De kracht van taalspelletjes

Zin om te leren, opent de deur naar daadwerkelijk leren. Maar hoe raken leerlingen gemotiveerd? Er zijn verschillende factoren die hierin een rol spelen, blijkt uit onderzoek. Bijvoorbeeld: de mate van keuzevrijheid en structuur, ruimte voor eigen interesses, ontwikkeling van talenten, voldoende uitdaging, inzicht in de eigen voortgang en waardering. (Taal)spelletjes hebben een positieve invloed op deze factoren en daarmee op de motivatie van leerlingen.

Een spel is goed in te zetten, wanneer je je leerlingen de leerstof op een andere manier wilt laten verwerken. Ze werken even niet in een werkboek of schrift, maar oefenen in een minder schoolse context met de stof. Met een bordspel, een game of een beweegspel bijvoorbeeld. Een spel bevat veel onderdelen die anders zijn dan de ‘gewone’ lessen en dat spreekt aan.

Spellen motiveren, dagen uit en bieden context

Marion Siemonsma van Pen & Pion / Kenniscentrum Spel geeft aan: ‘Leerlingen kunnen door het uiterlijk van een spel aangetrokken worden. Een mooi spelbord, kaartjes of andere onderdelen zien er aantrekkelijk uit en dat motiveert. Daarnaast biedt een spel context. Het is niet zomaar een oefening, maar een context waarbinnen je met informatie aan de slag gaat. Een ander belangrijk element in spellen, is de uitdaging. In de uitdagingen kun je elkaar verslaan (competitief spel) of juist elkaar helpen (coöperatief spel). Je laat op een andere manier zien wat je kunt. Door een spel ga je als leerkracht andere kanten van kinderen zien, vaak hele verrassende kanten.’

‘Met name in coöperatieve spellen is dit zichtbaar. Deze spellen vragen originele oplossingen: laten we dit eens proberen, of dat. Oplossingsgericht denken!’ Marion geeft een voorbeeld: ‘We speelden laatst een coöperatief spel waarin we samen de wereld moesten redden van een pandemie (heel actueel). We mochten nog twee zetten doen en stonden er slecht voor. Een kind kwam met een gewaagde oplossing en we wonnen. Het was een enorme succeservaring voor dit kind. Van dit soort ervaringen groei je.’

Taalspelletjes in nieuwe methode taal en spelling

Uitgever Natasja van Boxel en conceptauteur Tineke Droog van de nieuwe methode taal en spelling die op dit moment ontwikkeld wordt door Zwijsen, bevestigen het belang van ‘even iets anders doen’: ‘Spelen is ruimte geven aan creativiteit. Spelletjes zorgen voor meer flexibiliteit in de klas en doen iets met het strakke programma.’

In de nieuwe methode taal en spelling is daarom een rol weggelegd voor taalspelletjes. Het gaat hier niet om grote bordspellen of complexe strategiespellen, maar om eenvoudige spelletjes waarmee je tien minuten op een andere manier met taal bezig §bent. Natasja: ‘Wij definiëren een spel als volgt: op een andere, creatievere, lossere en speelse manier bezig zijn met de inhoud, in interactie met elkaar.’ De spelletjes, die aansluiten bij taalbeschouwing, woordenschat, grammatica en spelling, doorbreken de vaste lesstructuur. Naast dat het een extra oefenmoment is, hebben de spellen de rol van energizer. Actief en uitdagend!

Tineke: ‘Zet het spelen op de agenda, op het rooster. Maak van het spelen een uitademmoment, een ‘break’ in de week.’

‘De fun in het leren en het leren in de fun’

Door even iets anders te doen, breng je plezier in het leren. Door in dat plezier leerelementen te stoppen, sla je twee vliegen in één klap. Marion pleit ervoor om spellen niet vrijblijvend in te zetten, maar er een moment van reflectie aan te koppelen. In een nabespreking is aandacht voor de inhoud (taal/spelling) én de vaardigheden: ‘Hoe kan het dat het spel verliep zoals het verliep? Wat kun je anders doen?’ Juist in deze bespreekmomenten zit de winst. Leerlingen denken na over hun aanpak en bij een herhaling van het spel bepalen ze of ze diezelfde aanpak hanteren of kiezen voor een andere strategie. Natasja en Tineke vullen aan: ‘Reflectie is zeker belangrijk en dat doen we in de nieuwe methode taal en spelling bij elke les. De spelletjes houden we echter kort, snel en makkelijk inzetbaar. Het moet aanvoelen als iets leuks en luchtigs. De leerkracht loopt rond en reageert op wat hij ziet.’

Spellen op verschillende momenten in de les

‘De taalspelletjes zetten we in de nieuwe methode taal en spelling structureel in elk blok in. Tussen verschillende lessen, op vrijdag en bijvoorbeeld als leswisseling’, zegt Tineke. ‘Het idee is dat kinderen de stof met behulp van de spelletjes op een andere manier verwerken. De nieuwe methode taal en spelling biedt naast schriftelijke verwerking, ook verwerking in spelvorm. We kiezen er bewust voor om de spelletjes in de verwerking in te zetten en niet in de instructie. Bij spelen hoort fouten maken; daar leer je van. In de instructie wil je de leerstof helder en zonder fouten aanbieden.’

Tip: zie spelregels als een hulpmiddel niet als streng voorschrift. Varieer. Leerkrachten zijn soms heel streng met spelregels, maar dat hoeft niet. Je kunt regels weglaten, toevoegen of leerlingen zelf regels laten bedenken (of zelfs een heel spel!).

