Gratis taalspelletjes voor in de klas

Wil je ook eens even iets anders doen in je taal- of spellingles? Met spelen geef je ruimte aan creativiteit. Het zorgt voor meer flexibiliteit in de klas en doet iets met het “strakke” programma.

In de nieuwe methode Taaljacht is daarom een rol weggelegd voor taalspelletjes. Het gaat hier niet om grote bordspellen of complexe strategiespellen, maar om eenvoudige spelletjes waarmee je tien minuten op een andere manier met taal bezig bent. De spelletjes, die aansluiten bij taalbeschouwing, woordenschat, grammatica en spelling, doorbreken de vaste lesstructuur. Naast dat het een extra oefenmoment is, hebben de spellen de rol van energizer. Actief en uitdagend!

Probeer het ook eens uit in de klas. We hebben 4 spellen geselecteerd uit onze nieuwste taalmethode Taaljacht. Je kunt deze taalspelletjes bij iedere taalmethode inzetten.

Schipper mag ik overvaren? (grammatica)

Doel: Ik kan de laatste klank van een klankgroep benoemen.
Nodig: voldoende ruimte (plein of gymzaal)
Tijd: 10 minuten

  1. Ga allemaal aan één kant staan.
  2. Wijs drie tikkers aan. Ik noem een woord. Luister goed: wat voor klank hoor je aan het eind van de eerste klankgroep? Als dit een korte klank is, mag je oversteken. Zorg ervoor dat je niet getikt wordt.
  3. Ben je getikt? Dan word je de nieuwe tikker.
  4. Noem woorden die wel en niet een korte klank aan het eind van de eerste klankgroep hebben: letter, tafel, bussen, storen, slakken, molen, mannen, binnen, vallen, apen, emmer, buren, middag, kikker, bloemen, rommel, hamer, modder, vlinder, smullen.

Woordbingo (woordenschat)

Doel: de leerlingen koppelen woorden aan gegeven betekenissen.
Nodig: woordenlijst uit de methode wisbordje en stift (per leerling)
Tijd: 10 minuten

  1. Laat de leerlingen vier vakken op hun wisbordje tekenen.
  2. Zet de timer op 2 minuten. De leerlingen schrijven in elk vak één woordenschat woord.
  3. Geef de betekenis van een woord. Gebruik de woordenlijst uit de methode. Geef DenkTijd. Herkent een leerling het woord op het wisbordje, dan streept hij dit door.
  4. Volle ‘kaart’? De leerling roept: ‘Bingo’.
  5. Controleer de kaart door de betekenissen opnieuw hardop te noemen.

Variatie

  • Noem niet de betekenis van de woorden, maar gebruik het woord in een zelfbedachte voorbeeldzin.
  • Niet jij, maar de leerlingen geven om de beurt de betekenis van een woord.
  • Laat de leerlingen vier woorden opschrijven en het wisbordje daarna ruilen met een maatje. Ze spelen bingo met de woorden van een ander.

Estafette (spelling)

Doel: Kinderen oefenen spellingcategorieën die nog aandacht behoeven.
Nodig: voldoende ruimte (plein of gymzaal); pen en schrijfblad (per team); digibord
Tijd: 10 minuten

  1. Verdeel de klas in vier of vijf teams.
  2. Zet per team aan één kant van de ruimte een tafel of kruk met daarop een leeg schrijfblad klaar. De teams staan aan de andere kant. Ga met je team in een rij staan. Geef de voorste leerling van ieder team een pen, dit is het estafettestokje.
  3. Noem telkens een spellingcategorie. Loop om de beurt naar de tafel en schrijf een woord uit deze spellingcategorie op. Je mag met je team overleggen voordat je loopt. Ben je klaar, loop dan weer terug en geef de pen aan de volgende.
  4. De laatste leerling die loopt, neemt het schrijfblad mee terug.
  5. Kijk kort klassikaal na. Noem de categorie en laat elk team het opgeschreven woord noemen. Schrijf het woord op het digibord en laat nakijken. Welk team had de meeste woorden goed (goed gespeld woord uit de goede categorie)?

Zin of geen zin? (taalbeschouwing)

Doel: de leerlingen oefenen met het maken en herkennen van zinnen.
Nodig: wisbordje en stift (per leerling)
Tijd: 5 minuten

  1. Model de opdracht. Schrijf op het bord een zin en een ‘niet-zin’. Bijvoorbeeld: Ik vind de taalles leuk. / ik loop naar school Welke van deze twee is géén zin? Een zin begint met een hoofdletter, eindigt met een punt en bestaat uit woorden die samen iets vertellen. Geef DenkTijd. Laat de leerlingen met hun vingers aangeven wat geen zin is.
  2. Herhaal de opdracht zo nodig nog een keer.
  3. Laat de leerlingen een zin en een ‘niet-zin’ op hun wisbordje schrijven. Laat ze een eigen volgorde kiezen zodat niet steeds de ‘niet-zin’ als laatste staat.
  4. Geef SchrijfTijd. Zet de timer op 2 minuten.
  5. Werk met tweetallen. De opdracht is: Bekijk elkaars wisbordje. Welke van de twee is géén zin? Zet daar een kruisje voor.
  6. Ontdekte je de ‘niet-zin’? Doe je duim omhoog.

Variatie

  • Laat de leerlingen twee zinnen en één ‘niet-zin’ opschrijven.
  • Geef de leerlingen een themawoord of onderwerp om een zin en een ‘niet-zin’ mee/bij te maken.

Game on met Taaljacht

Ben jij je aan het oriënteren op een nieuwe methode taal en spelling? Een methode die niet saai is maar motiveert? Met meer van deze leuke spelletjes? Bekijk dan Taaljacht! Want Taaljacht staat voor actief leren. Zo kunnen leerlingen in alle blokken spelletjes doen bij de onderdelen taal en spelling. Game on!

Reacties (0)

Geef een antwoord

Jouw email wordt niet gepubliceerd.

Toegevoegd aan winkelmand

Naar winkelmandje