Zelf het AVI-niveau bepalen van een kinderboek

14 december 2018

Op kinderboeken staat meestal een duidelijke vermelding van het AVI-niveau. Maar als dit ontbreekt, hoe kun je er dan snel een inschatting van maken? We vroegen het Marion van der Meulen, hoofdauteur van Estafette. Zij geeft de volgende tips:

In grote lijnen doe je dat door te kijken naar:

  • de gebruikte letters en bladspiegel
  • de lengte van de gebruikte woorden
  • de moeilijkheid van de gebruikte woorden en zinnen

Hieronder vind je een overzicht van de kenmerken van de AVI-niveaus zoals die in Nederlandse kinderboeken voorkomen.

AVI Start

  • Tekst bestaat uit korte woorden die je precies zo schrijft zoals je ze uitspreekt. Voorbeelden hiervan zijn maan, bos, man, roos.
  • De zinnen zijn kort. Elke zin begint op een nieuwe regel.
  • Er komen geen hoofdletters voor.

M3

  • Tekst bestaat uit korte woorden waarbij ook woorden mogen voorkomen die je niet precies zo schrijft zoals je ze uitspreekt. Voorbeeld hiervan is hond (de d spreek je uit als een t). Ook woorden waarin twee medeklinkers na elkaar voorkomen komen nu in teksten voor. Bijvoorbeeld trein en werk.
  • De zinnen zijn kort. Elke zin begint op een nieuwe regel.
  • Er komen geen hoofdletters voor.

E3

  • Tekst bestaat uit een- en tweelettergrepige woorden zonder leesmoeilijkheden.
  • De zinnen zijn kort. Elke zin begint op een nieuwe regel.
  • Er woorden ook hoofdletters gebruikt.

M4

  • Tekst bestaat uit één- en tweelettergrepige woorden. De gebruikte woorden mogen wat minder bekend zijn. Makkelijke drielettergrepige woorden komen ook voor, zoals sinterklaas.
  • De zinnen worden langer, maar zijn nog eenvoudig van opbouw.

E4

  • Tekst bestaat voornamelijk uit één- twee- en drielettergrepige woorden. In drielettergrepige woorden mogen een beperkt aantal leesmoeilijkheden voorkomen, zoals makkelijk (-lijk spreek je uit als –luk).
  • Minder bekende woorden mogen gebruikt worden.
  • Elke nieuwe zin begint op een nieuwe regel, maar de zinnen worden langer.

M5

  • Geen beperking in lengte woorden. Elke nieuwe zin begint op een nieuwe regel. Maar de zinnen mogen over de volgende regel doorlopen.
  • Eenvoudige leesmoeilijkheden van leenwoorden komen voor: i en y uitgesproken als ie; c uitgesproken als k of als s.

E5

  • Zinnen worden langer. De zinnen kunnen bestaan uit een hoofdzin met een bijzin.
  • Meer gebruik van lastig te lezen leenwoorden: Bureau, horloge, chauffeur.
  • Zinnen beginnen niet meer op een nieuwe regel.

M6

  • Langere zinnen, ook samengestelde zinnen.
  • Zinnen beginnen niet meer op een nieuwe regel.
  • Lastig te lezen leenwoorden en leestekens komen meer voor, zoals gamen, ideeën, ruïne.
  • Steeds minder wit op een pagina.

E6

  • Langere zinnen, ook samengestelde zinnen.
  • Zinnen beginnen niet meer op een nieuwe regel.
  • Lastig te lezen leenwoorden (gamen), onbekendere woorden (ov-pas, ornament) en leestekens (ideeën, ruïne).komen meer voor.
  • Steeds minder wit op een pagina. Steeds minder illustraties in een boek.

M7 /E7 en Plus

  • Geen beperkingen meer in lengte zinnen, opbouw zinnen en soorten woorden.
  • Lange woorden komen relatief veel voor.
  • Steeds minder wit op een pagina. Steeds minder illustraties in een boek.
  • Hoofdstuklengte is over het algemeen nog beperkt.
  • Hoe hoger het niveau, hoe dikker de boeken. Weinig of geen illustraties.
     

Estafette, voortgezet leesmethode voor groep 4 t/m 8

Estafette editie 3 is vertrouwd, verbeterd en vernieuwd! De methode heeft de vertrouwde kwaliteit en herkenbare structuur van de huidige editie, maar brengt sterke vernieuwingen, zoals begrijpend lezen en bijvoorbeeld leerlingsoftware voor thuis. Met Estafette editie 3 geef je je leerlingen niet alleen het allerbeste leesonderwijs, maar bevorder je ook het plezier in lezen!

Lees meer en bekijk de materialen van Estafette editie 3

Er zijn nog geen reacties.