Ook Marion noemt de mogelijkheid om via spellen de leerstof te herhalen of te verdiepen en geeft daarnaast andere toepassingsmogelijkheden aan. Een spel om nieuwe leerstof te introduceren: in een spel ontdek je wat je nog niet weet en dat kan motiverend werken. Weet je het na de les wel? Of als hulpmiddel in de verlengde instructie, waarbij een spelvorm ervoor kan zorgen dat het kwartje wél valt. Daarnaast kunnen spellen een middel zijn om aan mondelinge of schriftelijke taalvaardigheid te werken. Een opdracht kan dan zijn: ‘Bereid het spelen van het spel voor. Lees de instructies en leg de spelregels uit aan je groepje.’ Doe dat maar eens systematisch!

Tegen elkaar of met elkaar?

Bij sommige spellen is er een winnaar: degene die als eerste de finish bereikt, de hoogste score behaalt, de meeste vragen goed heeft. Maar er zijn ook spellen waar de ‘winst’ juist zit in het sámen tot een oplossing komen. Wat is nu het meest motiverend? Volgens Marion verschilt dat per persoon. Waar het ene kind alleen voor zichzelf speelt en volledig voor de winst gaat, staan voor een ander de gezelligheid en de verbondenheid voorop; samen iets leuks doen, of samen tot een oplossing komen.

Spelletjes doen voor gezelligheid en verbondenheid of juist om te winnen.

In de klas is er qua effect niet veel verschil tussen competitieve spellen en coöperatieve spellen. Het voordeel van competitieve spellen is dat er vaak sprake is van een ‘beurtenstructuur’. Hierdoor krijgen ook de stille of minder snelle kinderen een kans in het spel, en komt iedereen tot zijn recht.

Coöperatieve spellen, in allerlei vormen (met/zonder rollen, met/zonder gesproken taal) zijn erg in opkomst. Ook in deze spellen bestaan beurten, maar die kunnen ‘gekaapt’ worden door de slimme of de dominante kinderen. Je doet immers alles in overleg. Bij coöperatieve spellen is het dus van belang dat je de groepjes op een goede manier indeelt en dat de leerkracht het spel begeleidt.

Natasja en Tineke vullen aan: ‘In nieuwe methode taal en spelling hebben we gekozen voor spelvormen waaraan álle kinderen actief mee kunnen doen. Er zitten zowel competitieve als coöperatieve spelletjes in. Competitie mag af en toe zeker, maar het samen spelen is belangrijker. En daarbij: competitie werkt in de klas alleen als iedereen kan winnen, niet alleen de snelle of taalvaardige kinderen. Er moet dus een zekere geluksfactor in zitten. Een spelletje in nieuwe methode taal en spelling eindigt niet per sé met een winnaar, al kan dat wel. De uitkomst kan ook zijn: Welke vertelzinnen er na vijf minuten gemaakt?’

Feedback

Een spel zorgt ervoor dat kinderen scherp zijn op elkaar. Ze houden goed in de gaten of de ander wel het goede antwoord geeft. Zo niet, dan kunnen ze vast vertellen wat het antwoord dan moet zijn.
Feedback en inzicht in de eigen voortgang, zijn factoren die invloed hebben op de motivatie om te leren. Feedback van anderen is daarin belangrijk, maar ook een spel kan feedback bevatten en zelfs zelfcorrigerend zijn.

Tip: spellenfabrikant Haba ontwikkelt (educatieve) spellen, waarin goede feedback in het spel zelf verwerkt is.

Andere vaardigheden

Spellen zijn voor veel kinderen en volwassenen een prettige en ‘veilige’ manier om met anderen in contact te komen en te zijn. Het spel heeft de focus. Je kunt samen een spel spelen, zonder elkaar diep in de ogen te moeten kijken. Marion geeft aan dat uit onderzoek steeds meer duidelijk wordt dat spellen een heel goede leeromgeving vormen voor kinderen met bijvoorbeeld autisme, een veilige omgeving om in te leren, om te gaan met emoties, te reageren op anderen: het spel is dan de ‘mediator’.

Bijvangst! Tijdens het spelen zetten kinderen allerlei vaardigheden. Denk aan:

  • samenwerken
  • elkaar helpen
  • dingen uitleggen
  • feedback geven
  • problemen oplossen
  • creatief denken

Waaraan moet een goed spel voldoen?

Natasja: ‘Een spel moet praktisch zijn, kort en krachtig, met heldere spelregels en goed aansluiten bij een lesdoel. We hebben steeds voor ogen: wat kan er in de klas, zonder al teveel gedoe en materiaal? En de spellen moeten gelijke kansen bieden voor alle leerlingen om goed mee te kunnen doen.’

De spelletjes in de nieuwe methode taal en spelling voldoen aan deze criteria en zijn gevarieerd. Zo is er een woordbingo, een spel waarmee kinderen samen zinnen bouwen en een ei-bingo, maar ook een fysiek spel als ‘schipper, mag ik overvaren?’ Dit vinden de kinderen geweldig!’

Marion Siemonsma is eigenaar van Pen & Pion / Kenniscentrum Spel en schrijft, adviseert en traint leerkrachten en andere geïnteresseerden over de functionele inzet van spellen (in het onderwijs). Natasja van Boxel is uitgever Taal bij Uitgeverij Zwijsen. Tineke Droog is conceptauteur van de nieuwe methode taal en spelling.

Reacties (0)

Geef een antwoord

Jouw email wordt niet gepubliceerd.

Toegevoegd aan winkelmand

Naar winkelmandje