Lezen wordt een feest met deze leesvormen

Voor sommige kinderen is lezen een feest. Voor andere kinderen is lezen meer een verplichte bezigheid. Om lezen voor deze kinderen aantrekkelijker te maken, kun je diverse werkvormen inzetten. Door te variëren met de wijze waarop kinderen gaan lezen, wordt het kwartiertje lezen per dag verrassend en afwisselend, ook voor kinderen die lezen niet zo leuk of moeilijk vinden. Kies uit de hieronder staande ideeën en verras je leerlingen. Succes verzekerd!

De week van …

Wijs een week aan tot ‘week van het stripboek’ of ‘week van het prentenboek’, of een ander genre dat leerlingen relatief snel kunnen uitlezen. Tijdens het vrij lezen in de klas laat je leerlingen alleen die boeken lezen, die in deze aangewezen week centraal staan. Laat ze vertellen over hun favoriete stripboek, prentenboek of andere genre en laat ze er een top 5 van maken. Stripboeken en prentenboeken zijn niet alleen leuk om te lezen, maar ook heel effectief in het vergroten van de woordenschat. Moeilijke woorden worden ondersteund door beeld en worden daardoor vaak meteen duidelijk.

Hoofdpersonen lezen

Vraag de leerlingen om gedurende een week een aantal kenmerken van de hoofdpersoon in het boek dat ze lezen, bij te houden. Denk dan aan feitjes als: is het een jongen, een meisje, een dier of iets anders? Hoe oud is het hoofdpersonage, op welke plek is het personage? Op rustige momenten inventariseer je deze gegevens en breng je ze samen met je leerlingen in kaart. De gegevens worden bijvoorbeeld in een staafdiagram gezet. Je kunt dit gezamenlijk doen op het digibord of je laat dit leerlingen doen die extra stimulans tijdens het leeskwartier kunnen gebruiken. Laat hen de gegevens presenteren.

Lees elkaar voor!

Leerlingen kiezen in tweetallen een boek dat ze leuk lijkt om aan elkaar voor te lezen. Deze duo’s gaan tijdens het vrij lezen op een rustig plekje in het schoolgebouw zitten (of in de zomer buiten). Om de beurt lezen de leerlingen elkaar een stukje voor. De leerlingen kunnen afspreken hoe lang een voorleesbeurt duurt (alinea’s of bladzijden bijvoorbeeld) of ze lezen voor tot de ander aangeeft het te willen overnemen.

Toneellezen: absolute favoriet onder leerlingen

Ga een week toneellezen: Zorg voor voldoende toneelleesboeken of theaterleesboeken. Leerlingen kiezen in tweetallen een boek dat hen leuk lijkt om te lezen. Tijdens het vrij lezen wordt er gelezen in deze boeken. Je nodigt duo’s uit die een bijzonder stukje hebben gelezen (grappig of spannend of … vul maar in) om dit stukje extra te oefenen en aan het eind van de dag voor te lezen aan de groep.

Een bijzondere leesplek

Leerlingen lezen tijdens het vrij lezen niet op hun eigen plek, maar kiezen een ander plekje in de klas of op school. Je kunt je leerlingen ook vragen welke goede leesplekken er in de klas of in de school gecreëerd zouden kunnen worden, zodat lezen nog fijner wordt.

Boeken op de kaart

Hang een wereldkaart op in de klas. Iedere leerling vertelt in welk land het boek speelt dat hij of zij nu aan het lezen is. Prik met een speld de titels van de boeken op het juiste land. Daag leerlingen uit om boeken te gaan lezen over landen die nog geen prikker hebben. Over welke landen is aan het eind van de week gelezen? Laat leerlingen vertellen wat zij te weten zijn gekomen over het land. In welk ander land zouden ze willen wonen? En natuurlijk: welke boeken vonden ze het leukst?

Leesbingo

Geef iedere leerlingen een eigen bingokaart om ze te stimuleren om 5, 10 of 15 minuten te lezen op een bepaalde plek of in een bepaald type boek.

Reacties (0)

Geef een antwoord

Jouw email wordt niet gepubliceerd.

Toegevoegd aan winkelmand

Naar winkelmandje