Van tien naar zes tijdvakken: wat betekent dat voor jouw geschiedenisonderwijs?
In het geschiedenisonderwijs op de basisschool wordt het aantal historische tijdvakken teruggebracht van tien naar zes. Deze herziening maakt deel uit van de actualisering van de landelijke kerndoelen voor geschiedenis/mens en maatschappij die waarschijnlijk op 1 augustus 2027 officieel van kracht worden, met een overgangsperiode tot 2031.
Wat betekent deze overgang concreet en hoe zit dit in wereldoriƫntatiemethode Code D? Ron Meijer, conceptauteur van Code D, legt uit wat er verandert en hoe je leerlingen helpt ontwikkelingen te begrijpen en verbanden te zien.
Waarom van tien naar zes tijdvakken?
De tien tijdvakken gaven veel structuur maar daardoor kwam als vanzelf wat meer nadruk op feitenkennis. Maar geschiedenis is veel meer dan feitenkennis. Gebeurtenissen in het ene tijdvak, hebben gevolgen voor andere tijdvakken en voor het heden. Met de nieuwe indeling in zes ruimere tijdvakken, is er meer aandacht voor die samenhang, voor die ontwikkelingen.
Is er echt iets geschrapt, of gaat het puur om herindeling, zonder verlies van inhoud?
Dat laatste. De geschiedenis is niet veranderd natuurlijk, en het doorlopende verhaal moet terugkomen in de tijdvakken. Dus de tijdvakken zijn verruimd. De middeleeuwen zijn bijvoorbeeld teruggebracht naar ƩƩn ruimer tijdvak, wat ook aansluit op het voortgezet onderwijs. Wel is er geprioriteerd. Er ligt nu meer nadruk op de gevolgen van ontwikkelingen in de geschiedenis voor het heden, zoals het ontstaan van de parlementaire democratie en ons koloniale verleden.
Vind je het een goede herziening?
Ja. Vooral ook omdat de herziening verder gaat dan het herindelen van de tijdvakken. Het gaat niet alleen over de inhoud, maar er is ook meer aandacht voor historisch denken en redeneren. Geschiedenis is het verhaal van mensen uit ons verleden die bronnen hebben nagelaten. Maar er zijn altijd hiaten tussen onze bronnen en om het verhaal begrijpelijk te maken, om de verbanden te ontdekken moet je diep nadenken. DƔt is de kern van geschiedenis.
Geschiedenis is veel meer dan onthouden wat er vroeger is gebeurd.
Geschiedenis is veel meer dan onthouden wat er vroeger is gebeurd. Geschiedenis is vooral nadenken over de ruimte tussen bronnen. Nadenken over oorzaak en gevolg, over verandering en continuĆÆteit, rekening houdend met standplaatsgebondenheid. Dat is het historisch denken en redeneren waar het in de kerndoelen over gaat.
Van tijdvakken naar ontwikkelingen
In de nieuwe kerndoelen verschuift de nadruk op tijdvakken naar de nadruk op ontwikkelingen. In de Code D-tijdbalk lopen de periodes daarom in elkaar over en hebben ze allemaal ongeveer evenveel ruimte gekregen. Er is dus in verhouding meer ruimte voor de hedendaagse geschiedenis van Nederland dan voor de ā veel langere ā prehistorie. Dit ook omdat in de nieuwe kerndoelen de nadruk ligt op de recente geschiedenis.


Hoe zitten de tijdvakken in Code D? Voldoet Code D aan de nieuwe indeling?
Ja. Bij het maken van Code D is al rekening gehouden met deze nieuwe indeling. De tijdbalk van Code D is daar een goed voorbeeld van. EĆ©n lang verhaal zonder dikke scheidslijnen. In de bijbehorende opdrachten wordt aan de leerlingen gevraagd naar ontwikkelingen en verbanden in geschiedenis. Ook de themaās van Code D zijn niet ingestoken volgens de tijdvakken, maar zijn thematisch en vanuit historische vraagstukken en ontwikkelingen opgebouwd. En de opdrachten in Code D zijn bij uitstek āhoe- en waarom-opdrachtenā. Er wordt niet gevraagd naar feitjes, maar de leerlingen worden uitgedaagd om na te denken, om verbanden te leggen, om ontwikkelingen te zien.
Kortom
Met de nieuwe kerndoelen komt de kern van geschiedenisonderwijs nog meer centraal te staan: niet alleen weten wat er is gebeurd, maar vooral begrijpen hoe ontwikkelingen samenhangen en waarom het verleden ertoe doet voor het heden. Precies dƔt is waar Code D leerlingen toe uitdaagt.
Ron Meijer is docent geschiedenis bij Hogeschool IPABO en conceptauteur van de wereldoriƫntatiemethode Code D