tj nt2 download insp hdr
tj nt2 download insp hdr

3 handige preteaching-activiteiten voor jouw NT2-leerlingen

Heb jij NT2-leerlingen in je groep? Houd ze aangesloten bij je taalles met korte NT2-preteaching activiteiten! In samenwerking met deskundigen Josée Coenen en Marije Heijdenrijk heeft Zwijsen voor de methode Taaljacht een speciaal NT2-katern ontwikkeld.

NT2-leerlingen blijven bij de groep door preteaching

Josée en Marije zijn bekend van diverse publicaties zoals Zien is Snappen, De bovenkamer, Van horen en zeggen, Uitgesproken Nederlands, en Woorden in prenten. Voor Taaljacht hebben ze geanalyseerd bij welke lessen NT2-leerlingen baat hebben bij preteaching. En hierbij hebben ze korte activiteiten ontwikkeld, die je terugvindt in het NT2-katern. Door deze activiteiten raken leerlingen bekend met het taalverschijnsel dat in de les voorbij komt. Dit stelt de leerlingen in staat om soepeler aangesloten te blijven bij de groep. Voor iedereen fijn!

Gratis download met uitleg en preteaching-activiteiten

Wil je meer weten over de werking van het NT2-katern in Taaljacht? Download hieronder dan het artikel Morgen taal op het programma? 3 handige preteaching-activiteiten voor jouw NT2-leerlingen! De besproken voorbeelden kan je direct toepassen binnen je groep, ongeacht de taalmethode die je gebruikt.

Wil je eerst meer weten? Hieronder hebben we alvast een voorbeeld uitgewerkt.

Preteaching zinsintonatie (voorbeeld)

Achtergrondinformatie over intonatie van zinnen

Zinsintonatie verschilt per type zin:

  • De intonatie in mededelende zinnen gaat in het Nederlands aan het einde van de zin omlaag.
  • Een uitroep gaat vergezeld van een vlakke intonatie.
  • In een vraagzin gaat de intonatie aan het einde van de zin omhoog.
  • Tussen zinsdelen en soms hele bijzinnen is er vaak een kleine pauze. Dit wordt meestal aangegeven met een komma of met drie puntjes.
  • Heel specifiek is de omhooggaande intonatie bij een bijzin: Toen ik gisteren thuiskwam, (intonatie stijgt, dan een korte pauze en dan gaat de zin met een dalende intonatie verder) was de voordeur opengebroken.

De intonatie kan je aangeven met lijnen boven de zin; met een verticaal streepje kun je de pauze aangeven.

Zinsintonatie voor tweedetaalleerders

Intonatiepatronen verschillen per taal. Voor tweedetaalleerders is het vaak moeilijk om de intonatie van een andere taal te horen. Veelal neemt de tweedetaalleerder de intonatiepatronen van de thuistaal over in het Nederlands. Dit kan voor misverstanden zorgen. Iets kan bijvoorbeeld onbeleefd in Nederlandse oren klinken, terwijl de toegepaste intonatie in de thuistaal normaal is.

Soms denkt de tweedetaalleerder dat de zin is afgelopen omdat er een pauze is: Ga staan, als je het woord ‘raam’ hoort. De intonatie gaat omhoog na ‘staan’ en er volgt een pauze voor de rest van de zin. Tweedetaalleerders gaan soms na het woord ‘staan’ dan al staan, terwijl moedertaalleerders weten dat er na ‘staan’ en de pauze nog iets volgt.

Instructie bij de leestekst uit het werkboek

Benoem het lesdoel: In deze les leren jullie hoe je je stem gebruikt bij het voorlezen. Je stem gaat omhoog, omlaag of je stem blijft gelijk, maak met uw hand de gebaren bij de woorden en soms moet je even wachten met praten.

Kies een aantal verschillende voorbeeldzinnen uit de leestekst. Schrijf deze voorbeeldzinnen op het digibord met een intonatielijn boven de hele zin (zie voorbeeldafbeelding hieronder).

voorbeelden zinsintonatie

Lees de zinnen voor en laat de leerlingen luisteren. Bijvoorbeeld:

  • Ik help je wel even. Horen jullie hoe mijn stem een beetje naar beneden gaat? Maak het gebaar van een aflopende lijn met de arm. Zeg maar na.
  • Help! Horen jullie hoe mijn stem vlak blijft? Zeg maar na.
  • Doe hetzelfde bij voorbeeldzin 3. Jullie weten dat je na een punt altijd even kort wacht. Je wacht ook na een komma.
  • Laat de leerlingen de regels in de tekst nummeren.
  • Ik lees de zinnen voor uit de tekst. Hoor je een pauze, dan zet je een verticaal streepje. Aan het einde van de zin boven de laatste woorden teken je een boogje: naar beneden, vlak of een boogje omhoog. Ik geef het aan met mijn arm.
    Lees zo zin voor zin en teken de boogjes bij de zinnen.

Terugkijken

Lees samen met de leerlingen de tekst nog eens hardop met de armbewegingen erbij. Je weet nu hoe je in je eigen verhaal bij de zinnen de melodie kunt aangeven. Hierdoor klinkt je verhaal beter.

Geïnteresseerd?

Download het artikel Morgen taal op het programma of bekijk een bladerversie van het NT2-katern van Taaljacht.

Reacties (0)

Geef een reactie

Jouw email wordt niet gepubliceerd.

0
    Je winkelmand
    Je winkelmand is leeg< Verder winkelen
      Bereken verzendkosten
      Kortingscode toepassen

        Toegevoegd aan winkelmand

        Naar winkelmandje