Leren lezen en spellen: een krachtige en effectieve combinatie

14 juni 2018

Door Astrid Geudens, hoofdauteur Veilig leren lezen kim-versie

In Veilig leren lezen kim-versie is bewust gekozen voor een aanpak waarbij technisch leren lezen hand in hand gaat met spellen. De opbouw in de automatiseerlijn start met het alzijdig verkennen van een nieuwe letter. De kinderen luisteren eerst naar de klank, ze voelen hoe ze de klank uitspreken, kijken naar de lettervorm en ordenen de letter in de juiste letterfamilie. Daarna wordt de klanktekenkoppeling systematisch geautomatiseerd, in alle mogelijke combinaties van aangeboden letters. Dat gebeurt niet enkel door het lezen van betekenisvolle woorden, zinnen en teksten. De nieuwe letter wordt expliciet vanaf het begin ook ingeoefend via spelling. Om en om is er in de basisles meer aandacht voor lezen en dan weer voor spelling maar beide vaardigheden gaan hand in hand. En dat is een zeer bewuste keuze.

In dit artikel lees je:

Waarom spelling erbij hoort

Iedereen die te maken krijgt met leren lezen in groep 3 heeft één belangrijk doel voor ogen: alle kinderen met begrip en plezier aan het lezen krijgen. Jarenlang onderzoek toont aan dat het automatiseren van klanktekenkoppelingen en woordherkenning de basis is bij uitstek om dit doel te bereiken (Stichting Lezen, 2017; Vernooy, 2006). Ingebed in een rijk, interactief en betekenisvol taalkader met zowel aandacht voor mondelinge als schriftelijke taalvaardigheden, biedt een dergelijk aanbod een sterke voedingsbodem voor de latere leesvaardigheid (Aarnoutse & Verhoeven, 2000). En daarbij mag spelling niet ontbreken. Het samen aanleren van lezen en spelling blijkt immers niet alleen relevant voor de ontwikkeling van beide vaardigheden an sich. Juist de combinatie van lezen en spellen is een effectief principe om het automatiseren van letters en woorden te ondersteunen. Hoe dan wel?

Wat er gebeurt in het hoofd van een kind dat leert lezen

Om bovenstaande vraag te beantwoorden, nemen we eerst een kijkje in het hoofd van een kind dat leert lezen. Dat hoofd is volop in de weer om sterke verbindingen te maken; verbindingen tussen informatie over hoe het woord wordt uitgesproken (fonologie), wat het woord betekent (semantiek), en hoe het woord wordt geschreven (orthografie).

hoofd-koppelingen-leggen.png

Die verbindingen moet het kind opslaan en wel liefst zo gedetailleerd en kwaliteitsvol mogelijk en dat op alle niveaus, van individuele letters en klanken, over grotere groepen binnen het woord tot het hele woord. Dat is wat wetenschappers omschrijven als ‘woordspecifieke kennis’ of ‘orthografisch leren’. Heeft het kind een sterke woordspecifieke kennis opgebouwd, dan kan het de informatie over het woord direct correct en vlot oproepen en dus vlot lezen en spellen (zie Van den Broeck & Geudens, 2016 voor een beschrijving). En dat is uiteraard het doel van het automatiseren.

Wat heeft ‘woordspecifieke kennis’ te maken met het belang van het samen aanleren van lezen en spelling?

Welnu, onderzoekers hebben aangetoond dat juist spelling helpt bij het opbouwen van deze ‘woordspecifieke kennis’. Meer nog, het spellen van woorden zou zelfs een groter effect hebben op het opbouwen van woordspecifieke kennis dan het lezen van woorden (Shahar-Yames & Share, 2008; Ouelette, 2010). De reden hiervoor ligt bij de eigenheid van spelling.

Het spellen van woorden stelt immers in talen zoals het Nederlands grotere eisen aan de verwerking (Bosman & Van Orden, 1997). Wanneer een kind spelt, wordt het gedwongen om elke klank aandachtig te verwerken, de klanken vast te houden en die dan ook nog eens heel actief en wel in de goede volgorde om te zetten in letters. Daardoor moet het kind de code van het woord heel actief ophalen bij het spellen, terwijl het bij lezen volstaat om het woord te herkennen.

Het schrijven van de woorden heeft hierbij nog eens een extra voordeel omdat dit de visuele vorm van de letters goed inslijpt. Dat komt doordat de schrijfpatronen en visuele aspecten tijdens het schrijven als het ware voor een extra code zorgen in het geheugen, een zintuiglijk-motorische code (Bosse, Chaves, & Valdois, 2014). Dat is precies ook de reden waarom men adviseert bij het aanleren van klanktekenkoppelingen om de vorm van de letter ook te schrijven, ook bij kleuters (Bara and Gentaz, 2011; zie Geudens, Van Kerckhove, & Noé, in druk). En dan gaat het uiteraard puur om het verkennen en het voelen van de vorm op zich, niet om het leren van de schrijfbewegingen. 

