt in groep 4 veel herhaald van groep 3. Dat zie je bij spelling in het overzocht met de doorlopende leerlijn in de cockpit.
‘De fonologische aanpak bij spelling in Pit sluit perfect aan op het basisprincipe van klankbewustzijn in Veilig leren lezen. De kinderen leren bij Pit Spelling goed te luisteren naar de klank. En bepalen dan de categorie en de bijbehorende strategie (schrijfaanwijzing). Die passen ze toe om het woord goed te kunnen spellen.
In de eerste blokken van groep 4 worden de belangrijkste spellingcategorieën herhaald én verdiept die leerlingen in groep 3 bij VLL hebben geleerd. Dit kun je zien in de leerlijn Spelling groep 4. Daar zijn deze categorieën met een zwart bolletje gemarkeerd. Mooi is ook dat de leerlingen voorbeeldwoorden van groep 3 VLL in de eerste blokken van groep 4 van Pit zullen herkennen.
Klankgericht werken blijft centraal: woorden worden in Pit geanalyseerd op klankniveau, zo nodig in groep 4 ondersteund in blok 1 t/m 3 door klankgebarenfilmpjes en door (ook filmpjes van het gebruik van) hakkaarten.
Pit werkt met vijf spellingstrategieën. Deze structuur maakt Pit net als VLL overzichtelijk en helder. En bij de start van groep 4 helpt Pit de leerkracht met praktische aanwijzingen voor de “overgang van groep 3 naar groep 4”.
Didactiek
Bij Cito wordt bewust meer gevraagd dan wat bij de methodetoetsen wordt gevraagd. Daarmee kunnen leerlingen zich onderscheiden t.o.v. andere leerlingen in NL. Bij Pit leren de leerlingen meer dan alleen wat ze direct aangeboden krijgen. Het leren leren. Bij woordenschat en ook bij spelling zie je dat direct terug. De functionele taalvaardigheid staat voorop. Bij Pit zijn er optionele voortgangstoetsen die je goed kan gebruiken ter voorbereiding op de Cito-toetsing. Leerlingen kunnen dan oefenen met specifieke vraagstelling die ook bij Cito voorkomt.
Ja, alle lesstof in Pit wordt volgens een DI-model aangeboden, namelijk het IGDI-model.
Met Pit zijn alle kerndoelen taal en spelling gedekt. Ook dek je de kerndoelen van begrijpend lezen. De vaardigheidsdoelen begrijpend lezen worden afgedekt in de lessen 3 en 4. Als je ook gebruik maakt van de projecten, dan ben je met de onderwijstijd ook volledig gedekt.
In het leerlijnoverzicht zie je precies aan welke doelen je werkt en op welk niveau het is. Pit streeft er naar om voor alle leerlingen 1F en 2F te halen. Voor de leerlingen die maximaal 1F gaan halen kan je gebruik maken van de Passende Perspectieven (OPP). Hier zijn de 3 routes van SLO volledig uitgewerkt. Per route ligt vast welke opdracht de leerling moet maken, eventueel maakt of niet hoeft te maken. Zie ook de handleiding bij Passend perspectieven in de cockpit.
Met Pit werken we toe naar functionele taalvaardigheid. Zoveel als mogelijk voor alle leerlingen.Pit is uniek in de differentiatie. Alle leerlingen werken naar het streefniveau van taal 1F en 2F. De taalzwakkere leerlingen worden geholpen in de tijd, aanpak en aanbod door middel van een maatschrift. Ze werken nog steeds wel toe naar het 1F ;en 2F niveau. Alleen de leerlingen die met het passend perspectief werken (OPP), werken naar maximaal 1F of lager.
Taaldomeinen worden onderling met elkaar verbonden in het basismateriaal (interne transfer) en toepassing van geleerde basisvaardigheden in samenhang vindt plaats in de Pit Projecten (onderzoekend en ontwerpend leren).
Gemiddeld ongeveer 20 per week. 540 woorden per leerjaar. Met Pit hebben we het grootste aanbod van woordenschat woorden (direct en expliciet). Een groot aanbod woordenschat is belangrijk voor functionele taalvaardigheid. Kinderen moeten eind basisschool 17.000 woorden kennen (expertise centrum Nederlands). Taalzwakke leerlingen hebben daarbij baat bij directe en expliciete uitleg van woorden. Beter dan laten raden blijkt uit onderzoek! Daarom is het goed dat er een groot aanbod van woorden is.
Pit werkt met het 4-takt model van Verhallen. Bij Pit is woordenschat standaard verweven in de lesstructuur en echt onderscheidend. Het is geïntegreerd in de domeinen spreken/luisteren en lezen. We gaan expliciet aan de slag met woordleerstrategieën. We gaan woorden leren (direct en expliciet). We gaan woorden leren te leren. En we gaan over woorden leren. Sommige woorden hebben een dubbele of figuurlijke betekenis. De kinderen leren strategien om de betekenis af te leiden. We zetten onthoudstrategieën in om woorden te onthouden. En we gaan aan de slag met opzoekstrategieën om bijvoorbeeld te bepalen wat het grondwoord is dat je gaat opzoeken. En hoe kies je uit de gevonden synoniemen. Hierdoor krijgende leerlingen een echte woordleerattitude binnen en buiten de klas.
Ja, dan is Pit zeer geschikt. Woordenschat in alle basislessen.
De methode faciliteert het 1F en 2F niveau voor alle leerlingen. Alleen de leerlingen die met Passend perspectief werken (OPP), behalen maximaal 1F niveau of lager. Afhankelijk van de gekozen route van SLO (3 routes).
