5 Tips voor het werken in circuitvorm

Tijdens Zinderend Zwijsen vertelde Juf Lieneke van OBS de Overkant in Rhoon over het werken in circuitvorm. Veel gebruikers van Veilig leren lezen waren nieuwsgierig naar haar aanpak. Tijdens een bezoek bij Lieneke in de klas keken we mee hoe haar klas werkt in circuitvorm. De volgende tips van Lieneke kunnen jou helpen met het organiseren van je circuits.

Tip 1: Bepaal vooraf je doelen

Zorg dat je weet welke doelen je met je leerlingen wilt behalen. Lieneke: ‘Voordat ik met een kern start, neem ik de handleiding goed door, zodat ik weet welke doelen in de bewuste kern aan bod komen. Voor het circuit zoek ik onderdelen bij elkaar waarbij leerlingen werken aan die doelen, zodat ik zeker weet dat ze allemaal aan bod komen tijdens de circuits’.

Tip 2: Bouw het werken in circuitvorm rustig op

Als je leerlingen in groep 3 binnenkomen is bijna alles nieuw voor ze. Laat je kinderen eerst wennen aan de nieuwe groep en de werkwijze in groep 3. Bij Veilig leren lezen is het van belang dat ze eerst goed kennis maken met de methode en snappen hoe de verschillende onderdelen werken.

Lieneke: ‘Aan het begin van het schooljaar leg ik mijn leerlingen goed uit hoe ze in het werkboekje van Veilig leren lezen moeten werken. Als ze dat na een paar kernen door hebben, maak ik het werken in het werkboekje onderdeel van het circuit.’ Laat je leerlingen ook al kennis maken met het werken in circuits, maar bouw het rustig op. Begin met een circuit waarin 2 rondes hetzelfde zijn en start met een middag per week om het uit te breiden naar een paar middagen.

Tip 3: Maak duidelijke afspraken met je groep

Als het voor je leerlingen duidelijk is wat er van hen verwacht wordt, zullen ze daar ook naar handelen. Lieneke: Ik heb een aantal vaste regels bij het werken in circuit: praten met een zachte stem, niet valsspelen, goed samenwerken met je maatje, als de timer gaat het woord afschrijven en je hand in de lucht steken. De belangrijkste regel hebben we geleend van Opa uit het ankerverhaal van kern Start: Niemand mag winnen, niemand mag verliezen, het moet leuk zijn!’

De belangrijkste regel: niemand mag winnen, niemand mag verliezen, het moet leuk zijn!

Tip 4: Maak gebruik van beschikbare materialen

Je kunt bij het werken in circuits gebruikmaken van de bestaande materialen van de methode. Lieneke laat kinderen werken in hun werkboekje en dictees met Veilig gespeld maken. Bij elk circuit komt ieder groepje een keer bij haar aan tafel om letters of woorden te flitsen met behulp van de Leerkrachtassistent op het digibord of om samen te lezen in Veilig & vlot. Naast de vaste onderdelen van Veilig leren lezen maakt Lieneke ook gebruik van de Tips voor spelend leren (te vinden in Digiregie bij Naslag, Artikelen). Daarnaast maakt ze gebruik van materialen van vorige versies (woordzetter uit de 2e maanversie), van materialen die ze in de Veilig leren lezen kim-versie Facebookgroep voorbij ziet komen en van de spelletjes die gemaakt zijn bij Veilig leren lezen.

Tip 5: Zet kinderen van verschillende niveaus bij elkaar in de groep

Lieneke: ‘Bij het indelen van de groepjes zet ik leerlingen van verschillende niveaus bij elkaar. Elke ronde van het circuit heeft makkelijke en moeilijke oefeningen. Kinderen mogen zelf kiezen welke oefening ze doen en ze mogen samenwerken. Dit heeft als resultaat dat de zwakke leerlingen zich optrekken aan de sterkere leerlingen en hierdoor uitgedaagd worden om net een stapje extra te zetten. Na het woordflitsen heb ik tijd om de leerlingen die het nodig hebben extra aandacht te geven.’

Wil je meer weten over hoe Lieneke circuits in haar les inzet? Lees dan ‘Dagelijks werken in circuits? Hoe doe juf Lieneke dat?’.

Reacties (0)

Geef een antwoord

Jouw email wordt niet gepubliceerd.

Toegevoegd aan winkelmand

Naar winkelmandje