Goed van start met bewegend rekenen in groep 3

7 september 2020

Weekplanning en kant-en-klare rekenactiviteiten

bewegend-rekenen-groep3-thumbnailpngKleuters leren vooral door te doen. In het begin van groep 3 is het dan ook zinvol om met concrete materialen te werken en aan de slag te gaan met bewegend rekenen. Zo kun je de doelen van groep 2 actief herhalen en vanuit hier de methode oppakken. Door het rekenen actief aan te bieden, werk je bovendien ook aan een de groepsbinding en creëer je een positieve sfeer in je groep. Handig bij de start van het nieuwe schooljaar! In dit artikel laten we je daarom zien hoe je de eerste schoolweek in groep 3 kunt indelen met handelend en bewegend rekenonderwijs.

Dag 1

Na een welverdiende zomervakantie komen de kinderen weer voor het eerst naar school. Ze zijn benieuwd wat ze allemaal gaan leren in groep 3. Daarom is het leuk om de eerste les te starten met ‘Een kijkje in groep 3’. Geef enkele activiteiten achter elkaar waar ze in groep 3 mee te maken krijgen:

  • Teken op het bord een analoge klok waarbij het 8 uur is en doe alsof je op tafel ligt te slapen. Je schrikt wakker en zegt ‘’Oownee, het is al 8 uur, mijn nieuwe groep 3 komt zo al. Ik moet mij snel aankleden en naar de klas!’’ Vertel de kinderen dat ze dit jaar leren klokkijken en leg uit waarom dit handig is. Kijk samen of het ze al lukt om een paar kloktijden te benoemen.
  • Start vervolgens met een telwandeling. Iedereen loopt kriskras door de klas. Elke stap is één tel. Zeg dat ze de telrij tot 100 gaan leren en help ze beetje bij beetje om richting de 100 te komen. Laat ze ook eens vanaf de 20 terugtellen en steeds een stapje achteruit zetten. Verwonder je over hoe ver de kinderen als groep al kunnen tellen!
  • Speel enkele optel- en aftreksommen na met de kinderen. Dit kunnen bussommen zijn of kies voor een andere context. De kinderen hebben bij de kleuters al geleerd wat optel- en aftreksituaties zijn tot en met de 12.
  • Laat tot slot de kinderen in tweetallen werken. De een bouwt een bouwwerkje met blokjes en de ander bouwt het na. Hierna wisselen ze van rol. Bij de kleuters hebben ze misschien al veel gebouwd, maar ook in groep 3 gaan ze hier verder mee aan de slag met behulp van plattegronden.

Dag 2

Op dag 2 gaan de kinderen met telopdrachten tot en met 12 aan de slag. Leg bijvoorbeeld gelamineerde vingerbeelden en getallen verspreid op de tafels. De kinderen gaan in de klas op zoek naar hoeveelheden die erbij passen. Bij het vingerbeeld van 8, kunnen ze bijvoorbeeld 8 blokjes leggen. Als je dominostenen in de klas hebt, kunnen de kinderen ook kijken welke dominosteen bij het vingerbeeld of getal past.

Hierna zet je een muziekje op en ga je lekker dansen met de klas. Natuurlijk hoort hierbij ook een rekenopdracht. Steeds als de muziek stopt, vertel je wat de kinderen moeten doen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat ze in groepjes van 5 moeten gaan staan, of dat je op elke tafel 7 vingers wilt zien, dat je 6 voeten bij elkaar wilt zien en ga zo maar door…

Dag 3

Nu het tellen tot en met de 12 herhaald is, gaan ze deze hoeveelheden met elkaar vergelijken. Wat is meer, wat is minder en wat is evenveel? Maak hiervoor gebruik van boterhamzakjes en stop daar verschillende hoeveelheden van verschillende voorwerpen in. Zorg dat elk kind één zakje heeft. Start weer een muziekje. Wanneer de muziek stopt, maken de kinderen zo snel als ze kunnen tweetallen met iemand die dichtbij staat. Ze halen de hoeveelheden uit het zakje en tellen deze. Daarna benoemen ze wie meer of minder heeft. Of misschien is het wel evenveel. Laat de kinderen de begrippen ook echt gebruiken tijdens deze activiteit. Laat ze dus niet alleen wijzen naar iets wat meer is, maar het ook echt benoemen. Als ze dit weten, stoppen ze de hoeveelheden weer terug in het zakje en ruilen ze de zakjes om. Zo spelen ze met een andere hoeveelheid verder wanneer de muziek weer start.

