Je winkelwagen is momenteel leeg!
Rekenen zonder aparte 1F-werkboeken: daarom werkt één leerlijn beter
Heb je leerlingen die worstelen met rekenen en vraag je je af of 1F-werkboeken een oplossing zijn? Kort antwoord: nee. 1F is het minimumdoel, maar dat betekent niet dat je voor sommige leerlingen een lager plafond moet inbouwen. Werken vanuit één sterke leerlijn met hoge verwachtingen levert méér op — ook als rekenen lastig is.
Waarom? Omdat 1S geen andere leerstof is dan 1F. Het is dezelfde inhoud, maar dan met meer inzicht, redeneren en flexibiliteit. Bij Zwijsen kiezen we daarom voor één rijke leerlijn (Nano), zodat elke leerling kan groeien tot het hoogst haalbare niveau.
Met één rijke leerlijn kan elke leerling groeien tot het hoogst haalbare niveau
Wat zijn 1F en 1S?
1F staat voor het fundamentele niveau dat elke leerling nodig heeft om functioneel mee te doen. 1S is het streefniveau: dezelfde onderwerpen, maar dieper begrepen en flexibeler toegepast. Het verschil zit dus in hoe diep je leert, niet wat je leert. Daarnaast heb je nog 2F: 2F bouwt in het voortgezet onderwijs op 1F voort. Door in het basisonderwijs te werken aan 1S — dus meer inzicht en redeneren — maak je de stap naar 2F soepeler, ook voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
Hoe is de 1F/1S-splitsing ontstaan?
Ooit hielp de splitsing scholen om verschillen zichtbaar te maken. In de praktijk werd het steeds vaker een organisatiemiddel: aparte werkboeken, aparte groepen. Dat lijkt overzichtelijk, maar helpt het leren niet automatisch vooruit.
Wat gaat er mis bij het werken met aparte 1F-werkboeken?
- Leerlingen komen vroeg vast te zitten op een lager spoor, waardoor verwachtingen dalen.
- De les verschraalt tot vooral procedureel oefenen, met minder context en denkvragen.
- De lat gaat omlaag vanaf groep 5/6, en groei stagneert.
Toetsing van het rekenniveau met de Cito- en IEP-toets
Bij zowel Cito als IEP maakt een leerling één rekentoets met gemengde opgaven. De leerling krijgt daarna één totaalscore. Pas achteraf wordt die score geïnterpreteerd aan de hand van landelijk vastgestelde normeringen: ligt de score boven de grens, dan wordt dit gezien als 1S; ligt de score eronder, dan als 1F. Er zijn dus géén aparte 1F- of 1S-opgaven in de toets. Het onderscheid ontstaat pas bij de duiding van de score, niet bij wat de leerling tijdens de toets maakt.
Nano heeft bewust géén 1F-werkboeken, en dit is waarom
Nano vertrekt vanuit leren en ontwikkelen, niet vanuit labels.
- 1F is het fundament binnen dezelfde inhoud.
- 1S is de ambitie voor iedereen.
Daarom werken alle leerlingen binnen één rijke leerlijn met betekenisvolle contexten en denkvragen.

Gerichte ondersteuning bied je binnen dezelfde leerlijn
Loopt een leerling vast, dan differentieer je volgens het ERWD-denken met behulp van een overzichtelijke wegwijzer, zonder aparte route:
- een stap terug naar de technische 1F-basis,
- concretere uitleg en visueel materiaal,
- extra oefening en automatisering, precies op het moment dat het nodig is.
De ondersteuning is gericht en tijdelijk. Je begrenst leerlingen niet structureel met een apart werkboek.
Hoge verwachtingen, stevig vangnet
Een apart 1F-werkboek lijkt rust te geven, maar normaliseert lage verwachtingen. Nano draait dit om: hoge verwachtingen voor iedereen, met slimme ondersteuning waar nodig. Zo blijven leerlingen onderdeel van hetzelfde rekenverhaal, gemotiveerd om te groeien en in beeld voor verdere ontwikkeling.
Wat betekent dit voor jouw klas?
- Je mist niets zonder 1F-werkboeken. Alles wat nodig is voor 1F beheersen zit in Nano. Zo pak je dat aan: start met dezelfde contextopgaven, differentieer in diepgang.
- Je organiseert minder. Geen parallelle lijnen of extra boekjes. Zo pak je dat aan: plan je instructie in één lesstructuur met keuzeroutes.
- Je ziet meer groei. Leerlingen worden niet vooraf vastgezet. Zo pak je dat aan: monitor voortgang en verhoog de complexiteit zodra dat kan.
Als 1S (nog) niet lukt
Niet elke leerling haalt het volledige streefniveau op hetzelfde moment — dat is realistisch. Blijf werken in dezelfde leerlijn, ondersteun intensiever op specifieke 1F-vaardigheden en houd het perspectief van groei vast.
Veelgestelde vragen
Jawel. Je differentieert binnen dezelfde leerlijn: tempo, ondersteuning en diepgang variëren — de inhoud blijft gelijk.
Plan gerichte oefenmomenten, gebruik automatiseringsroutines en bied herhaalkansen in context.
Verhoog de denkstappen: laat redeneren, verklaren en generaliseren binnen dezelfde lesinhoud.
Verklein de stap, maak het concreet, oefen kort en vaak, geef snelle feedback en vier micro-successen.
In het kort
1F is het minimum binnen dezelfde inhoud; 1S is diepgang op die inhoud; 2F bouwt daarop voort in het vo. Een één-leerlijn-aanpak met tijdelijke ondersteuning zorgt dat leerlingen kunnen opschalen in complexiteit in plaats van afslaan naar een lager spoor. Wil je je verder verdiepen, lees dan meer over referentieniveaus rekenen op zwijsen.nl of bij bijvoorbeeld SLO.
Meer weten over Nano
Nano is de rekenmethode van Zwijsen waarin je werkt met één rijke leerlijn, hoge verwachtingen en gerichte ondersteuning. Wil je zien hoe dat eruitziet in jouw groep? Plan een demo of doe mee met de Uitprobeerweek.
