Kant-en-klaar Kerstrekencircuit voor groep 3

Na het succes van het Sinterklaas rekencircuit, komen we nu ook met een rekencircuit voor Kerst! Geniet van de beweeg- en spelactiviteiten en sluit het kalenderjaar actief af.

Werken met een rekencircuit

Met een rekencircuit kun je in korte tijd veel doelen onderhouden. Door goed te observeren, kom je erachter of de leerlingen hetgeen ze eerder hebben geleerd nog begrijpen. Of dat je juist nog extra aandacht aan een bepaald onderdeel moet schenken. In dit artikel hebben we 7 kant-en-klare activiteiten uitgeschreven die je voor de kerstvakantie kunt inzetten. Denk vooraf na over de grootte van de groepjes en kies aan de hand daarvan het aantal circuitonderdelen uit.

Materialen

Benodigde materialen voor dit circuit zijn:

ActiviteitMaterialen
Activiteit 16 blikken of blokken
Kerstpapier
1 balletje
Schrijfpapier en schrijfgerei
Activiteit 2Schrijfpapier en schrijfgerei
Activiteit 3Groene kroonrepen
Ronde vouwblaadjes in verschillende kleuren
Activiteit 4Kaartjes met optel- of aftreksommen
Schrijfpapier en schrijfgerei
Activiteit 5Kopieerblad getallen-Kerstmutsjes
2 dobbelstenen
Activiteit 6Kopieerblad staafgrafiek
Schrijfgerei
Activiteit 7Kerstballen van verschillende groottes
Touw
Scharen
Linialen

Circuitonderdeel 1: Kerststapel omgooien

Doel: Ik kan optelsommen met meerdere getallen tot 10 uitrekenen.

Pak 6 blikken of blokken in met kerstpapier. Schrijf op elk blik een getal tot 10. Stapel deze op elkaar op de tafel (op de onderste rij zet je drie blikken, daarbovenop twee en één als top). De leerlingen gooien van een kleine afstand met de (kerst)bal op de kerststapel. Ze schrijven de getallen op van de blikken die zijn omgevallen en rekenen uit hoeveel dit samen is. Zodra de getallen zijn overgeschreven, kunnen ze de volgende de stapel weer in orde maken en gooien.

Circuitonderdeel 2: Sneeuwballen spel

Doel: Ik kan optel- en aftreksommen tot 10 uitrekenen.

Elke leerling krijgt een vel papier. Hij schrijft hierop een som, verfrommelt het papiertje en gooit deze ‘sneeuwbal’ naar een leerling uit het groepje. De leerling die de ‘sneeuwbal’ krijgt, rekent de som uit. Daarna verfrommelt die leerling het papier weer en gooit het papier weer verder.

Circuitonderdeel 3: Kerstpatroon

Doel: Ik kan een patroon maken.

Leg stroken neer in de vorm van een kerstboom (zie afbeelding). Leg er gekleurde ronde vouwblaadjes bij. De leerlingen maken tussen elke twee stroken een patroon met behulp van de vouwblaadjes. Als ze elke rij gevuld hebben met de ‘kerstballen’ in een patroon, kunnen ze de kerstballen verder versieren. Ook het versieren van de ‘kerstballen’ moet weer met een patroon. Bijvoorbeeld om en om, de een met strepen, de ander met golflijnen.

Circuitonderdeel 4: Rekentekening

Doel: Ik kan een rekentekening maken bij een optel- of aftreksom tot en met 10.

Schrijf optel- of aftreksommen tot en met 10 op kleine kaartjes. De leerlingen draaien een som om en maken hierbij een rekentekening met een verhaaltje van Kerst. Als ze deze af hebben, laten ze het verhaaltje aan een andere leerling uit het groepje horen en laten ze de tekening zien. De ander moet raden welke som erbij hoort.

Bijvoorbeeld: 8-5= … De leerling kan dan een tekening maken van een driehoek (kerstboom) met daarin 8 zuurstokken. 5 ervan zijn doorgestreept. Als verhaaltje: In de kerstboom hangen 8 zuurstokken, 5 worden er opgegeten.

Circuitonderdeel 5: Kerstmuts draaien

Doel: Ik kan getallen tot en met de 12 splitsen.

Elke leerling krijgt de getallen 0 tot en met 12 in de kerstmutsjes (zie kopieerblad). Om de beurt wordt er gedobbeld met 2 dobbelstenen. De hoeveelheid die gedobbeld is, wordt gesplitst. Van de 2 getallen die in de splitsing gebruikt worden, mogen de kerstmutsjes omgedraaid worden. Als ze de benodigde kaartjes niet meer hebben, gaat de beurt over. Lukt het om alle kerstmutsjes om te draaien?

Circuitonderdeel 6: Staafgrafiek

Doel: Ik kan een staafgrafiek maken.

De leerlingen krijgen ieder een lege staafgrafiek. In de onderste grotere vakjes, tekenen ze wat ze gaan tellen. Denk bijvoorbeeld aan de kerstballen in de boom of aan de hoeveelheid kerstmannetjes die ze in de klas zien. Hoeveel tel je van ieder? Kleur de vakjes.

Circuitonderdeel 7: Omtrek Kerstballen

Doel: Ik kan de omtrek van kerstballen meten.

Leg verschillende maten kerstballen neer. De leerlingen pakken touw en doen deze rondom de kerstbal. Ze knippen het touw dat ze teveel hebben af. Daarna leggen ze het stukje touw langs de liniaal. Wat is de omtrek van de kerstbal?

Veel plezier met het Kerstrekencircuit en geniet van deze gezellige, sfeervolle periode!

Over de auteur: Remco Hoeymans is een ervaren én bevlogen leerkracht. Remco is ook Rekenspecialist en Bewegend leren expert. Hij is auteur van de rekenbundel “Bewegend en spelend rekenen” en geeft workshops en trainingen aan leerkrachten uit het basisonderwijs over dit onderwerp.

Een eigen rekenmethode voor groep 3

Groep 3 is een bijzonder leerjaar. Kleuters worden nu echte leerlingen en dat is voor veel kinderen best een grote stap. Daarom is er Semsom.

Reacties (2)
Mariska (webredactie Zwijsen) schreef op 17 december 2020:
Beste Jacqueline, fijn dat we jou hiermee kunnen helpen! Ik vrees dat we voor deze opdrachten geen antwoordenkaartjes hebben. Wel nemen we jouw tip graag mee in overweging bij het delen van nieuwe activiteiten.
Jacqueline schreef op 17 december 2020:
Wat een leuk ondersteunend materiaal! Dank jullie wel voor het delen. Zijn er heel toevallig ook al antwoordkaartjes die bij de sommenkaartjes passen (buiten thema Kerst)? Want ik wil ze graag vaker inzetten.

Geef een reactie

Jouw email wordt niet gepubliceerd.