Mijn kind leert lezen! Kern 2

26 september 2017

Gaat jouw kind leren lezen? Meer dan driekwart van de scholen maken hiervoor gebruik van de methode Veilig leren lezen van Uitgeverij Zwijsen. In dit artikel lees je wat je kind leert bij kern 2 en krijg je tips om je kind thuis te laten lezen en spelen met letters en woorden. 

Welke versie gebruikt de school van je kind?

Veilig leren lezen is er in twee versies: 2e maanversie, uitgebracht in 2003 en bekend als maan roos vis, en de (nieuwere) Veilig leren lezen kim-versie, uitgebracht in 2014. Beide werken met kernen, waarin je kind telkens andere letters leert en waarin specifieke lettercombinaties en klanken centraal staan. 

Wordt er gewerkt met de kim-versie van Veilig leren lezen, dan begint je kind bij kern start. Daarna volgen kern 1 t/m 11 en het schooljaar wordt afgesloten met kern Afsluiting. Elke kern heeft een thema, dat geïntroduceerd wordt met behulp van een ankerverhaal. Werkt je kind met de 2e maanversie, dan begint je kind met kern 1 en wordt er afgesloten met kern 12.

Kern 2, kim-versie: letters n, t, ee, b, oo

In kern 2 leren de kinderen de volgende vijf letters: n, t, ee, b en oo. Sommige kinderen verwarren de b met de d (de d wordt in kern 3 geleerd). De kinderen leren daarom nu al als geheugensteuntje dat je de b eruitziet als een been dat tegen een bal schopt. Eerst komt het been, dan de bal.

Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), oefenen het lezen van:

  • eenvoudige samengestelde woorden zoals zakdoek;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met twee medeklinkers, zoals kroon;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op twee medeklinkers, zoals laars;
  • eenvoudige verkleinwoorden, zoals visje, boompje en tuintje.

Kern 2, 2e maanversie: t – n – b – oo – ee

In deze kern leert je kind de letters: t – n – b – oo – ee en de woorden: teen - een - neus - buik - oog.

De letters i - m - r - v - s – aa - p – e zijn bekende letters geworden. De letters t – ee - n – b – oo komen daarbij met behulp van de woorden: teen, een, neus, buik, oog. Deze woorden passen bij het thema: ‘Mijn lijf’. Je kind krijgt deze woorden aangeboden met behulp van een verhaal dat verteld wordt aan de hand van een reuzenboek. In dat verhaal moeten 2 kinderen naar zwemles, maar door een ongelukje komen ze daar niet terecht.

Hakken en plakken

Naast het uitbreiden van de letterkennis, werkt je kind ook aan de vaardigheden die nodig zijn om te kunnen lezen: woorden in stukjes hakken (letters of klanken) en die stukjes weer aan elkaar plakken tot een woord. Met behulp van de tot nu toe geleerde letters kunnen ook andere woorden worden gemaakt dan bovenstaande woorden, bijvoorbeeld: vaar, kaas, pit, raam, boos. Dat is een ontdekkingsreis met steeds meer ontdekkingen en uitdagingen.

Waardering

Wat is er voor je kind leuker dan thuis te laten zien wat het allemaal al kan? Het is belangrijk dat je kind zelfvertrouwen krijgt bij het lezen. Spreek daarom altijd je waardering uit over de leespogingen en de schrijfsels van je kind, ook al gaat er nog wel eens iets mis.

(Voor)leestips bij kern 2

Zelf lezen niveau maan

  • raak, Ina Hallemans (makkelijk lezen) ISBN 978.90.487.1903.7
  • mik, sik, saar, vis, Andrea Kruis (makkelijk lezen) ISBN 978.90.487.1906.8
  • aap, kip, vis, fotoboek (makkelijk lezen) ISBN 978.90.487.1909.9
  • ik mis aap, Tineke Meirink ISBN 978.90.487.1901.3
  • ik vaar, Marjolein Pottie ISBN 978.90.487.1904.4
  • aap aan de haak, Monique van der Zanden en Heleen Brulot ISBN 978.90.487.1907.5

Zelf lezen niveau zon

  • een mop is top!, Annemarie Bon en Mieke Driessen ISBN 978.90.487.1902.0
  • lol met pap, Ruben Prins en Marja Meijer ISBN 978.90.487.1905.1
  • kim en de vaas, Bas Rompa ISBN 978.90.487.1908.2

Voorlezen

  • De klok en de tijd hoe? Wat? Waarom?, Angela Weinhold ISBN 9789044725285
  • De Kleine Prins / Planeet van de tijd, Christine Féret-Fleuryn ISBN 9789077330227
  • Waar is Kik?, Martine Letterie en Marjolein Pottie ISBN 978.90.487.1910.5

Zoek in de bibliotheek ook eens naar de leesseries bij Veilig leren lezen, of kijk samen met je kind bij onze kinderboeken (AVI-niveau Start)!

Tips voor spelletjes bij kern 2

Wie maakt de meeste woorden?

Speel een leuk spel met de letters die je kind al kent. Maak letterkaartjes van stukjes karton van twee bij twee centimeter. Schrijf op elk kaartje een letter. Leg de kaartjes met de achterkant naar boven op tafel. Geef iedere speler pen en papier. Pak een zandloper of eierwekker. Het spel kan nu beginnen.

Een kind mag vijf letters omdraaien. Als daar geen klinker bij is, mag het extra kaartjes omdraaien totdat i, aa , e, ee, of oo gevonden is. Laat je kind de letters benoemen. Draai daarna de zandloper om of stel de eierwekker in op drie minuten. Geef de spelers de opdracht zo veel mogelijk woorden op te schrijven. Als de tijd om is, stopt iedereen met schrijven. De spelers wisselen nu hun blaadjes uit. Ze lezen en beoordelen elkaars woorden. Ieder goed woord is een punt waard. Hoeveel woorden kunnen de spelers binnen de gegeven tijd maken?

Welke andere woorden kun je maken van de letters? (niveau zon)

Vraag je kind een zo lang mogelijk woord te bedenken en schrijf dit zelf op. Bijvoorbeeld: voetbalveld. Alle spelers proberen nu zo veel mogelijk nieuwe woorden te maken met dit woord (voetbal, veld, bal, voet, lat, bol, enzovoorts). Wie maakt de meeste woorden? Wissel het bedenken van woorden af.

Er zijn nog geen reacties.