Voor de meerbegaafde leerlingen en de leerlingen die echt meer aankunnen kan je Spitswerk inzetten. Deze leerlingen werken compact in het basischrift en gaan dan zelfstandig aan de slag in Spitswerk. Hier gaan ze met hogere cognitieve vaardigheden aan de slag met taal en spelling. Spitswerk is er alleen voor taal. Als een leerling ook bij spelling compact gaat werken, gaat die verder met Spitswerk. Spitswerk is er alleen op papier.Deze leerlingen scoren erg goed op de “dit kan ik al” vragen uit de toetsen.
Jazeker. In Pit hebben we elke week meerdere activiteiten en opdrachten waarmee je de kerndoelen van Burgerschap afdekt. Deze vindt je in de cockpit en we werken waar nodig met printbladen. Als je minimaal 1 activiteit van 15 minuten per week doet en je zorgt voor een visiedocument burgerschap, dan ben je volledig gedekt.
Pit biedt veel ondersteuning op het gebied van NT2: zo zijn er extra activiteiten om de thuistaal te betrekken, en is er achtergrondinformatie over specifieke moeilijkheden van sommige doelen voor leerlingen die van huis uit een andere taal spreken dan het Nederlands.
Verder werken we altijd op de 3 niveaus van Zwijsen: aanpak 1-2 en 3, iedere les weer. Er is dus altijd een verlengde instructie, eindtaak op 2 niveaus bij taal. Bij spelling werken we met pre-toets, verlengde instructie en heb je aan het eind van de week meer tijd voor de zwakkere spellers door het uitstroommodel.
Terwijl de ene groep zelfstandig werkt, kun je de leerkrachtgebonden les aan de andere groep geven. Bij elke leerkrachtgebonden les horen een facultatieve startopdracht en een afsluitopdracht. als leerlingen daarmee bezig zijn, heb je de handen vrij om leerlingen in de andere groep aan het werk te zetten en om met hen de les af te sluiten. Op vrijdagen werken beide groepen zelfstandig en kun je kleine groepjes leerlingen apart helpen en begeleiden.
Ja, daarvoor is Pit zeer geschikt. Voorafgaand aan elk hoofdstuk is er formatieve evaluatie in het leerwerkschrift. Verder is er het Groeischrift waarin de leerling zijn eigen leerproces in kaart brengt. Daarnaast zijn er toetsen.
Differentiatie
Jazeker. Voor de taalzwakkere leerlingen hebben we het maatschrift. De leerlingen worden hierbij extra geholpen. De aanpak, de tijd en het aanbod is aangepast. We nemen ze wel mee naar het 2F niveau. Er wordt niet afgeschaald naar een lager niveau. Doordat ze werken in een eigen schrift en gewoon alle opgaven maken, hoef je als LK niet elke les na te denken over de aanpak. De methode geeft heel makkelijk advies per blok. De leerlingen die het 2F niveau toch niet kunnen halen, kunnen werken met de passende perspectieven (OPP).
De taalsterke leerlingen kan je extra uitdagen met Pluswerk. Dat is digitaal of met een schrift. Hier gaan ze de leerstof verdiepen. Pluswerk is er voor taal en spelling. De leerlingen die daar boven zitten (de meerbegaafde leerlingen) kan je extra laten verrijken en verbreden met Spitswerk. Spitswerk is er alleen voor taal. Spitswerk is alleen op papier. Hier ga je taal en spelling toepassen met hogere cognitieve vaardigheden.
Bij elke les zijn er “cheetah”-opdrachten voor de snellere leerlingen. Vaak leuke opdrachten die voor alle niveau’s zijn. Als je een langzame leerling hebt die hier niet aan toe komt, laat die dan ook af en toe zo’n opdracht maken. Want die zijn wel leuk. Als je klaar bent kan je via de oefensoftware extra oefenen voor taalverkennen, woordenschat en spelling. Dat is beschikbaar en instelbaar op 3 niveaus (maat, basis en plus).
- Leerwerkschrift Basis voor de ‘gemiddelde’ leerlingen
- Leerwerkschrift Maat voor de taalzwakke leerlingen
- Verkorte leerroute voor de taalsterke, meer- en hoogbegaafde leerlingen
- Pluswerk voor de taalsterke leerling (in plaats van het leerwerkschrift basis)
- Spitswerk voor zeer taalsterke leerlingen (verrijking)
- Verrijkingsmateriaal na toetsing.
Organisatie
Met Pit kan je heel makkelijk werken in een combinatiegroep. Zie document met uitleg in de handleiding en digitaal in de cocpit. Bij elke start van het blokis er een startles voor de groep die zelfstandig gaat werken. Bij elke instructieles is er een startodracht voor de instructiegroep, zodat je als LK tijd hebt om de zelfstandige groep op te starten. Er zijn meerdere mogelijkheden voor combinatiegroepen van 2 of 3 jaargroepen per klas.
Bij taal hebben we 5 lessen van 45 minuten. Bij spelling 4 lessen van 25 minuten.
De aanpak bij Taal in Blokjes sluit prima aan op Pit. De uitgangspunten van Taal in blokjes en Pit zijn hetzelfde: er wordt ook uitgegaan van de klanken van de taal. Mocht een school de methodiek van Taal in Blokjes willen toepassen, dan kan dat dus prima.
De kleuren van Taal in blokjes zijn niet direct terug te vinden in Pit. In de praktijk is dat geen probleem.