Als de spullen weer opgeruimd zijn, zit iedereen aan tafel met 12 blokjes of fiches voor zich. Jij laat steeds een hoeveelheid zijn en geeft als opdracht dat de kinderen iets moeten maken dat meer, minder of evenveel is. Zo zie je in één oogopslag of de kinderen het doel begrepen hebben.

Dag 4

Op dag 4 gaan we aan de slag met splitsopdrachten tot en met de 6. Bij de eerste activiteit krijgen de kinderen per groepje 6 blokken. Om de beurt laten ze van de 6 blokjes een hoeveelheid aan elkaar zien. Bijvoorbeeld 5. Dit is dan het getal dat gesplitst wordt. De kinderen uit het groepje sluiten hun ogen en degene die aan de beurt is, verstopt van die 5 blokken enkele blokken onder tafel. De kinderen openen hun ogen weer en benoemen hoeveel ze zien en hoeveel er dus onder tafel ligt. Als het klopt, is de volgende aan de beurt om blokken te tonen en te verstoppen.

Na deze startactiviteit gaan we klassikaal splitsen. De kinderen hebben nu ieder 6 blokjes of fiches voor zich. Jijzelf pakt een hoeveelheid. Daarvan laat je een deel zien en een deel dek je af. De kinderen pakken dezelfde hoeveelheid en splitsen deze op hun tafel. Zo is iedereen actief betrokken bij het uitvoeren van de splitsingen.

Een leuk eindspelletje kan zijn dan de kinderen in tweetallen werken, waarbij ze steeds de 6 gaan splitsen. Het ene kind tekent bijvoorbeeld 4 rondjes op de rug van de ander. De ander moet dan voelen hoeveel rondjes getekend zijn en hoeveel er nog bij moet om de 6 te maken. Zo wisselen ze steeds van beurt.

Dag 5

Op dag 5 sluiten we de week af met optel- en aftreksituaties. Zet buiten een bakje neer die vol zit met dominostenen. Heb je deze niet, kijk dan op internet voor printbare dominostenen. Op een afstandje zet je 12 genummerde bekers neer. De kinderen pakken steeds één dominosteen, tellen de punten bij elkaar op en rennen naar het juiste bekertje.

Ga vervolgens binnen in de klas optel- en aftreksituaties naspelen. Jij bent bijvoorbeeld een buschauffeur en steeds stappen kinderen in of uit de bus. Of jij bent jarig en er zijn al 7 kinderen, 4 moeten er nog komen. Hoeveel kinderen heb je in totaal uitgenodigd? En hoeveel zijn er nog over als er 2 kinderen eerder opgehaald worden door hun ouders? Gebruik rekentaal bij de contexten. Je mag best tellen met de kinderen, maar benoem daarna dat 11 eraf 2 dus 9 is.

Na deze actieve week is de basis die nodig is voor een goede start in groep 3 herhaald. Als je in deze week iets opvallends zag, kun je daar snel op in spelen zodat elk kind de juiste basis heeft. Veel succes met de start in groep 3 en geniet van het handelend en bewegend leren!

Over de auteur: Remco Hoeymans is een ervaren én bevlogen leerkracht. Remco is ook Rekenspecialist en Bewegend leren expert. Hij werkt momenteel aan een boek ‘Bewegend en spelend rekenonderwijs’ dat eind 2020 uitkomt. Daarnaast geeft Remco workshops en trainingen aan leerkrachten uit het basisonderwijs over dit onderwerp.

Rekenmethode in ontwikkeling: Semsom

Huidige rekenmethodes hanteren dezelfde lesopzet voor groep 3 en groep 8. Bij Zwijsen weten we uit ervaring dat leerlingen uit groep 3 anders zijn dan leerlingen uit groep 8 en daarom komen wij met een rekenmethode die speciaal ontwikkeld is voor de behoeftes van leerlingen in groep 3. Wil jij meedenken in de ontwikkeling of op de hoogte blijven?

Meld je hier aan voor de nieuwsbrief 

of lees eerst meer over Semsom

Er zijn nog geen reacties.