Het is dus niet voor niets dat kinderen in Veilig leren lezen kim-versie het automatiseren van letters, woorden en zinnen dus zowel oefenen bij het lezen als spellen (zie ook Geudens, 2016). In het stappenplan van spelling, de dictees en het oefenmateriaal Veilig gespeld en de werkboekjes gaan lezen, spelling en schrijven dus letterlijk hand in hand. In die oefeningen zijn bijvoorbeeld ook woorden opgenomen met letters en klanken die lijken op de doelletter of minimaal van elkaar verschillen (bijv. ‘pot’ – ‘poot’). De extra aandacht die hierbij nodig is, kan het inslijpen van woordspecifieke kennis des te meer versterken. 

Voor kinderen met leesproblemen biedt de combinatie lezen en spelling extra houvast

Een effectieve oefening is bijvoorbeeld vanuit auditieve analyse een leesoefening op te bouwen. De leerkracht zegt het woord, het kind spelt het vervolgens. Het pakt er ofwel de letters bij in de goede volgorde of schrijft het woord. Vervolgens wordt het gemaakte woord gelezen met een leesschuif. Daarbij kan de leerkracht opbouwen volgens voor-koor-zelf: eerst het woord zelf lezen, vervolgens samen lezen en tot slot zelf lezen. 

Na deze veilige en stapsgewijze opbouw, leest het kind de geoefende woorden na elkaar. De combinatie met het spellen in deze oefening vraagt om een extra verwerking maar juist daardoor doet het kind meer (woordspecifieke) kennis op. Dat verhoogt de kans op transfer: het kind zal die kennis m.a.w. makkelijker kunnen toepassen bij het lezen van andere woorden. In het artikel ‘Extra ster-tijd’ wordt deze aanpak verder geïllustreerd (Van Loosbroek, 2016). 

Veilig leren lezen kim-versie, opstap naar beter lezen met begrip en plezier

De combinatie van lezen en spelling in Veilig leren lezen kim-versie versterkt de automatiseerlijn. Het sterker automatiseren van lezen draagt immers niet alleen bij tot beter spellen maar juist het spellen versterkt ook de technische leesvaardigheid (Moats, 2005). En dát is een hele mooie opstap naar beter lezen met begrip en plezier (Stichting Lezen, 2017). 

 Lees meer over Veilig leren lezen

Referenties

Aarnoutse, C.A.J., & Verhoeven, L. (2000). Interactief taalonderwijs. Taal Lezen Primair, 2000/03, 4-5.

Bara, F. & Gentaz, E. (2011). Haptics in teaching handwriting: The role of perceptual and visuo-motor skills. Human movement science 30:745-59.

Bosman, A.M.T., & Van Orden, G.C. (1997). Why spelling is more difficult than read¬ing. In C.A. Perfetti, L. Rieben, & M. Fayol (Eds.), Learning to spell: Research, the¬ory, and practice across languages (pp. 173-194). Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.

Bosse, M., Chaves, N., & Valdois, S. (2014). Lexical orthography acquisition: Is handwriting better than spelling aloud? Frontiers in Psychology, 1, 5-56.

Geudens, A. (2016). De automatiseerlijn van Veilig leren lezen uitgelicht. Tilburg: Zwijsen

Geudens, A., Van Kerckhove, E., & Noé, M. (in druk). Klanktekenkoppelingen verkennen. Doelbewust én kleutervriendelijk. Tijdschrift Taal.

Moats, L.C. (2005). How spelling supports reading. American Educator, 06, 12-43. Verkregen via http://www.readingrockets.org/article/how-spelling-supports-reading

Quelette, G. (2010). Orthographic learning in learning to spell: The roles of semantics and type of practice. Journal of Experimental Child Psychology, 107, 50-58.

Shahar-Yames, D., & Share, D.L. (2008). Spelling as a self-teaching mechanism in ortho¬graphic learning. Journal of Research in Reading, 31, 22-39.

Stichting Lezen (2017). Als lezen niet vanzelf gaat. Amsterdam: Stichting Lezen.

Van den Broeck, W., & Geudens, A. (2016). De rol van alfabetische en woordspecifieke kennis in didactiek en interventie van technisch lezen. In W. Van den Broeck (Red.), Handboek dyslexieonderzoek. Wetenschappelijke inzichten in diagnostiek, oorzaken, preventie en behandeling van dyslexie (pp. 127-152). Leuven: Acco.

Van Loosbroek, I. (2016). Extra ster-tijd. Een intensieve aanpak maakt het verschil. Tilburg: Zwijsen.

Vernooy, K. (2006). Effectief omgaan met risicolezers. Werken aan preventie en beter omgaan met leesmoeilijkheden. Amersfoort: CPS.

2 reacties

Carolijne Loeff schreef op 13 november om 18:41

Leuk

Rosanne Loeff schreef op 13 november om 18:45

Leuk