Hors: een paardenboek, maar dan anders!

‘Hoe Hors een politiepaard werd’ is een paardenboek, maar anders dan andere boeken over paarden. Op een stoere en leuke manier schrijft kinderboekenschrijver Elisa van Spronsen in het eerste deel over Soesja die bij een politiepaardenstal komt te wonen. We spraken met de auteur hoe zij het schrijven van ‘Hoe Hors een politiepaard werd’ heeft ervaren.

Hoe ben je op het idee gekomen van ‘Hoe Hors een politiepaard werd’?

‘Samen met de uitgever zaten we te brainstormen, en al gauw kwam het idee uit de bus: we wilden een stoer paardenboek maken. Niet een van de vele boeken die we al kennen over paarden, maar écht iets anders. Zo kwamen we op het idee om een serie over een politiepaard te maken. Ik zag meteen een grappige en eigenzinnige merrie voor me. Hors! En illustrator Katrien Holland gelukkig ook! Haar tekeningen zijn zo leuk geworden. Ze passen helemaal bij de sfeer van het verhaal.’

‘We wilden een stoer paardenboek maken. Niet een van de vele boeken die we al kennen over paarden, maar écht iets anders.’

Je hebt het over een serie. Kun je iets verklappen over deel 2?

‘Jazeker! Daar kan ik alvast een paar dingen over verklappen. De titel van het tweede deel wordt ‘Hoe Hors de kroonprins redde.’ De koning is jarig en Hors mag voor de koets van de koning lopen. De beroemde regenboogkoets. Maar dan wordt opeens de kroonprins vermist. Is hij soms ontvoerd? Soesja, Jim én Hors gaan naar de Hofstad om dat uit te zoeken. Ze komen de beruchte scooterclub De zwarte klodders op het spoor. Maar dan? Dat laat ik nog een verrassing zijn.’ Katrien Holland is nu de tekeningen aan het maken. Ik verheug me er nu al op, om deze tekeningen straks te zien. Dat moment voelt echt als een cadeautje.’

Om welke passage in het boek heb jij zelf erg moeten lachen?

‘Ik heb tijdens het schrijven vaak moeten gniffelen. Wat ik bijvoorbeeld een grappig stukje vind, is als Soesja en Jim in de stal op pannen aan het slaan zijn. Dat doen ze niet zomaar. Nee, ze zijn Hors aan het trainen zodat ze tegen kabaal kan. Een heel belangrijke eigenschap voor een politiepaard. Maar dan staat Sjef Snor, de baas van de politiepaarden, ineens in de stal. Hij duikt altijd op de meest onhandige momenten op. Gelukkig kletsen de kinderen zich er goed uit.

Soesja en Jim vonden het zelf trouwens ook een grappig stukje, want ze krijgen de slappe lach in de stal. De vrouw in streepjespak met de collectebus vind ik ook een komisch personage. Maar wie dat precies is, moeten de lezers zelf maar lezen …’

Tot slot: herken je jezelf in Soesja?

‘Soesja zou zeker een vriendin van me kunnen zijn. Ik schrijf graag grappige verhalen, maar ik vind het ook heel belangrijk dat je de hoofdpersoon goed leert kennen. Soesja is slim, stoer en een echte speurder, maar ze weet heus ook niet altijd alles. In het begin van het boek heeft ze het ook knap lastig. Samen met haar vader verhuist ze van de stad naar een krakkemikkig (en heel koud!) huisje op het platteland. Ze kent niemand en … ze is nog bang voor paarden ook. Gelukkig verandert dat laatste wel een beetje.’

Wist je dat…

Het Terschellingse woord voor paard is HORS! En dat woord komt van vroeger, toen werd dat woord vaker gebruikt voor ‘paard’.

Over de schrijfster Elisa van Spronsen

Elisa van Spronsen (1980) werd in een klein dorpje in Drenthe geboren. Behalve van spelen in de bossen en weilanden hield ze heel erg van lezen, tekenen en schrijven. Bijna al haar verhaaltjes gingen over meisjes die naar Zweden gingen verhuizen. Pippi Langkous was namelijk haar grote held en ook alle andere boeken van Astrid Lindgren verslond ze. In Utrecht studeerde ze Taal- en Cultuurstudies en daarna werkte ze als projectredacteur kinderboeken bij Uitgeverij Zwijsen.

Naast jeugdboekenschrijver is ze eigenaar van buro stylo en schrijft ze voor verschillende (kinder)tijdschriften, websites en educatieve uitgaven. Bekijk hier meer boeken geschreven door Elisa van Spronsen.

Reacties (0)

Geef een antwoord

Jouw email wordt niet gepubliceerd.

Toegevoegd aan winkelmand

Naar winkelmandje