'Minder stampen, meer toepassen: pure winst'

19 april 2017

De PCBS Ireneschool in Ermelo telt 180 leerlingen. Jolande Kreuze heeft samen met een duo-collega een eigen klas. Voor taal en spelling gebruikt ze de lesmethode Taal in beeld van Uitgeverij Zwijsen.

Moeilijk, maar leerzaam

Jolande maakte enkele jarengeleden haar entree als leerkracht in het basisonderwijs. “Ik ben een zij-instromer.” Ze startte als invaller op de Ireneschool. Sinds kort heeft ze haar eigen groep 5. Qua niveau is dit een groep van uitersten: “Naast de basiskinderen is er een groot aantal kinderen met dyslexie én kinderen die juist extra uitdaging nodig hebben.”

Dan hoor ik ze gniffelen

“In de opdrachten van Taal in beeld komen onderwerpen voorbij als sporten, vakantie, logeren, schoolreisjes, allemaal gebeurtenissen die ze zelf meemaken. De namen die in de verhalen en opdrachten voorbij komen, zijn erg actueel. Het zijn echt namen van kinderen die hier op school zouden kunnen zitten of zitten. Dan hoor ik ze gniffelen als er een naam voorbij komt van een kind in mijn klas. Deze herkenbaarheid maakt het leuk voor hen.”

Een element dat haar minder aanspreekt, is de praatles waarin ze bijvoorbeeld hun mening moeten leren geven. “Mijn leerlingen geven zelf aan dat ze dit wel leuke lessen vinden, maar ook dat ze dit erg moeilijk vinden omdat de ander niet goed luistert of doordat ze alleen vragen stellen waar een ja of nee op komt.” Dat maakt deze lessen voor haar ook lastig. “Vaak doe ik ze klassikaal of kies een koppel waarvan ik tijdens het rondje door de klas heb gemerkt dat het hen goed lukt om het voor te doen.”

Plaatjes, stripjes en het toepassen van regels

Voorafgaand aan dit interview heeft ze haar groep 5 gevraagd wat ze het allerleukste vinden aan Taal in beeld. “Ze vinden vooral de opdrachten met plaatjes leuk. Dat geldt ook voor stripjes en het invullen van woorden. Ze werken het liefst in het werkboek, omdat ze dan zelf dingen kunnen doen. Wat ik leuk vond om te horen, is dat ze vooral taal moeilijk vinden, maar er ook heel veel van leren.”

Een verbetering ten opzichte van de eerste versie is volgens Jolande de grotere focus op regels. “We stampen minder woorden, maar leren de regels toe te passen. Dat is pure winst.” Een ander aspect waar de kinderen enthousiast van raken, zijn de filmpjes in de Leerkrachtassistent. “Die spreken zowel de visueel ingestelde kinderen als de luisteraars aan. Zo heb ik een meisje in de klas dat vrijwel nooit naar de filmpjes kijkt, maar wel de cito foutloos gemaakt heeft. Alleen door te luisteren, krijgt ze dus alles mee.”

Het papieren werkboek

Jolande laat haar groep 5 de toets op papier maken. Via het papier krijgt ze meer info over hoe kinderen tot hun antwoord kwamen, of ze getwijfeld hebben en veel gegumd en gekrast hebben. “Ik zet de laptops wel in om te oefenen en om hen te belonen. Dan werken ze bijvoorbeeld met Spellingspeurder. Twee keer per week mogen ze een half uur op de laptop werken, naast het werken op de vaste computers in de klas.”

Uitdagende opdrachten in Werkuur

Sinds het schooljaar 2015-2016 is Taal in beeld uitgebreid met Werkuur, een online database met extra oefenbladen. Jolande is blij met deze extra opdrachten. “Ze dagen mijn leerlingen erg uit. Ze zeggen vaak dat ze Werkuur moeilijk vinden.” Ook het onderdeel Woordenschat is behoorlijk uitgebreid ten opzichte van de eerste versie. “Ik vind dit onderdeel ook erg belangrijk voor mijn groep 5. Ik laat de woorden uitgebreid zien en klik ze allemaal aan. In de Woordenschat-oefeningen zitten veel geluidjes, als die door het lokaal klinken, zijn dat supermomentjes.”

De opbouw van de methode is volgens deze leerkracht een van de grootste pluspunten. “De les start met een verkenning waarin het doel van de les benoemd wordt, daarna volgen uitleg en opdrachten. Ik laat de sterke leerlingen na de uitleg zelfstandig werken, ze kijken zelf hun opdrachten na. Dit geeft mij de tijd om met de instructieafhankelijke leerlingen te gaan zitten of rond te lopen door de klas om vragen te beantwoorden.”

Ze wijkt hiermee bewust af van de methode. “Ik kies voor een klassikale verkenning, omdat dit tijd bespaart, de kinderen minder passief zijn en van elkaar leren.” Het taalboek zet ze in als ‘klaaropdracht’ voor de kinderen die al klaar zijn met de opdrachten uit de les. “De groep instructieafhankelijke leerlingen komt hier meestal niet aan toe.”

2 reacties

Dorien van der Meer schreef op 18 mei om 12:10

Ik heb je referentie gelezen.
Wij scoren met spelling zwak en we zijn op zoek naar een methode die qua spelling sterk is.
Kun je iets zeggen over de resultaten van spelling na de invoering van deze methode?

Mariska van Gestel, webredactie Zwijsen schreef op 22 mei om 11:55

Ha Dorien,

het beste kan je even contact opnemen met de PCBS Ireneschool, waar Jolande werkt: 0341-557575 of info@ireneschoolermelo.nl. Zij zijn referentieschool voor Taal in Beeld en kunnen je vast meer vertellen!

Mariska van Gestel