Hoe formuleer je een onderzoeksvraag?

3 april 2019

Onderzoekend leren en zaakvakken

Onderzoekend leren krijgt binnen het zaakvakkenonderwijs steeds meer aandacht. Daarbij staan 21e-eeuwse vaardigheden centraal zoals samenwerken en kritisch en creatief denken. Het uitgangspunt bij onderzoekend leren is een onderzoeksvraag. En juist dát onderdeel ervaren veel leerlingen (en leerkrachten) als lastig. Want hoe formuleer je een goede onderzoeksvraag?

Meestal lukt het stellen van een onderzoeksvraag wel als het een onderwerp betreft dat zich richt op kerndoelen uit het domein Natuur en techniek. Lastiger wordt het bij onderzoekjes die zijn gericht op meer wereldoriënterende thema’s waarbij ook kerndoelen zijn betrokken uit de domeinen Mens en samenleving, Ruimte en Tijd.

Onderzoeksvragen bij wereldoriënterende onderwerpen

Onderzoeksvragen die zich richten op het domein Natuur en techniek richten zich op een eenduidig antwoord als resultaat van het onderzoek. Zo kun je een eenduidig antwoord als resultaat verwachten op een onderzoeksvraag als Wie kunnen harder lopen: jongens of meisjes?

Maar het geven van eenduidige antwoorden bij onderzoeken van wereldoriënterende onderwerpen is veel moeilijker. Bij een onderzoeksvraag als Wie hadden de beste wetten: Grieken of Romeinen? blijft het antwoord altijd een mening. Toch kunnen we dit soort meningsvormende onderzoeksvragen goed gebruiken als uitgangspunt voor onderzoekend leren.

Onderzoeksvragen binnen de wereldoriëntatiethema’s bij De Zaken van Zwijsen

Bij de wereldoriëntatiethema’s van Tijdzaken, Wereldzaken en Natuurzaken wordt uitgegaan van onderzoeksvragen. Bij het wereldoriëntatiethema Uitvindingen is de onderzoeksvraag Welke uitvinding is de belangrijkste ooit? en bij het wereldoriëntatiethema Kunst is de vraag Wat is kunst? Bij voorbaat is duidelijk dat hier geen eenduidig antwoord mogelijk is. We richten ons dan ook op het proces van onderzoekend leren.

Bij de wereldoriëntatiethema’s gaan wij ervan uit dat de leerlingen werken in groepjes. Na een gezamenlijke introductie zoekt elke leerling eerst informatie en bepaalt dan voor zichzelf een antwoord op de onderzoeksvraag. Dit antwoord verdedigt hij vervolgens in de groep. De groep maakt daarna een keuze uit de ingebrachte antwoorden en komt tot een gezamenlijk eensluidend antwoord. Daarna worden zowel het proces als het resultaat van het onderzoek gepresenteerd aan de andere groepen. Op deze manier stellen we in elk thema een meningsvormende onderzoeksvraag waarna de 21e-eeuwse vaardigheden een centrale plek gaan innemen tijdens het onderzoek.

Algemene criteria voor een goede onderzoeksvraag

Wat betreft de formulering van een goede onderzoeksvraag zijn wel enkele algemene principes te formuleren, bijvoorbeeld:

  • Een goede vraag is een onderzoeksvraag, geen opzoekvraag. De vraag is dus niet goed als het antwoord eenvoudigweg is op te zoeken.
  • Een goede vraag bestaat uit één vraag. De vraag is niet goed als die is samengesteld uit meerdere vragen.
  • Een goede vraag is een open vraag. De vraag is niet goed als het antwoord simpelweg ‘ja’ of ‘nee’ is.
  • Een goede vraag is duidelijk geformuleerd. De vraag is niet goed als een ander er vragen bij moet stellen ter verduidelijking.

Er zijn nog geen reacties.